Contact Service
Hoofdstuk 4. Nadere voorschriften omtrent de t ...
Inhoud
Sluit inhoud voor documentview -->
Alles aan
Alles uit
Filterselectie
Gebruiksfuncties
Type
Pagina afdrukken


Hoofdstuk 4. Nadere voorschriften omtrent de toepassing van normen

Afdeling 4.1. Nieuwbouw

Artikel 4.1. NEN 1010

Bij de toepassing van NEN 1010 geldt het volgende:

  • a.

    De volgende onderdelen blijven buiten toepassing:

    – 132.2.5:

    speciale aansluitvoorwaarden van de netbeheerder;

    – 134.1.1:

    vakmanschap bij uitvoering van elektrische installatiewerkzaamheden;

    – 134.2:

    eerste inspectie;

    – 313.2:

    aanwezigheid van installaties voor veiligheidsdoeleinden;

    – 340.1:

    raadplegen toekomstige gebruiker;

    – 412.2.1.1:

    toegepast elektrisch materieel;

    – 422.3.5:

    leidingen die niet geheel zijn ondergebracht in niet-brandbaar materiaal;

    – 422.3.7:

    eisen aan verwarmings- en ventilatiesystemen;

    – 422.3.8:

    eisen aan motoren;

    – 422.3.9:

    eisen aan verlichtingsarmaturen;

    – 422.3.17:

    eisen aan verwarmingstoestellen;

    – 422.3.18:

    eisen aan verwarmingstoestellen;

    – 422.3.19:

    eisen aan verwarmingstoestellen;

    – 424.1.1:

    eisen aan verwarmings- en ventilatiesystemen;

    – 424.1.2:

    eisen aan verwarmingselementen;

    – 424.2:

    eisen aan toestellen;

    – 511.2:

    speciale overeenkomst tussen degene die de installatie specificeert en de installateur:

    – 514.5.1:

    aanwezigheid van schema’s en tekeningen;

    – 527:

    keuze en installatie van maatregelen ter beperking van brandverspreiding;

    – 529.1:

    kennis en ervaring van het personeel;

    – 551:

    laagspanningsopwekeenheden;

    – 56.5.1:

    elektrische voedingsbronnen voor veiligheidsvoorzieningen;

    – 56.6.2:

    veiligheidsvoorzieningen, anders dan een brandweerlift;

    – 56.6.3:

    veiligheidsvoorzieningen, anders dan een brandweerlift;

    – 56.6.4:

    veiligheidsvoorzieningen, anders dan een brandweerlift;

    – 56.6.6:

    veiligheidsvoorzieningen, anders dan een brandweerlift;

    – 56.6.7:

    veiligheidsvoorzieningen, anders dan een brandweerlift;

    – 56.6.8:

    veiligheidsvoorzieningen, anders dan een brandweerlift;

    – 56.6.9:

    veiligheidsvoorzieningen, anders dan een brandweerlift;

    – 56.7.3:

    verwijzing naar Bouwbesluit 2003;

    – deel 6:

    inspectie;

    – 704:

    elektrische installaties op bouw- en sloopterreinen;

    – 705:

    elektrische installaties op bedrijfsterreinen voor landbouw, tuinbouw en vee teelt;

    – 708:

    elektrische installaties op campings en vergelijkbare terreinen;

    – 709:

    elektrische installaties in jachthavens en op vergelijkbare terreinen;

    – 710.514.5:

    schema’s, documentatie en bedieningsinstructies;

    – 710.56.5.3:

    gedetailleerde eisen voor veiligheidsdoeleinden;

    – 710.56.7:

    stroomketens voor noodverlichting;

    – 710.56.8:

    overige voorzieningen;

    – 710.6:

    inspectie van elektrische installaties in medisch gebruikte ruimten;

    – 711.6:

    inspectie elektrische installaties van tentoonstellingen, shows en stands;

    – 713:

    elektrische installaties in meubilair;

    – 717:

    elektrische installaties voor verrijdbare of verplaatsbare eenheden;

    – 718.55.3:

    noodverlichting in bijeenkomst-, sport- en stationsgebouwen;

    – 718.56.7.7:

    veiligheidsvoorzieningen voor de voeding van noodverlichting;

    – 718.56.7.9:

    verlichting aanduiding uitgang;

    – 721:

    elektrische installaties in toercaravans en campers;

    – 722.55.2:

    verplaatsbare voedingsbronnen;

    – 724.55.2:

    verplaatsbare toestellen;

    – 725.56.7:

    stroomketens voor noodverlichting;

    – 740:

    tijdelijke elektrische installaties voor constructies, toestellen en kramen op kermissen, in atractieparken en circussen;

    – 753:

    systemen voor vloer- en plafondverwarming;

    – 754.55:

    overig materieel;

    – 761:

    kabels in de grond;

    – 763:

    grond- wegdek- en vloerverwarming anders dan voor ruimteverwarming;

    – 773:

    voeding van neoninstallaties en neontoestellen;

    – 781:

    lasinstallaties – lascabines;

    – 783:

    brandpreventieve en repressieve installaties, anders dan een brandweerlift.

  • b.

    In onderdeel 710.55.6.1 wordt na punt b. een punt toegevoegd, luidende:

    • c.

      beveiligd door aardlekschakelaars met een nominale aanspreekstroom van ten hoogste 10 mA type B.

  • c.

    In onderdeel 714.1.1 is de bepaling dat rubriek 714 niet geldt voor openbare verlichting als bedoeld onder 1) van dat onderdeel, niet van toepassing.

Artikel 4.1a. NEN 1087

Waar in artikel 3.81, eerste en tweede lid, van het besluit wordt verwezen naar NEN 1087 is bedoeld onderdeel 5.1 en onderdeel 5.3 van die norm.

Artikel 4.2. NEN 1594

Waar in artikel 2.193, eerste lid, van het besluit wordt verwezen naar NEN 1594 is bedoeld onderdeel 4.2 van die norm.

Artikel 4.3. NEN 2057

Bij de toepassing van NEN 2057 geldt het volgende:

Onderdeel 6.1 wordt gelezen als:

Projecteer de delen van de daglichtopening loodrecht op het projectievlak.

Artikel 4.3a [Vervallen per 21-05-2009]

Artikel 4.4. NEN 2916

Bij de toepassing van NEN 2916 geldt het volgende:

  • a.

    voor de in onderdeel 5.2.2 opgenomen formule gelden de volgende waarden voor de correctiefactor C EPC; i :

    Gebruiksfunctie

    Correctie-

    factor

    1°.

    bijeenkomstfunctie

    1,17

    2°.

    celfunctie

    1,06

    3°.

