Contact Service
Hoofdstuk 2. Materialen
Inhoud
Sluit inhoud voor documentview -->
Alles aan
Alles uit
Filterselectie
Gebruiksfuncties
Type
Pagina afdrukken


Hoofdstuk 2. Materialen

Afdeling 2.1. Brandbare, brandbevorderende, bij brand gevaar opleverende en voor de gezondheid schadelijke stoffen

Artikel 2.1 [Vervallen per 21-05-2009]

Afdeling 2.2. Voorschriften omtrent de beperking van de toepassing van formaldehyde

Artikel 2.2

De getalswaarde van de stijging van de concentratie van formaldehyde in de binnenlucht van een verblijfsgebied ten opzichte van de concentratie van formaldehyde in de buitenlucht, uitgedrukt in μg/m³, mag, voorzover deze concentratie afkomstig is uit een of meer constructie-onderdelen die dat verblijfsgebied begrenzen, dan wel uit een of meer in dat verblijfsgebied gelegen constructie-onderdelen, niet groter zijn dan:

2 + 3,17 • 10-6 • t4 • R + 0,86 • 10-3 • A • t • R + 1,5 • 10-3 • R²

waarin:

t is de getalswaarde van de luchttemperatuur in het te meten gebied onderscheidenlijk de te meten woonwagen, uitgedrukt in °C;

R is de getalswaarde van de relatieve luchtvochtigheid in het te meten gebied onderscheidenlijk de te meten woonwagen, uitgedrukt in %; en

A is de getalswaarde, uitgedrukt in m², van de verticale doorsnede van:

  • a.

    de constructie-onderdelen, geen bouwconstructie zijnde, gelegen in het verblijfsgebied; onderscheidenlijk

  • b.

    de constructie-onderdelen, gelegen in de woonwagen, zij het dat geen grotere waarde mag zijn aangehouden dan 20.

Artikel 2.3

1.

De toename van de concentratie van formaldehyde in de binnenlucht moet zijn bepaald aan de hand van de concentraties van formaldehyde, bepaald door onderzoek van een monster van de binnenlucht en de buitenlucht.

2.

In het te meten verblijfsgebied moet gedurende ten minste drie aaneengesloten uren, voorafgaand aan de bepaling, de luchttemperatuur, de relatieve luchtvochtigheid, alsmede de met behulp van een ventilator en een deur- of raamschot tot stand gebrachte toevoer van verse lucht en afvoer van binnenlucht constant zijn gehouden, met:

  • a.

    een variatie in de luchttemperatuur van ten hoogste 0,5°C;

  • b.

    een variatie in de relatieve luchtvochtigheid van ten hoogste 5%; en

  • c.

    een variatie in de toevoer van verse lucht en afvoer van binnenlucht van ten hoogste 10%.

3.

De concentratie van formaldehyde in het te meten verblijfsgebied moet worden bepaald bij:

  • a.

    een luchttemperatuur in het verblijfsgebied tussen 18 °C en 25 °C;

  • b.

    een relatieve luchtvochtigheid in het verblijfsgebied tussen 25% en 75%, en

  • c.

    een toevoer van verse lucht in en een afvoer van binnenlucht uit het verblijfsgebied met een capaciteit van 0,15 • 10-3 m³/s per m² vloeroppervlakte van het te meten verblijfsgebied met een afwijking van ten hoogste 0,01 • 10-3 m³/s per m² vloeroppervlakte.

4.

Gedurende de drie uren bedoeld in het tweede lid, alsmede gedurende de bepaling, bedoeld in het derde lid, moeten de aanwezige voorzieningen voor de toevoer van verse lucht en afvoer van binnenlucht, alsmede de beweegbare constructie-onderdelen in de scheidingsconstructie die het verblijfsgebied begrenzen, zijn gesloten en moeten de beweegbare constructie-onderdelen binnen het verblijfsgebied onderscheidenlijk de woonwagen zijn geopend.

5.

Gedurende de drie aaneengesloten uren, voorafgaande aan de bepaling, bedoeld in het tweede lid, alsmede gedurende de bepaling, bedoeld in het derde lid, mogen zich geen personen in het te meten verblijfsgebied bevinden.

Artikel 2.4

1.

De toevoer van verse lucht en afvoer van binnenlucht, bedoeld in artikel 2.3, moet tot stand zijn gebracht door middel van:

  • a.

    een ventilator met een capaciteit van ten minste 0,15 • 10-3m³/s per m² vloeroppervlakte van het te meten verblijfsgebied, en

  • b.

    een deur- of raamschot, waardoor lucht van buiten naar binnen wordt gevoerd.

2.

De omstandigheden, bedoeld in artikel 2.3, moeten zijn bepaald met behulp van:

  • a.

    een, in combinatie met bijbehorende registratie-apparatuur, geijkte luchttemperatuurmeter met een meetgebied tussen 15 °C en 30 °C en met een meetonnauwkeurigheid van ten hoogste 0,5 °C van de meetwaarde;

  • b.

    een, in combinatie met bijbehorende registratie-apparatuur, geijkte luchtvochtigheidsmeter met een meetgebied tussen 15% en 90% en met een meetonnauwkeurigheid van ten hoogste 5% van de meetwaarde, en

  • c.

    een, in combinatie met bijbehorende registratie-apparatuur, geijkte luchtvolumestroommeter die een meetgebied heeft dat is afgestemd op de te meten voorziening, en met een meetonnauwkeurigheid van ten hoogste 10% van de meetwaarde.

Afdeling 2.3. Voorschriften omtrent de concentratie van asbestvezels

Artikel 2.5

1.

In een te bouwen bouwwerk is, gelet op artikel 3.107 van het besluit, de getalwaarde van het verschil tussen de concentratie van asbestvezels in de buitenlucht en de concentratie van asbestvezels in de binnenlucht van een voor mensen toegankelijke ruimte, voorzover deze concentratie afkomstig is uit een of meer constructie-onderdelen die die ruimte begrenzen dan wel uit een of meer in die ruimte aanwezige constructie-onderdelen, niet groter dan 1.000 ve/m³.

2.

In een bestaand bouwwerk is, gelet op artikel 3.109b van het besluit, de getalwaarde van het verschil tussen de concentratie van asbestvezels in de buitenlucht en de concentratie van asbestvezels in de binnenlucht van een voor mensen toegankelijke ruimte, voorzover deze concentratie afkomstig is uit een of meer constructie-onderdelen die die ruimte begrenzen dan wel uit een of meer in die ruimte aanwezige constructie-onderdelen, niet groter dan 100.000 ve/m³.