Contact Service
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Inhoud
Sluit inhoud voor documentview -->
Alles aan
Alles uit
Filterselectie
Gebruiksfuncties
Type
Pagina afdrukken


Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Afdeling 1.1. Begripsbepalingen

Artikel 1.1

In deze regeling wordt verstaan onder:

asbest: stoffen of producten, die een of meer van de volgende vezelachtige silicaten bevatten:
  • actinoliet (Cas-nummer 77536-66-4);

  • amosiet (Cas-nummer 12172-73-5);

  • anthofylliet (Cas-nummer 77536-67-5);

  • chrysotiel (Cas-nummer 12001-29-5);

  • crocidoliet (Cas-nummer 12001-28-4);

  • tremoliet (Cas-nummer 77536-68-6).

besluit: Bouwbesluit 2003;
CE-markering: CE-markering als bedoeld in artikel 4 van de richtlijn bouwproducten;
conformiteitscertificaat: verklaring als bedoeld in artikel 13 in verbinding met artikel 14, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, van de richtlijn bouwproducten;
conformiteitsverklaring: verklaring als bedoeld in artikel 13 in verbinding met artikel 14, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, van de richtlijn bouwproducten;
Europese technische goedkeuring: Europese technische goedkeuring als bedoeld in hoofdstuk III van de richtlijn bouwproducten;
geharmoniseerde norm: Europese norm of geharmoniseerd document als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de richtlijn bouwproducten, hetwelk door CEN of CENELEC in opdracht van de Commissie van de Europese gemeenschappen is aangenomen overeenkomstig de richtlijn nr. 98/34/EG van de Raad van de Europese gemeenschappen van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204), zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 98/48/EG van 20 juni 1998 (PbEG L 217);
giftige stoffen: stoffen of preparaten waarvan reeds een geringe hoeveelheid bij inademing of opneming via de mond of via de huid acute of chronische aandoeningen of de dood kan veroorzaken;
hoge spanning: hoge spanning als bedoeld in NEN 1041 en V 1041;
hoofdweg: hoofdweg als bedoeld in de Tracéwet;
hoofdvaarweg: hoofdvaarweg als bedoeld in de Tracéwet;
lage spanning: lage spanning als bedoeld in NEN 1010;
landelijke spoorweg: landelijke spoorweg als bedoeld in de Tracéwet;
minister: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
nationale technische specificatie: technische specificatie als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de richtlijn bouwproducten en vastgesteld overeenkomstig de in dat lid en in artikel 5, tweede lid, van die richtlijn beschreven procedure;
rijbaan: rijbaan als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
rijbaanvloer: voor een rijbaan bestemd gedeelte van een vloer van een wegtunnelbuis;
tunnelbuislengte: lengte van het omsloten gedeelte van een tunnelbuis;
V: door de Hoofdcommissie voor de Normalisatie (een voorloper van de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut) uitgegeven leidraad;
ve: vezelequivalent is een maat voor de carcinogene potentie van de soorten asbest en de vezellengte, waarbij geldt:
  • a.

    chrysotiele vezel met een lengte van meer dan 5 micrometer: equivalentiefactor 1,

  • b.

    chrysotiele vezel met een lengte van ten hoogste 5 micrometer: equivalentiefactor 0,1,

  • c.

    amfibole vezel met een lengte van meer dan 5 micrometer: equivalentiefactor 10, en

  • d.

    amfibole vezel met een lengte van ten hoogste 5 micrometer: equivalentiefactor 1;

wegtunnelbuis: gedeelte van een wegtunnel voor een rijbaan;
zeer giftige stoffen: stoffen of preparaten waarvan reeds een zeer geringe hoeveelheid bij inademing of opneming via de mond of via de huid acute of chronische aandoeningen of de dood kan veroorzaken.

Artikel 1a

Deze regeling berust mede op artikel 4.4, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht.

Afdeling 1.2. NEN

Artikel 1.2

1.

Waar bij het besluit, hoofdstuk 2 van de Regeling omgevingsrecht of deze regeling is verwezen naar een NEN, NEN-EN, of V, is in bijlage I bepaald welke uitgave daarvan van toepassing is.

2.