    Gezondheidszorgfunctie

    a. voor aan bed gebonden patiënten

    0,87

    b. andere

    1,11

    4°.

    kantoorfunctie

    0,96

    5°.

    logiesfunctie

    1,00

    6°.

    onderwijsfunctie

    1,19

    7°.

    sportfunctie

    0,99

    8°.

    winkelfunctie

    1,10

  • b.

    voor de in onderdeel 5.2.2 opgenomen formule gelden voor de correctiefactoren Y Ven Y verlies de volgende waarden:

    - Y V= 1,25

    - Y verlies= 1,2

  • c.

    voor de in onderdeel 5.2.4 opgenomen formule geldt: Y koel = 3

Artikel 4.5. NEN 5077

Bij toepassing van NEN 5077 in de artikelen 3.1 tot en met 3.5 van het besluit worden de artikelen 4.6 tot en met 4.11 in acht genomen.

Artikel 4.6

1.

De bepaling van de karakteristieke geluidwering van een scheidingsconstructie als bedoeld in artikel 3.4, derde en vierde lid, van het besluit, vindt plaats door middel van metingen volgens NEN 5077 met in achtneming van artikel 4.7, dan wel door middel van berekeningen als bedoeld in artikel 4.8.

2.

De karakteristieke geluidwering van een scheidingsconstructie als bedoeld in artikel 3.3, derde tot en met vijfde lid, van het besluit, en de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie, bedoeld in artikel 3.4, vierde lid, van het besluit, wordt bepaald op grond van de geluidwering zoals aangegeven in artikel 4.11.

Artikel 4.7

1.

Bij de meting van de karakteristieke geluidwering van een scheidingsconstructie als bedoeld in de artikelen 3.3, eerste, vierde en vijfde lid, en 3.4, derde lid, van het besluit, wordt een herleidingsterm C L; k voor de variatiein geluidbelasting toegepast, zoals aangegeven in artikel 4.9, eerste, tweede en derde lid.

2.

Bij de meting van de karakteristieke geluidwering van een scheidingsconstructie als bedoeld in artikel 3.3, derde, vierde en vijfde lid, van het besluit en de karakteristieke geluidwering van een scheidingsconstructie als bedoeld in artikel 3.4, vierde lid, van het besluit, worden een herleidingsterm C L; k voor de variatie in geluidbelasting toegepast zoals aangegeven in artikel 4.9, vierde en vijfde lid, en herleidingswaarden C i voor het geluidspectrum, zoals aangegeven in artikel 4.10.

Artikel 4.8

1.

Bij de berekening van de karakteristieke geluidwering van een scheidingsconstructie als bedoeld in artikel 3.4, derde lid, van het besluit worden herleidingswaarden voor het geluidspectrum toegepast overeenkomstig tabel 6 van NEN 5077.

2.

Bij de berekening van de karakteristieke geluidwering van een scheidingsconstructie als bedoeld in artikel 3.4, derde lid, van het besluit, wordt een herleidingsterm C L; k voor de variatie in geluidbelasting toegepast, zoals aangegeven in artikel 4.9, eerste, derde en vierde lid.

3.

Bij de berekening van de karakteristieke geluidwering van een scheidingsconstructie als bedoeld in artikel 3.4, vierde lid, van het besluit, worden een herleidingsterm C L; k voor de variatie in geluidbelasting gehanteerd, zoals aangegeven in artikel 4.9 en herleidingswaarden C i voor het geluidspectrum, zoals aangegeven in artikel 4.10.

4.

Berekeningen van de geluidwering vinden plaats voor de octaafbanden met de middenfrequenties 125 Hz, 250 Hz, 500 Hz, 1000 Hz en 2000 Hz.

5.

De geluidwering (G A ) wordt berekend uit het genormeerd geluiddrukniveauverschil van de gevel (D2m;nT; i ) in octaafbanden met de herleidingswaarden C i volgens de formule:

Afbeelding

Hierbij worden de herleidingswaarden C i bepaald op grond van het eerste of derde lid.

6.

Het genormeerd geluiddrukniveauverschil van de gevel (D2m;nT; i ) wordt bepaald uit het genormeerd geluiddrukniveauverschil (D2m;nT; i ; k ) per constructie-onderdeel en de herleidingsterm voor de variatie in geluidbelasting (CL; k ) voor het betreffende constructie-onderdeel k volgens de formule:

Afbeelding

waarin C L; k volgt uit het bepaalde in het tweede of derde lid.

7.

Het genormeerd geluiddrukniveauverschil (D2m;nT; i ; k ) wordt per constructie-onderdeel k berekend volgens NEN-EN 12354-3, waarbij de invulling van de rekenmethode die in de annexes B en D van die norm wordt gegeven als een integraal onderdeel van de methode wordt beschouwd en ∆L fs = 0 dB wordt gesteld.

8.

Ten aanzien van de te hanteren invoergegevens voor de berekeningen zijn de aanwijzingen in NEN-EN 12354-3 annex B van toepassing. Als invoergegeven voor elementen waarvan de akoestische prestatie is gebaseerd op laboratoriummetingen, zoals de luchtgeluidisolatie R van bouwelementen en het genormeerd geluidniveauverschil D ne van ventilatievoorzieningen, wordt het meetresultaat met 2 dB verminderd.

9.

De karakteristieke geluidwering van een scheidingsconstructie in relatie tot de artikelen 3.3, eerste, vierde en vijfde lid, en 3.4, derde lid, van het besluit wordt bepaald uit de geluidwering van de scheidingsconstructie volgens onderdeel 5.3.6 van NEN 5077.

Artikel 4.9

1.

Indien bij twee of meer geluidbelaste constructie-onderdelen van de uitwendige scheidingsconstructie deze onderdelen niet gelijktijdig door een vliegtuig direct aangestraald kunnen worden, worden voor de herleidingsterm C L; k als bedoeld in NEN 5077, onderdeel 5.3.4, en in artikel 4.8, zesde lid, de volgende waarden gehanteerd:

  • a.

    C L; k = 0 dB voor de constructie-onderdelen k waarvoor de hoek tussen de verbindingslijn geluidsbron en het onderdeel en de normaal op het onderdeel niet groter is dan 70°;

  • b.

    C L; k = 3 dB voor de constructie-onderdelen k waarvoor de hoek tussen de verbindingslijn geluidsbron en het onderdeel en de normaal op het onderdeel groter is dan 70° en niet groter dan 90°, en

  • c.

    C L; k = 8 dB voor de constructie-onderdelen k waarvoor de hoek tussen de verbindingslijn geluidsbron en het onderdeel en de normaal op het onderdeel groter is dan 90°.

2.

De geluidwering G A van de uitwendige scheidingsconstructie is de laagste van de bepaalde geluidweringen bij mogelijke combinaties van direct en niet direct aangestraalde onderdelen van de uitwendige scheidingsconstructie.

