Contact Service
Artikel 6.3 Noodverlichting
Inhoud
Sluit inhoud voor documentview -->
Alles aan
Alles uit
Filterselectie
Gebruiksfuncties
Type
Pagina afdrukken


Artikel 6.3 Noodverlichting

Om ook veilig te kunnen vluchten wanneer de elektriciteit uitvalt moet bij risicovolle situaties de verlichtingsinstallatie op een voorziening voor noodstroom zijn aangesloten (noodverlichting).

Op grond van het eerste lid is noodverlichting voorgeschreven voor verblijfsruimten met meer dan 75 personen en elke vluchtroute waarop de personen uit deze ruimte bij het vluchten zijn aangewezen, voor zover die routes door een besloten ruimte voeren.

Het tweede lid richt zich op noodverlichting in een onder het meetniveau gelegen functieruimte.

Het derde lid schrijft noodverlichting voor in een besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert.

Het vierde en vijfde lid hebben betrekking op de noodverlichting van een liftkooi. Het vierde lid dat voor alle gebruiksfuncties, behalve voor de celfunctie, geldt is alleen van toepassing op nieuw te bouwen bouwwerken.

Uit het vijfde lid volgt voor de celfunctie dat de noodverlichting in een liftkooi zowel bij nieuwbouw als bestaande bouw is voorgeschreven.

Het vierde en vijfde lid van artikel 6.3, waarin aanvullende eisen aan de noodverlichting van een liftkooi werden gesteld, zijn vervallen. Het is namelijk niet toegestaan dergelijke eisen in nationale regelgeving te stellen nu dit onderwerp is geregeld in richtlijn 1995/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 1995 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende liften (PbEG 1995, L213). 1

Het vierde lid regelt de noodverlichting in een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m.

Uit het vijfde lid volgt dat alle noodverlichting binnen 15 seconden na het uitvallen van de hoofdvoorziening voor elektriciteit moet zijn geactiveerd en vervolgens gedurende ten minste 60 minuten aaneengesloten een verlichtingssterkte moet geven van ten minste 1 lux, gemeten op de vloer en het tredevlak.

In het vijfde lid (was zevende lid) van artikel 6.3 zijn bij Stb. 2014, 51 redactionele wijzigingen doorgevoerd waarmee dit voorschrift in overeenstemming is gebracht met de artikelen 2.19 en 2.25.

Opmerking BRIS

1 Deze wijziging berust op een misvatting van de wetgever want een Europese richtlijn heeft geen rechtstreeks werking, maar behoeft nationale implementatie (ERB).