Van de in het eerste lid bedoelde normen met een verwijzing naar een andere norm of een onderdeel van een andere norm zijn de verwijzingen van toepassing voor zover ze betrekking hebben op normen die in bijlage I zijn genoemd. In afwijking hiervan zijn van de in hoofdstuk 2 van de Regeling omgevingsrecht aangewezen normen en van de in afdeling 1.3 aangewezen normen, met uitzondering van NEN 2768, alle verwijzingen van toepassing.

3.

In afwijking van het gestelde in het eerste en tweede lid kan, waar bij of krachtens het besluit in voorschriften omtrent het bouwen van een bouwwerk is verwezen naar NEN 6064, NEN 6065, NEN 1775, of NEN 6066, NEN-EN 13501-1 worden toegepast, waarbij de in het besluit opgenomen brand- en rookklassen worden omgezet volgens tabel 1.1.

Tabel 1.1

Nederlandse brand- en rookklassen

Euroklassen

NEN 6064

NEN 1775

NEN 6065

NEN 6066

NEN-EN 13501-1

Onbrandbaarheid

Brandklasse

(bijdrage tot brandvoortplanting)

Rookklasse

Brandklasse

(materiaalgedrag bij brand)

Rookklasse

materialen

constructieonderdelen

materialen

constructieonderdelen

constructieonderdelen

beloopbaar vlak(bovenzijde van vloer, hellingbaan of trap)

niet-beloopbaar vlak

(niet zijnde bovenzijde van vloer, hellingbaan of trap)

onbrandbaar

A1 of A1fl

T1

10 m-1 en lager

Cfl

s1fl

T2

10 m-1 en lager

Cfl

s1fl

T3

10 m-1 en lager

Dfl

s1fl

Niet-besloten vluchtroute

1

B

2

C

Alle andere toepassingen

1

10 m-1 en lager

B

s2

2

10 m-1 en lager

B

s2

3

10 m-1 en lager

C

s2

4

10 m-1 en lager

D

s2

Afdeling 1.3. Voorzieningen voor elektriciteit, noodstroom, gas en water

Artikel 1.3

1.

Een voorziening voor elektriciteit of noodstroom als bedoeld in artikel 2.49 van het besluit voldoet voor lage spanning aan NEN 1010. Voor hoge spanning voldoet een voorziening voor elektriciteit of noodstroom tevens aan NEN 1041.

2.

Een bouwwerk heeft voor een leiding van het distributienet die voert naar een aansluitmogelijkheid als bedoeld in artikel 2.48 van het besluit, leidingdoorvoeren en een mantelbuis die voldoen aan NEN 2768.

Artikel 1.4

Een voorziening voor elektriciteit of noodstroom als bedoeld in artikel 2.55 van het besluit voldoet voor lage spanning aan NEN 1010 en voor hoge spanning aan V 1041.

Artikel 1.5 [Vervallen per 21-05-2009]

Artikel 1.6

1.

Een voorziening voor gas als bedoeld in artikel 2.71 van het besluit, met een nominale werkdruk tot 40 bar, voldoet aan NEN 2078.

2.

Een voorziening voor gas met een nominale werkdruk tot en met 0,5 bar voldoet, in afwijking van het eerste lid, aan NEN 1078.

3.

Een bouwwerk heeft voor een leiding van het distributienet die voert naar een aansluitmogelijkheid als bedoeld in artikel 2.70 van het besluit, leidingdoorvoeren en een mantelbuis die voldoen aan NEN 2768.

Artikel 1.7

1.

Een voorziening voor gas als bedoeld in artikel 2.74 van het besluit, met een nominale werkdruk tot 40 bar, voldoet aan NEN 2078.

2.

Een voorziening voor gas als bedoeld in artikel 2.74 van het besluit, met een nominale werkdruk tot 100 mbar, voldoet in afwijking van het eerste lid aan NEN 8078.

Artikel 1.8

Een voorziening voor drinkwater of warmwater als bedoeld in de artikelen 3.122 en 3.130 van het besluit voldoet aan NEN 1006.

Artikel 1.9

Een voorziening voor drinkwater of warmwater als bedoeld in de artikelen 3.126 en 3.132 van het besluit voldoet aan NEN 1006.

Afdeling 1.4. CE-markeringen

Artikel 1.10

1.