3.

Voor het constructie-onderdeel k van de uitwendige scheidingsconstructie dat het verst van het gemiddelde grondpad is verwijderd, wordt C L; k = 8 dB gehanteerd, indien de hoek tussen het onderdeel van de uitwendige scheidingsconstructie en het gemiddelde grondpad kleiner is dan 30°.

4.

In verband met de hoekafhankelijkheid van de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie φαβm wordt een herleidingstermC L; k toegepast als bedoeld in NEN 5077, onderdeel 5.3.4. φαβm is afhankelijk van de momentane vliegtuigpositie die wordt beschreven door de hoeken α en β. De horizontale hoek α is gedefinieerd als de hoek tussen de normaal op het constructie-onderdeel k van de uitwendige scheidingsconstructie en de verbindingslijn tussen het middelpunt van het constructie-onderdeel van de uitwendige scheidingsconstructie in het referentievlak en de projectie van de vliegtuigpositie op het referentievlak. De verticale hoek β is gedefinieerd als de hoek tussen de verbindingslijn tussen het middelpunt van het constructie-onderdeel van de uitwendige scheidingsconstructie in het referentievlak en de vliegtuigpositie en de verbindingslijn tussen het middelpunt van het constructie-onderdeel van de uitwendige scheidingsconstructie in het referentievlak en de projectie van de vliegtuigpositie op het referentievlak. φαβm wordt op grond van metingen of berekeningen per luchtvaartterrein vastgesteld.

5.

De herleidingsterm C L; k bedoeld in het vierde lid, wordt per constructie-onderdeel k van de uitwendige scheidingsconstructie per procedure m bepaald uit:

C L = L Aeq (1) - L Aeq (2)

waarbij :

L Aeq (1) = de L Aeq geluidsbelasting in dB(A), als bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, voor procedure m;

L Aeq (2) = de L Aeq geluidsbelasting in dB(A), berekend overeenkomstig de Regeling berekening nachtelijke geluidsbelasting, met mede-integratie van de hoekafhankelijke geluidwering φ αβm, voor procedure m en constructie-onderdeel k.

Artikel 4.10

Bij de bepaling van de geluidwering ten gevolge van nachtelijk vliegverkeer wordt onderscheid gemaakt in de geluidwering voor startend en landend vliegverkeer. Hierbij wordt uitgegaan van de herleidingswaarden C i volgens het spectrum voor startend en landend vliegverkeer, zoals opgenomen in tabel 4.1.

Tabel 4.1 - Herleidingswaarden(Ci ) voor specifiek soorten buitengeluid

C i in dB voor octaafband met middenfrequentie in Hz

125

i =1

250

i =2

500

i =3

1000

i =4

2000

i =5

Luchtverkeer op Schiphol, starten

-15,3

-7,6

-6,8

-4,4

-6,5

Luchtverkeer op Schiphol, landen

-18,8

-11,9

-7,1

-5,9

-3,2

Luchtverkeer op Maastricht, starten

-12,6

-6,0

-5,7

-4,8

-10,8

Luchtverkeer op Maastricht, landen

-17,2

-10,5

-6,9

-6,1

-3,6

Artikel 4.11

1.

De geluidwering G A van de uitwendige scheidingsconstructie bij nachtelijk vliegverkeer wordt als volgt berekend:

= {10 log {10 L Aeq;buiten;starten/10 + 10 L Aeq;buiten;landen/10} - L Aeq;binnen

Hierbij wordt de L Aeq geluidsbelasting in dB(A) binnen een ruimte (L Aeq;binnen), als volgt berekend:

L Aeq;binnen = 10 log {10 L Aeq;binnen;starten/10 + 10 L Aeq;binnen;landen/10}

L Aeq;binnen;starten = L Aeq;buiten,starten - G A;starten

L Aeq;binnen;landen = L Aeq;buiten;landen - G A;landen

waarin:

L Aeq;binnen;starten = de L Aeq geluidsbelasting in dB(A) binnen een ruimte ten gevolge van startend vliegverkeer;

L Aeq;buiten;starten = de L Aeq geluidsbelasting in dB(A) buiten de woonfunctie of de gezondheidszorgfunctie ten gevolge van startend vliegverkeer als bedoeld in het tweede lid;

G A;starten = de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie in dB(A) bij startend vliegverkeer;

L Aeq;binnen;landen = de L Aeq geluidsbelasting in dB(A) binnen een ruimte ten gevolge van landend vliegverkeer;

L Aeq;buiten;landen = de L Aeq geluidsbelasting in dB(A) buiten de woonfunctie of de gezondheidszorgfunctie ten gevolge van landend vliegverkeer als bedoeld in het tweede lid;

G A;landen = de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie in dB(A) bij landend vliegverkeer

2.

DeL Aeq geluidsbelasting in dB(A) buiten de woonfunctie of de gezondheidszorgfunctie voor startend en landend vliegverkeer wordt berekend overeenkomstig de Regeling berekening nachtelijke geluidsbelasting, waarbij de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie onderscheiden naar startend en landend vliegverkeer, L gevel;m', gelijk wordt gesteld aan 0 dB(A).

Artikel 4.12. NEN 5078

Waar in artikel 3.16 van het besluit wordt verwezen naar NEN 5078, is bedoeld: NEN-EN 12354-6.

Artikel 4.13. NEN 5128

Bij toepassing van de norm geldt, dat de in onderdeel 5.2.1 van die norm bedoelde waarde voor de correctie ten opzichte van de vorige norm, C EPC 1,12 is.

Artikel 4.14. NEN 6090

Waar in artikel 1.1, tweede lid, van het besluit wordt verwezen naar NEN 6090, is bedoeld:

  • a.

    in relatie tot de permanente vuurbelasting onderdeel 3.3.1 van die norm, en

  • b.

    in relatie tot de vuurbelasting, zijnde de som van de permanente vuurbelasting en de variabele vuurbelasting, onderdeel 3.3 van die norm.

Artikel 4.14a. NEN 6700

Bij verbouw van een bouwwerk geen gebouw zijnde als bedoeld in artikel 2.4a van het besluit, geldt het volgende:

  • a.

    Onderdeel 5.2.2 wordt als volgt gelezen: Als referentieperiode voor de bepaling van zowel de grootte van de belastingen als de sterkte geldt voor veiligheidsklasse 1 en 2 ten minste een referentieperiode van 15 jaar en voor veiligheidsklasse 3 een referentieperiode van 25 jaar.

  • b.

    Tabel 1, behorende bij onderdeel 5.3.4, wordt als volgt gelezen:

Afbeelding

Tabel 1 Veiligheidsklassen voor bouwconstructies met betrekking tot bezwijken

Artikel 4.15. NEN 6702

1.