De minister draagt zorg voor publicatie in de Staatscourant van de referenties van:

  • a.

    geharmoniseerde normen, voorzover die niet overeenkomstig de daarvoor krachtens de richtlijn bouwproducten geldende procedure in Nederlandse normen zijn getransponeerd;

  • b.

    Nederlandse normen waarin de op die normen betrekking hebbende geharmoniseerde normen zijn getransponeerd;

  • c.

    goedkeuringsrichtlijnen voor Europese technische goedkeuringen als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de richtlijn bouwproducten;

  • d.

    overeenkomstig artikel 4, derde lid, en artikel 5, tweede lid, van de richtlijn bouwproducten aan Nederland gezonden nationale technische specificaties.

2.

De publicatie geschiedt:

  • a.

    voor de in het eerste lid, onder a, b en d, bedoelde referenties: zo spoedig mogelijk na publicatie door de Europese Commissie van de referenties van de geharmoniseerde normen en nationale technische specificaties in het Publicatieblad van de Europese gemeenschappen;

  • b.

    voor de in het eerste lid, onder c, bedoelde referenties: binnen een redelijke termijn nadat de Europese Commissie de desbetreffende definitieve goedkeuringsrichtlijnen aan de lidstaten heeft bekendgemaakt.

Artikel 1.11

1.

Een bouwproduct dat in overeenstemming is met een geharmoniseerde of Nederlandse norm of een nationale technische specificatie, als bedoeld in artikel 1.10, eerste lid, onder a, b of d, is met ingang van de datum, die daartoe is aangegeven in het Publicatieblad van de Europese gemeenschappen, overeenkomstig de daarop betrekking hebbende voorschriften van de richtlijn bouwproducten voorzien van de CE-markering en de daarbij behorende opschriften die op dat product betrekking hebben.

2.

De fabrikant van een bouwproduct of zijn in een lidstaat gevestigde gemachtigde is bevoegd na een publicatie, als bedoeld in artikel 1.10, tweede lid, onder a, de CE-markering en de daarbij behorende opschriften die op dat product betrekking hebben, overeenkomstig de daarop betrekking hebbende voorschriften van de richtlijn bouwproducten aan te brengen op een bouwproduct, op een aan het product bevestigd label, op de verpakking ervan of op een begeleidend handelsdocument, indien het product:

  • a.

    in overeenstemming is met op dat product betrekking hebbende Nederlandse normen waarin de daarop betrekking hebbende geharmoniseerde normen zijn getransponeerd,

  • b.

    in overeenstemming is met een op dat product betrekking hebbende nationale technische specificatie of

  • c.

    anderszins in overeenstemming is met geharmoniseerde normen.

3.

De fabrikant van een bouwproduct of zijn in een lidstaat gevestigde gemachtigde is bevoegd na een bekendmaking als bedoeld in artikel 1.10, tweede lid, onder b, de CE-markering en de daarbij behorende opschriften die op dat product betrekking hebben, overeenkomstig de daarop betrekking hebbende voorschriften van de richtlijn bouwproducten aan te brengen op een bouwproduct, op een aan het product bevestigd label, op de verpakking ervan of op een begeleidend handelsdocument, indien het product in overeenstemming is met een voor dat product verleende Europese technische goedkeuring.

4.

Indien voor een bouwproduct overeenkomstig hoofdstuk V van de richtlijn bouwproducten een conformiteitsverklaring dan wel een conformiteitscertificaat is afgegeven wordt dat product geacht in overeenstemming te zijn met:

  • a.

    een norm als bedoeld in artikel 1.10, eerste lid, onder a of b;

  • b.

    een technische goedkeuring als bedoeld in artikel 1.10, eerste lid, onder c;

  • c.

    een technische goedkeuring als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de richtlijn bouwproducten, of;

  • d.

    een technische specificatie als bedoeld in artikel 1.10, eerste lid, onder d.

Artikel 1.12

1.

De minister wijst certificatie- en inspectie-instellingen en testlaboratoria aan, die de taken, bedoeld in artikel 16 onderscheidenlijk artikel 18 van de richtlijn bouwproducten, uitvoeren.

2.

De minister kan aan een aanwijzing voorschriften verbinden.

3.