Bij de toepassing van NEN 6702 geldt het volgende:

  • a.

    Waar in artikel 2.2, tweede lid, van het besluit, wordt verwezen naar bijzondere belastingscombinaties als bedoeld in NEN 6702, is bedoeld:

    onderdeel 6.2.2 in verbinding met de onderdelen 9.5 en 9.6 van die norm.

  • b.

    Waar in artikel 2.3, eerste lid, van het besluit, wordt verwezen naar bijzondere belastingscombinaties als bedoeld in NEN 6702, is bedoeld:

    onderdeel 6.2.2 in verbinding met de onderdelen 9.3, 9.4 en 9.7 van die norm.

  • c.

    Waar in artikel 2.3, tweede lid, van het besluit, wordt verwezen naar bijzondere belastingscombinaties als bedoeld in NEN 6702, is bedoeld:

    onderdeel 6.2.2 in verbinding met onderdeel 9.1 van die norm.

  • d.

    in de onderdelen 5.1.2 en 5.1.3 wordt de tekst na de eerste gedachtenstreep als volgt gelezen: Het gewicht is minder dan 1 kN of het gewicht per oppervlakte is minder dan 0,15 kN/m².

2.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, geldt bij verbouw van een bouwwerk geen gebouw zijnde als bedoeld in artikel 2.4a van het besluit, het volgende:

  • a.

    Tabel 2, behorende bij onderdeel 5.2.1 van deze norm, wordt als volgt gelezen:

    Afbeelding

    Tabel 2 Belastingsfactoren uiterste grenstoestand

  • b.

    Bijzondere belastingen behoeven niet hoger te worden gekozen dan die welke bij het oorspronkelijke ontwerp van het bouwwerk geen gebouw zijnde in de beschouwing zijn betrokken.

Artikel 4.16. NEN-EN 81-72

Bij de toepassing van NEN-EN 81-72 geldt het volgende:

  • a.

    bij onderdeel 5.1.1 geldt het volgende:

    • 1.

      ‘een tegen brand beschermde hal’ wordt telkens gelezen als: verkeersruimte, die al dan niet tezamen met de liftschacht een rookcompartiment als bedoeld in afdeling 2.16 van het besluit is.

    • 2.

      ‘Zie bijlage B en bijlage E’ wordt gelezen als:

    Zie bijlage B en bijlage E.

    De liftschacht van een brandweerlift heeft een volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag naar een verblijfsgebied, een toiletruimte, een badruimte, een meterruimte en een technische ruimte van ten minste 60 minuten.

  • b.

    in onderdeel 5.2.3 geldt voor de vrije doorgang van de toegang van de liftschacht een minimum breedte van 85 cm.

  • c.

    voor de in onderdeel 5.9.1 genoemde primaire en secundaire voorziening voor elektriciteit is artikel 4.1 van deze regeling van toepassing.

Afdeling 4.2. Bestaande bouw

Artikel 4.17. NEN 2057

Bij de toepassing van NEN 2057 geldt het volgende:

Onderdeel 6.1 wordt gelezen als:

Projecteer de delen van de daglichtopening loodrecht op het projectievlak.

Artikel 4.18. NEN 2608

Bij de verwijzing in onderdeel 4.3.3 van NEN 2608 naar NEN 6700, NEN 6710, NEN 6760 en NEN 6770, zijn de artikelen 4.24, 4,27, 4,29 respectievelijk 4.30 van toepassing.

Artikel 4.19. NEN 2757

Waar in paragraaf 3.14.2 van het besluit wordt verwezen naar NEN 2757, is bedoeld: NEN 8757.

Artikel 4.20. NEN 3859

Bij de toepassing van NEN 3859 geldt het volgende:

  • a.

    bij de verwijzing in de onderdelen 5.2.1 en 9.1 van deze norm naar NEN 6710, NEN 6720, NEN 6760 en NEN 6770 zijn de artikelen 4.27, 4.28, 4.29 respectievelijk 4.30 van deze regeling van toepassing;

  • b.

    in onderdeel 5.2.1 vervalt de zinsnede `- 6.1 van NEN 6740:1991 voor funderingsconstructies;'

  • c.

    onderdeel 5.2.2 wordt gelezen als volgt:

    In afwijking van het gestelde in 5.2.1 moet:

    • bij de rekenmethode de rekenwaarden van de belastingen zijn ontleend aan de voorgeschreven fundamentele belastingscombinaties;

    • bij de rekenmethode de rekenwaarden van de materiaalgrootheden zijn ontleend aan hoofdstuk 9;

  • d.

    onderdeel 5.2.3 wordt gelezen als volgt:

    In aanvulling op het gestelde in 5.2.1, mogen de hier gegeven bepalingsmethoden slechts zijn toegepast mits daarbij ten minste aan de voorwaarden in de onderdelen 7.4, 11.2 en 11.3 is voldaan;

  • e.

    bij de verwijzing in onderdeel 5.3 van deze norm naar NEN 6700 is artikel 4.24 van deze regeling van toepassing;

  • f.

    de onderdelen 7.1, 7.2, 7.3 en 7.5 blijven buiten beschouwing;

  • g.

    in onderdeel 8.1 wordt voor Υf;w en voor Υf de waarde 1 aangehouden;

  • h.

    bij de verwijzing in de onderdelen 8.3, 8.4, 8.5, 8.8.2 en 8.8.3 van deze norm naar NEN 6702 is artikel 4.25 van deze regeling van toepassing;

  • i.

    in onderdeel 8.4 is voor p sn;q;k de waarde 130 N/m² aangehouden;

  • j.

    in de onderdelen 8.5.1.a) en 8.5.1.c) wordt de tweede volzin telkens als volgt gelezen: De belasting door installaties die permanent aanwezig kunnen zijn moet bepaald zijn op grond van de werkelijk optredende belastingen.;

  • k.

    in onderdeel 8.5.2.a) worden de eerste twee volzinnen vervangen door: De geconcentreerde belasting moet bepaald zijn op grond van de werkelijk optredende belasting.;

  • l.

    onderdeel 8.6.1 wordt gelezen als volgt: Indien een kasconstructie wordt belast door gewassen en de media waarop deze groeien, dan moet met het eigen gewicht van deze gewassen en de media rekening zijn gehouden;

  • m.

    de onderdelen 8.6.2 en 8.6.3 blijven buiten toepassing;

  • n.

    tabel 2 van onderdeel 8.8.2 wordt gelezen als volgt:

    Tabel 2: Extreme waarden van de stuwdrukken door wind

    heff 1 Voor tussenliggende waarden moet lineair zijn geïnterpoleerd.

    m

    Pw

    N/m²

    0,5 -2

    293

    2,5

    329

    3

    359

    3,5

    386

    4

    410

    5

    450

    6

    484

    7

    514

    8

    539

    9

    562

    10

    584

    >10

    Conform NEN 6702 windgebied II, onbebouwd, rekening houdend met de reductiefactor volgens 5.5.2 van die norm

  • o.

    de onderdelen 11.1, 11.4 en hoofdstuk 12 blijven buiten toepassing.