De minister kan maximum tarieven vaststellen voor de taken, die de op grond van het eerste lid aangewezen instellingen ter uitvoering van de artikelen 16 en 18 van de richtlijn verrichten.

4.

De minister kan de aanwijzing intrekken, indien de desbetreffende instelling de aan de aanwijzing verbonden voorschriften als bedoeld in het tweede lid niet naleeft, en indien hij van oordeel is dat de desbetreffende instelling niet meer voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 1.13, tweede en derde lid.

Artikel 1.13

1.

Een instelling als bedoeld in artikel 1.12, eerste lid, wordt door de minister aangewezen, indien zij:

  • a.

    rechtspersoonlijkheid bezit,

  • b.

    een vestiging in Nederland heeft,

  • c.

    beschikt over bekwaam personeel,

  • d.

    beschikt over doeltreffende voorzieningen,

  • e.

    onpartijdig is,

  • f.

    beschikt over een kwaliteitssysteem dat op schrift is gesteld,

  • g.

    zorgvuldig is,

  • h.

    verzekerd is voor beroepsaansprakelijkheid, en

  • i.

    geen nevenactiviteiten verricht die het vertrouwen in de instelling kunnen schaden.

2.

Of een instelling aan de in het eerste lid, onder c, d, e, f en g, genoemde eisen voldoet, wordt beoordeeld volgens de voorwaarden die zijn opgenomen in bijlage II bij deze regeling.

3.

Uitbesteding van werkzaamheden in het kader van artikel 16 of 18 van de richtlijn is toegestaan, indien wordt voldaan aan de voorwaarden die zijn opgenomen in bijlage III bij deze regeling.

Artikel 1.14

1.

De op grond van artikel 1.12, eerste lid, aangewezen instelling vrijwaart de minister van enige aansprakelijkheid, voortvloeiend uit de taken die zij verricht ter uitvoering van artikel 16 of 18 van de richtlijn bouwproducten.

2.

Een op grond van artikel 1.12, eerste lid, aangewezen instelling verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen.

3.

Een op grond van artikel 1.12, eerste lid, aangewezen instelling stelt jaarlijks voor 1 juli een verslag op van de werkzaamheden die in het daaraan voorafgaande kalenderjaar ter uitvoering van artikel 16 of artikel 18 van de richtlijn bouwproducten zijn verricht. Het verslag wordt gezonden aan de minister en in afschrift aan de VROM inspectie en algemeen verkrijgbaar gesteld.

Artikel 1.15

De minister kan ten aanzien van bouwproducten als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de richtlijn bouwproducten, die niet vallen onder artikel 4, tweede lid, van die richtlijn, toestemming verlenen voor het in de handel brengen daarvan.

Artikel 1.16

1.

De minister maakt eenmaal per kalenderjaar in de Staatscourant een overzicht bekend van de in artikel 1.12, eerste lid, genoemde instellingen.

2.

De minister draagt zorg voor de opstelling en bekendmaking van een overzicht, alsmede van wijzigingen van dat overzicht van bouwproducten als bedoeld in artikel 1.15. Dit overzicht bevat tevens bouwproducten als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van de richtlijn bouwproducten.

Afdeling 1.5. Kwaliteitsverklaringen

Artikel 1.17

Een instelling die overeenkomstig artikel 16 van de richtlijn bouwproducten door de lidstaat van oorsprong is erkend met het oog op het afgeven van kwaliteitsverklaringen voor andere lidstaten, wordt gelijkgesteld met een door de minister aangewezen onafhankelijk deskundig instituut als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Woningwet.

Artikel 1.18

1.

Kwaliteitsverklaringen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Woningwet, worden afgegeven op basis van een door de minister erkend stelsel van kwaliteitsverklaringen voor de bouw.

2.

De voorwaarden waaronder kwaliteitsverklaringen binnen het stelsel, bedoeld in het eerste lid, worden afgegeven, worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de bij het stelsel betrokken partijen. De minister maakt deze overeenkomst in de Staatscourant bekend.

Artikel 1.19

De minister wijst een instelling aan die het in artikel 1.18 bedoelde stelsel coördineert en zorgdraagt voor de bekendmaking van de in dat artikel bedoelde kwaliteitsverklaringen.