Artikel 4.21. NEN 6068

Bij de toepassing van NEN 6068 geldt het volgende:

in de onderdelen 6.3, 6.4, 7.1.1, 7.2.1 en 7.2.2 blijven de verwijzingen naar de normen NEN 6071, NEN 6072 en NEN 6073, buiten toepassing.

Artikel 4.22. NEN 6069

Bij toepassing van NEN 6069 zijn bij de verwijzing in de onderdelen A.A.1.1, A.A.1.2 en A.A.2.1 van deze norm naar NEN 6700, NEN 6710, NEN 6720, NEN 6760, NEN 6770 en NEN 6790 de artikelen 4.24, 4.27, 4.28, 4.29, 4.30 respectievelijk 4.31 van deze regeling van toepassing.

Artikel 4.23. NEN 6090

Waar in artikel 1.1, tweede lid, van het besluit is verwezen naar NEN 6090, is bedoeld:

  • a.

    in relatie tot de permanente vuurbelasting onderdeel 3.5 van die norm, en

  • b.

    in relatie tot de vuurbelasting, zijnde de som van de permanente vuurbelasting en de variabele vuurbelasting, onderdeel 3.1 van die norm.

Artikel 4.24. NEN 6700

1.

Bij de toepassing van NEN 6700 geldt het volgende:

  • a.

    ten aanzien van de verwijzing in hoofdstuk 3 naar NEN 6702 is artikel 4.25 van deze regeling van toepassing;

  • b.

    onderdeel 5.2.2 wordt als volgt gelezen:

    5.2.2. De referentieperiode voor een bouwconstructie is ten minste een jaar, met dien verstande dat voor de bepaling van de belastingen de referentieperiode voor veiligheidsklassen 2 en 3 ten minste 15 jaar is;

  • c.

    onderdeel 5.3.3 wordt als volgt gelezen:

    5.3.3 Bouwconstructies moeten zodanig zijn ontworpen dat het bezwijken van een onderdeel ten gevolge van brand niet tot onevenredig grote schade leidt;

  • d.

    tabel 1, behorende bij onderdeel 5.3.4, wordt als volgt gelezen:

    Tabel 1. Veiligheidsklassen voor bouwconstructies met betrekking tot de gevolgen van bezwijken

    Veiligheids-klasse

    Gevolgen van bezwijken

    Betrouwbaarheidsindex ß

    Uiterste grenstoestand

    Kans op levensgevaar

    Kans op economische schade

    Indien wind maatgevend

    Overige belastingen maatgevend

    1

    Verwaarloos-baar klein

    Klein

    1,3

    1,7

    2

    Klein

    Groot

    2,2

    2,2

    3

    Groot

    Groot

    2,9

    2,9

  • e.

    in onderdeel 6.1.1 blijft de laatste volzin buiten toepassing;

  • f.

    onderdeel 6.1.2 blijft buiten toepassing;

  • g.

    onderdeel 8.3.1 wordt als volgt gelezen: 8.3.1 Bij de beoordeling moet zijn uitgegaan van de feitelijke geometrie van de bouwconstructie;

  • h.

    onderdeel 8.3.2 blijft buiten toepassing;

  • i.

    in onderdeel 9.1.2 vervalt het laatste aandachtspunt;

  • j.

    onderdeel 9.3.1.6 blijft buiten toepassing, en

  • k.

    onderdeel 9.4 blijft buiten toepassing.

2.

Bij verbouw van een bouwwerk geen gebouw zijnde als bedoeld in artikel 2.4a van het besluit, is artikel 4.14a van toepassing.

Artikel 4.25. NEN 6702

1.

Bij de toepassing van NEN 6702 geldt het volgende:

  • a.

    ten aanzien van de verwijzingen in de onderdelen 5.1, 6.3.1, 8.3.1.1 en 8.3.1.2 naar NEN 6700 is artikel 4.24 van deze regeling van toepassing;

  • b.

    tabel 1 behorende bij onderdeel 5.1 van die norm wordt als volgt gelezen:

    Aanduiding van de gebruiksfunctie a b

    Veiligheidsklasse

    Referentieperiode

    Bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van een primaire nutsvoorziening, of bouwwerken met een primaire maatschappelijke of culturele functie (energie centrale, schouwburg, bruggen, tunnels, e.d.)

    3

    1

    Bijeenkomstfunctie, gezondheidszorgfunctie, onderwijsfunctie, sportfunctie, overige gebruiksfunctie voor het personen vervoer, winkelfunctie, kantoorfunctie,

    3

    1

    Logiesgebouw, woongebouw, cellengebouw,

    3

    1

    Alle gebouwen ten behoeve van een primaire nutsvoorziening, of bouwwerken met een primaire maatschappelijke of culturele functie

    3

    1

    Alle gebouwen met meer dan twee bouwlagen met uitzondering van: niet in woongebouwen gelegen woonfuncties, woonfunctie van een woonwagen, niet in logiesgebouwen gelegen logiesfuncties

    3

    1

    Alle bouwwerken waarin een gedeelte mede is bestemd voor bezoekers

    3

    1

    Niet in een logiesgebouw gelegen logiesfunctie

    2

    1

    Niet in een woongebouw gelegen woonfunctie, niet zijnde de woonfunctie van een woonwagen

    2

    1

    Celfunctie, niet gelegen in een cellengebouw

    2

    1

    Bouwwerken, geen gebouw zijnde

    2

    1

    Woonfunctie van een woonwagen (woonwagen zelf)

    2

    1

    Industriefunctie, met ten hoogste 2 bouwlagen, niet zijnde een lichte industriefunctie

    2

    1

    Lichte industriefunctie

    1

    1

    Overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, van geringe betekenis

    1

    1

    a Indien een bouwconstructie ten dienste staat van twee of meer gebruiksfuncties, zoals bijvoorbeeld een funderingsconstructie van een combinatiegebouw, moet die combinatie van veiligheidsklasse en referentieperiode worden beschouwd die leidt tot bouwkundig zwaarste oplossing.

    b Bij de toepassing van de tabel blijven niet-gemeenschappelijke ruimten van een gebruiksfunctie, gelegen binnen de omhullende van een andere gebruiksfunctie, die bijdraagt aan het functioneren van de beschouwde gebruiksfunctie, buiten beschouwing.

  • c.

    tabel 2, behorende bij onderdeel 5.2.1 van deze norm, wordt als volgt gelezen:

    Tabel 2. Belastingsfactoren uiterste grenstoestand

    Veiligheids-

    klasse

    Belastingcombinaties

    γ f;g;u (γ f;p;u)

    γ f;q;u

    γ f;q;u

    γ f;a;u

    Normaal (ongunstig)

    Gunstig

    Wind

    Overig

    Fundamentele combinaties a

    1

    1

    1

    0,9

    1

    1

    2

    1

    1,15

    0,9

    1,3

    1,05

    3

    1

    1,2

    0,9

    1,5

    1,1

    Bijzondere combinaties b

    1-2-3

    3

    1

    1

    1

    1

    1

    a De fundamentele belastingcombinaties voor ‘alleen permanente belasting’ hoeft voor bestaande bouw niet te worden gecontroleerd, omdat deze impliciet reeds door de overige combinaties worden afgedekt.

    b De partiële factoren voor bijzondere belastingen hebben in het geval van de beoordeling van bestaande constructies uitsluitend betrekking op brand.

  • d.

    onderdeel 5.5.1 wordt als volgt gelezen:

    5.5.1 Voor de beoordeling van de constructieve veiligheid van bestaande bouwwerken bedraagt de referentieperiode 1 jaar;

  • e.

    in onderdeel 5.5.2 wordt voor 't' gelezen:

    t is de referentieperiode voor de bepaling van de reductiefactor voor de gelijkmatig verdeelde belasting in jaren volgens 5.5.1, waarbij voor bouwwerken behorende tot veiligheidsklasse 2 of 3 voor de bepaling van de correctie ten minste wordt uitgegaan van t = 15 jaren.

  • f.

    in onderdeel 6.1.1 van deze norm wordt bij het laatste aandachtstreepje gelezen:

    • bijzondere belastingen moeten zijn ontleend aan 9.2;

  • g.

    onderdeel 6.3.2, eerste volzin, laatste aandachtspunt, blijft buiten toepassing;

  • h.

    ten aanzien van de verwijzing in de onderdelen 6.3.3.3 naar NEN 6710, NEN 6720, NEN 6760 en NEN 6770 zijn de artikelen 4.27, 4.28, 4.29 respectievelijk 4.30 van toepassing;

  • i.

    onderdeel 7.1.2.1 wordt als volgt gelezen:

    7.1.2.1 Het gewicht van bouwwerken moet zijn berekend op grond van de werkelijke afmetingen en het gemiddelde gewicht per volume van het materiaal;

  • j.

    onderdeel 7.1.3.2 wordt als volgt gelezen:

    7.1.3.2 Niet-dragende binnenwanden moeten in rekening zijn gebracht als lijnlast;

  • k.

    ten aanzien van de verwijzing in onderdeel 7.3 naar NEN 6720 is artikel 4.28 van toepassing;

  • l.

    onderdeel 8.2.5.3 van deze norm blijft buiten toepassing;

  • m.

    onderdeel 8.3.2.1 van deze norm wordt als volgt gelezen:

    8.3.2.1 Voor de bepaling van de belasting door goederen en transportmiddelen moet zijn uitgegaan van de ten tijde van de verlening van de bouwvergunning of de omgevingsvergunning berekende vloerbelasting in relatie tot de oorspronkelijke bestemming van die vloer;

  • n.

    in onderdeel 8.5.2:

    • 1º.

      de eerste volzin van de tweede alinea wordt als volgt gelezen:

      Afhankelijk van het beladen gewicht van de voertuigen, waarvan bij de verlening van de bouwvergunning of de omgevingsvergunning is uitgegaan, moet voor deze belastingen zijn aangehouden, en

    • 2º.

      de eerste volzin van het derde aandachtstreepje wordt als volgt gelezen:

      De belasting moet zijn bepaald op basis van het zwaarst mogelijke voertuig dat van de garage gebruik maakt, en

  • o.

    In onderdeel 8.7.1.4 van deze norm wordt γ m = 1,3 gelezen als γ m = 1,1 ingeval de hoogteligging van het dak, en de afmetingen en de hoogteligging van de noodafvoeren als beschreven in onderdeel 8.7.1.3 in-situ zijn gemeten;

  • p.

    in onderdeel 8.8.2 van deze norm wordt de eerste volzin als volgt gelezen:

    De belastingen die optreden als gevolg van temperatuurvariaties moeten zijn gebaseerd op de grootte van de optredende temperatuurvariaties, zij het dat ten minste moet zijn gerekend op temperaturen volgens tabel 12.

2.

Bij verbouw van een bouwwerk geen gebouw zijnde als bedoeld in artikel 2.4a van het besluit, is artikel 4.15, tweede lid, van toepassing.

Artikel 4.26. NEN 6707

Bij de toepassing van NEN 6707 geldt het volgende:

  • a.

    ten aanzien van de verwijzing in onderdeel 5.2 alsmede bijlage C.3 naar NEN 6700 is artikel 4.24 van toepassing;

  • b.

    in onderdeel 5.2 wordt in de voorlaatste alinea na NEN 6700 gelezen: , rekening houdend met een referentieperiode van 1 jaar,;

  • c.

    in hoofdstuk 7 vervallen de derde tot en met zevende alinea;

  • d.

    ten aanzien van de verwijzing in onderdeel 9.1 alsmede de onderdelen 11.1, 11.2 en bijlage A.4 naar NEN 6702 is artikel 4.25 van toepassing.

Artikel 4.27. NEN 6710

Bij de toepassing van NEN 6710 geldt het volgende:

  • a.

    ten aanzien van de verwijzing in onderdeel 5.2 alsmede onderdeel 5.2.0 naar NEN 6700 is artikel 4.24 van toepassing;

  • b.

    ten aanzien van de verwijzing in onderdeel 5.2 alsmede hoofdstuk 12 naar NEN 6770 is artikel 4.30 van toepassing;

  • c.

    onderdeel 7.1.3.1 blijft buiten toepassing;

  • d.

    in de onderdelen 7.1.3.2 en 7.1.4 blijft telkens de eerste volzin buiten toepassing;

  • e.

    onderdeel 7.2 blijft buiten toepassing;

  • f.

    onderdeel 9.3.2.1 wordt als volgt aangevuld:

    Indien het toegepaste lasproces niet bekend is, moeten de waarden voor TIG van tabel 8 zijn aangehouden.;

  • g.

    onderdeel 9.3.2.2 wordt als volgt aangevuld:

    Indien het gebruikte toevoegmateriaal niet bekend is, moeten de laagste waarden van tabel 9 zijn aangehouden;

  • h.

    onderdeel 10.3 wordt als volgt gelezen:

    De toetsing of de uiterste grenstoestanden niet zijn overschreden dient te zijn uitgevoerd volgens de rekenregels gegeven in 10.3.1.;

  • i.

    onderdeel 10.3.2 blijft buiten toepassing;

  • j.

    in de onderdelen 13.2.2, 13.2.3.1, 13.2.3.3 en 13.3.1 blijft telkens de eerste volzin buiten toepassing;

  • k.

    onderdeel 13.2.3.5 blijft buiten toepassing;

  • l.

    in onderdeel 13.3.2.1 blijft de tweede volzin buiten toepassing;

  • m.

    in onderdeel 13.3.3.2b blijft de alinea die begint met de zinsnede 'Indien volgens het lasproces, als bedoeld in 7.2.2' en eindigt met de zinsnede 'uit de resultaten van de kwalificatieproeven te bepalen', buiten toepassing, en

  • n.

    onderdeel 13.4.1 blijft buiten toepassing.

Artikel 4.28. NEN 6720

Bij de toepassing van NEN 6720 geldt het volgende:

  • a.

    ten aanzien van de verwijzing in onderdeel 4.1.2.0 en 4.1.2.2 naar NEN 6700 is artikel 4.24 van toepassing;

  • b.

    onderdeel 4.3 blijft buiten toepassing;

  • c.

    de onderdelen 5.1.1.2 tot en met 5.1.1.4, 5.1.2 tot en met 5.1.5, alsmede 5.2 blijven buiten toepassing;

  • d.

    in onderdeel 6.1.1 wordt de definitie van f'ck als volgt gelezen:

    f'ck is de korteduur karakteristieke kubusdruksterkte (kubusribbe 150 mm), waarvoor moet worden aangehouden de ondergrens van het eenzijdige overdekkingsinterval voor een fractie γ = 0,95 en een onbetrouwbaarheidsdrempel α = 0,4, bepaald door middel van onderzoek aan de constructie;

  • e.

    in onderdeel 6.1.2 wordt de eerste volzin als volgt gelezen:

    Treksterkte

    De rekenwaarde van de treksterkte ƒb moet zijn bepaald uit:

    Afbeelding

    waarin:

    • a.

      f brep is de laagste waarde van:

      • de waarde van de karakteristieke korteduur splijttreksterkte (kubusribbe 150 mm), bepaald door middel van onderzoek aan de constructie, of

      • f brep = 1,05 + 0,05 f'ck, in N/mm², en

    • b.

      γm is 1,4.;

  • f.

    onderdeel 6.1.3 wordt als volgt gelezen:

    De representatieve waarde en de rekenwaarde van de elasticiteitsmodulus E'b is de laagste waarde van:

    • a.

      0,9 van de waarde van de elasticiteitsmodulus in de oorsprong van de spanning-rekrelatie, bepaald door middel van onderzoek aan de constructie, of

    • b.

      E'b = (22250 + 250 f'ck), in N/mm²;

  • g.

    onderdeel 6.1.5 de definitie van kd wordt als volgt gelezen:

    kd is de factor, afhankelijk van de ouderdom tc van het beton, op het tijdstip van belasten zoals aangegeven in tabel 5 voor sterkteklasse 32,5 en 32,5R;

  • h.

    ten aanzien van de verwijzing in onderdeel 6.4 alsmede 9.16.2 naar NEN 6770 is artikel 4.30 van toepassing;

  • i.

    in onderdeel 7.3.1 wordt de eerste volzin als volgt gelezen:

    Voor het bepalen van de krachtsverdeling in een constructie moet zijn uitgegaan van de schematisering van de constructie volgens 7.1 en een van de theorieën genoemd in 7.2;

  • j.

    in onderdeel 8.1.1 wordt de definitie van M d als volgt gelezen:

    M d is de rekenwaarde van het maximale buigend moment;

  • k.

    de onderdelen 8.1.7 en 8.6 blijven buiten toepassing;

  • l.

    onderdeel 8.7 wordt als volgt gelezen:

    Duurzaamheid

    Vermindering van de sterkte van de constructie door corrosie van de wapening dient in rekening te zijn gebracht. Deze eis betreft zowel de sterktevermindering die is opgetreden voor het moment van beoordelen als de te verwachten sterktevermindering binnen één jaar, gerekend vanaf het moment van beoordelen.;

  • m.

    onderdeel 9.1 blijft buiten toepassing;

  • n.

    in onderdeel 9.2.a wordt de tweede volzin als volgt gelezen:

    De van toepassing zijnde milieuklasse is milieuklasse 1;

  • o.

    de onderdelen 9.2.e en 9.4 blijven buiten toepassing, en

  • p.

    ten aanzien van de verwijzing in onderdeel 9.14.3 naar NEN 6790 is artikel 4.30 van toepassing.

Artikel 4.29. NEN 6760

Bij de toepassing van NEN 6760 geldt het volgende:

  • a.

    ten aanzien van de verwijzing in onderdeel 5.2.1 alsmede onderdeel 5.3 naar NEN 6700 is artikel 4.24 van toepassing;

  • b.

    de onderdelen 7.3.1, 7.4.2, 7.5 tot en met 7.7, alsmede onderdeel 7.8.2 blijven buiten toepassing;

  • c.

    de eerste zinsnede tot de dubbele punt van onderdeel 7.3.2 wordt als volgt gelezen:

    Voor gevingerlast hout geldt dat de rekenmethode volgens 5.2 alleen mag worden toegepast indien aan de volgende voorwaarde is voldaan;

  • d.

    aan slot van onderdeel 7.4.1 wordt toegevoegd: waarbij de onderdelen die betrekking hebben op het vaststellen van de eigenschappen van een partij buiten toepassing blijven.

  • e.

    onderdeel 7.8.2 wordt als volgt gelezen:

    Om de bepalingsmethoden te mogen toepassen moeten de houtconstructies zijn vervaardigd van hout dat geen actieve aantasting bevat.

    Voor berekeningen moet de niet-aangetaste doorsnede zijn aangehouden.;

  • f.

    onderdeel 9.1.4 wordt als volgt gelezen:

    9.1.4 Voor de representatieve waarden van de materiaaleigenschappen van vuren en grenen moet de kwaliteitsklasse worden bepaald volgens NEN 5466.

    Indien het hout kan worden ingedeeld in kwaliteitsklasse A of B moet voor de representatieve waarden worden uitgegaan van sterkteklasse C24. Indien het hout kan worden ingedeeld in kwaliteitsklasse C moet voor de representatieve waarden worden uitgegaan van sterkteklasse C18.

    Voor de representatieve waarden van de materiaaleigenschappen van azobé dient te worden uitgegaan van sterkteklasse D70, waarvoor de volgende waarden gelden:

    f m;0;rep

    = 70 N/mm²

    ρrep

    = 900 kg/m³

    E 0;ser;rep

    = 20.000 N/mm²

    f t;0;rep

    = 42 N/mm²

    f t;90;rep

    = 0,9 N/mm²

    fc;0;rep

    = 45 N/mm²

    f c;90;rep

    = 13,5 N/mm²

    f v;0;rep

    = 7 N/mm²

    E 0;u;rep

    = 16.700 N/mm²

    E 0;ser;rep

    = 1.330 N/mm²

    G ser;rep

    = 1.250 N/mm²;

  • g.

    in onderdeel 9.1.5 wordt na `van gelamineerd hout' gelezen: , ontleend aan de te beoordelen constructie, ;

  • h.

    onderdeel 12.2.9 blijft buiten toepassing;

  • i.

    in onderdeel 12.2.13 blijft de alinea beginnend met de zinsnede 'Afhankelijk van het soort verbindingsmiddel' buiten toepassing;

  • j.

    onderdeel 12.3.1 blijft buiten toepassing;

  • k.

    onderdeel 12.3.5 wordt als volgt gelezen:

    Voor de bepaling van de representatieve waarde van de schuifweerstand volgens 12.3.4 dient de volgende waarde voor de stuiksterkte in rekening te zijn gebracht:

    Afbeelding

    waarbij:

    f emb;rep;i is de getalswaarde van de stuiksterkte van onderdeel i met i = 1, 2 of 3 in N/mm²;

    ρrep is de getalswaarde van de representatieve volumieke massa volgens 9.1.2 in kg/m³; en

    d nom is de getalswaarde voor de nominale middellijn van het verbindingsmiddel in mm.;

  • l.

    onderdeel 12.4.1 blijft buiten toepassing;

  • m.

    onderdeel 12.4.5 wordt als volgt gelezen:

    Voor de bepaling van de representatieve waarde van de schuifweerstand volgens 12.3.4 dient de volgende waarde voor de stuiksterkte in rekening te zijn gebracht:

    Afbeelding

    waarbij:

    f emb;rep; i is de getalswaarde van de stuiksterkte van onderdeel i met i = 1, 2 of 3 in N/mm²;

    ρrep is de getalswaarde van de representatieve volumieke massa volgens 9.1.2 in kg/m³; en

    d nom is de getalswaarde voor de nominale middellijn van het verbindingsmiddel in mm.;

  • n.

    de onderdelen 12.5.1, 12.6.1 en 12.7.1 blijven buiten toepassing, en

  • o.

    in onderdeel 12.5.3 blijft de tweede volzin buiten toepassing.

Artikel 4.30. NEN 6770

Bij de toepassing van NEN 6770 geldt het volgende:

  • a.

    ten aanzien van de verwijzing in onderdeel 5.2.0 alsmede onderdeel 5.3 naar NEN 6700 is artikel 4.24 van toepassing;

  • b.

    ten aanzien van de verwijzingen vanuit NEN 6771 tot en met NEN 6773, naar welke normbladen vanuit NEN 6770 is verwezen, naar NEN 6770 is telkens dit artikel van toepassing;

  • c.

    onderdeel 5.2.4 blijft buiten toepassing;

  • d.

    in onderdeel 7.1.4.1 blijft de eerste volzin buiten toepassing;

  • e.

    in onderdeel 7.1.4.1 wordt de laatste alinea als volgt gelezen:

    Voor staal bedoeld in 7.1.3 moet op overeenkomstige wijze de beproeving worden uitgevoerd.

  • f.

    de onderdelen 7.2 tot en met 7.6 blijven buiten toepassing;

  • g.

    in de onderdelen 9.1.2.1.3 en 13.4.1.1.5 blijft telkens de tweede volzin buiten toepassing;

  • h.

    in de onderdelen 13.4.1.1.4 en 13.4.1.2.1 blijft telkens de derde alinea buiten toepassing,

  • i.

    onderdeel 13.4.1.3.1 blijft buiten toepassing.

Artikel 4.31. NEN 6790

Bij de toepassing van NEN 6790 geldt het volgende:

  • a.

    ten aanzien van de verwijzing in onderdeel 5.2.1 en onderdeel 5.3 naar NEN 6700 is artikel 4.24 van toepassing;

  • b.

    onderdeel 7.1 en onderdeel 7.3 blijven buiten toepassing;

  • c.

    onderdeel 7.2 wordt als volgt gelezen:

    De rekenregels in deze norm zijn niet van toepassing op metselwerk van cellenbeton dat op enigerlei wijze in contact komt met grondwater;

  • d.

    de onderdelen 9.1.4 en 9.2.2 blijven buiten toepassing;

  • e.

    in onderdeel 12.2:

    • 1º.

      de zin na het eerste aandachtstreepje wordt als volgt gelezen:

      • krachten voortkomend uit een scheefstand van 1/300 van de hoogte of de feitelijke scheefstand, indien deze groter is dan 1/300 van de hoogte, die voor ten minste vier naast elkaar gelegen rijen kolommen of wanden van elke verdieping in dezelfde richting moet worden aangenomen (zie fig. 14); en

    • 2º.

      de zin na het tweede aandachtstreepje wordt als volgt gelezen:

      • krachten voortkomend uit windbelasting;

  • f.

    onderdeel 12.3 blijft buiten toepassing, en

  • g.

    in Bijlage A:

    • in onderdeel A.1 blijft de verwijzing in de tweede alinea naar onderdeel A.2 van bijlage A buiten toepassing;

    • onderdeel A.2 blijft buiten toepassing;

    • in onderdeel A.3 wordt het opschrift als volgt gelezen:

      Proefstukken

    • onderdeel A.3.1 wordt als volgt gelezen:

      Afmetingen

      De proefstukken moeten aan de ter beoordeling staande constructie zijn ontleend en moeten de volgende afmetingen hebben:

      • de dikte dient gelijk te zijn aan de bouwdeeldikte met een maximum van 300 mm;

      • de breedte dient gelijk te zijn aan de dikte; en

      • de hoogte moet gelijk zijn aan 5 maal de dikte.;

    • 5º.

      onderdeel A.3.2 wordt als volgt gelezen:

      Aantal proefstukken

      Er moeten ten minste 6 proefstukken zijn vervaardigd, en

    • 6º.

      onderdeel A.3.3 blijft buiten toepassing.

Artikel 4.32. NEN 8087

Waar in artikel 3.89 van het besluit is verwezen naar NEN 8087, is bedoeld onderdeel 4.1 of 4.3 van die norm.

Artikel 4.33 [Vervallen per 01-09-2005]

Artikel 4.34 [Vervallen per 01-09-2005]