Contact Service
1 Inleiding
Inhoud
Sluit inhoud voor documentview -->
Alles aan
Alles uit
Filterselectie
Gebruiksfuncties
Type
Pagina afdrukken


1 Inleiding

Met de Regeling Bouwbesluit 2012 is een nadere invulling gegeven aan een aantal onderdelen van het Bouwbesluit 2012. Deze regeling zal dan ook gelijk met het Bouwbesluit 2012, naar verwachting 1 april 2012, in werking treden. Zoals het Bouwbesluit 2012 in de plaats komt van het Bouwbesluit 2003, vervangt deze regeling de Regeling Bouwbesluit 2003. Daarnaast zijn diverse voorschriften die onder het Bouwbesluit 2003 in de ministeriële regeling waren opgenomen voortaan in het Bouwbesluit 2012, in NEN-normen, of in een andere regeling zoals bijvoorbeeld de Regeling geluidwerende voorzieningen (RGV) opgenomen. Een belangrijk onderdeel van deze regeling is evenals bij de Regeling Bouwbesluit 2003 het geval was, de aanwijzing van normen. Ook zijn in deze regeling de voorschriften met betrekking tot de CE-markeringen en kwaliteitsverklaringen opgenomen. Hierbij is rekening gehouden met die artikelen van de verordening bouwproducten (verordening van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad (305/2011 PbEU L 88)) die al in werking zijn getreden. Onderwerpen in deze regeling die niet in de Regeling Bouwbesluit 2003 waren opgenomen zijn de nadere prestatievoorschriften voor brandveiligheid waaronder inspectieschema’s van brandveiligheidsinstallaties en opvang- en doorstroomcapaciteit en nadere voorschriften voor duurzaam bouwen en het scheiden van bouw- en sloopafval. Deze regeling volgt wat betreft systematiek en terminologie zo veel mogelijk het Bouwbesluit 2012.

Wijziging van de regeling:

a.Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de correctiefactoren voor de energieprestatiecoëfficiënt en enkele andere wijzigingen

De in deze regeling opgenomen wijzigingen van de Regeling Bouwbesluit 2012 en de Regeling omgevingsrecht houden vooral verband met de inwerkingtreding van afdeling 6.12 en artikel 5.2 van het Bouwbesluit 2012 per 1 juli 2012 en van afdeling 5.2 van het Bouwbesluit 2012 per 1 januari 2013. Afdeling 6.12 heeft betrekking op het veilig onderhoud van gebouwen. Artikel 5.2 betreft de energieprestatiecoëfficiënt en afdeling 5.2 betreft milieu, nieuwbouw. Verder zijn in deze regeling enkele wijzigingen in de aansturing van normen opgenomen en wordt een enkele onjuiste verwijzing gecorrigeerd.

b.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 26 februari 2013, nr. 2013-0000121469, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de toepassing van normen en een wijziging van de Regeling omgevingsrecht

Deze wijzigingsregeling bevat enkele wijzigingen in de aansturing van normen en een enkele verbetering van ondergeschikte aard in de Regeling Bouwbesluit 2012. Verder is in de Regeling omgevingsrecht een procedureel voorschrift met betrekking tot de berekeningsmethodiek van de energieprestatiecoëfficiënt en een daarmee samenhangende begripsbepaling en een aanvulling in de opsomming van de bij een aanvraag om vergunning voor het brandveilig gebruik aan te leveren gegevens en bescheiden opgenomen.

c.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 14 juni 2013, nr. 2013-0000350418, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 betreffende de energieprestatie van gebouwen

Aanleiding voor deze wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 is de vaststelling van richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen (herschikking). Deze herziene richtlijn energieprestatie gebouwen (hierna herziene EPBD of (herziene) richtlijn) bevat een nadere uitwerking en aanscherping van de eerdere richtlijn van 16 december 2002 en heeft als oogmerk de energie-efficiëntie in de gebouwde omgeving verder te stimuleren. De in deze herziene richtlijn geformuleerde Europese doelstellingen zijn mede richtinggevend voor het Plan van aanpak Energiebesparing Gebouwde omgeving dat in februari 2011 aan de Tweede Kamer is gezonden (Kamerstukken II 2010/2011, 30 196, nr. 131). Ter implementatie van deze richtlijn worden de Woningwet, het Besluit energieprestatie gebouwen en het Bouwbesluit 2012, alsmede de bijbehorende ministeriële regelingen gewijzigd. Ook zullen de indieningsvereisten zoals deze in de Regeling omgevingsrecht (Mor) zijn opgenomen aan bovenstaande worden aangepast. Met deze wijziging van Regeling Bouwbesluit 2012 wordt een verdere uitwerking gegeven aan de omzetting in het Bouwbesluit 2012 van de artikelen 7 (maatregelen bij ingrijpende renovatie) en 8 (eisen aan technische bouwsystemen) van de richtlijn.

d.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 4 februari 2014, nr. 2014-0000068608, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot het bouwen in veiligheidszones en plasbrandaandachtsgebieden en een wijziging van de Regeling omgevingsrecht

Deze wijzigingsregeling bevat met name voorschriften die nodig zijn ter uitwerking van afdeling 2.16 van het Bouwbesluit 2012, waarin voorschriften zijn opgenomen voor het bouwen in veiligheidszones en plasbrandaandachtsgebieden. Ook worden met deze regeling nieuwe versies aangewezen van bijlage I en II bij de Regeling Bouwbesluit 2012, waarin is opgenomen welke versie van een in het Bouwbesluit 2012 aangewezen norm van toepassing is. Ook zijn enkele definities en een artikel vervallen als gevolg van de volledige inwerkingtreding van de verordening bouwproducten (305/1011/EU, PbEU L88) met ingang van 1 juli 2013. Daarnaast is het voorschrift met betrekking tot de scheiding van bouw- en sloopafval verder uitgewerkt en is een enkele meer ondergeschikte wijziging aangebracht. Verder is een geringe wijziging van de Regeling omgevingsrecht opgenomen.

De wijzigingsregeling treedt met betrekking tot het bouwen in veiligheidszones en plasbrandaandachtsgebieden in werking op het moment dat afdeling 2.16 van het Bouwbesluit 2012 in werking treedt. Deze datum is in Stb 2015, 92 bepaald op 1 april 2015. De wijzigingen met betrekking tot de inwerkingtreding van de verordening bouwproducten treden in werking met ingang van de dag na uitgifte van de Staatscourant waarin deze wordt geplaatst en werken terug tot en met 1 juli 2013. De overige onderdelen treden op 1 april 2014 in werking gelijktijdig met de inwerkingtreding van de wijziging van het Bouwbesluit 2012 betreffende de brandveiligheid van het bedrijfsmatig houden van dieren, alsmede correcties en verdere vereenvoudigingen van de Bouwbesluit 2012.

e.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 24 november 2014, nr. 2014-000023518, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de aanscherping van de warmteweerstand en de wijziging van de correctiefactoren voor de energieprestatiecoëfficiënt en wijziging van enkele andere regeling

Deze wijzigingsregeling bevat met name de voorschriften die nodig zijn ter uitwerking van de wijzigingen van het Bouwbesluit 2012 met ingang van 1 januari 2015. Genoemde wijziging van het Bouwbesluit 2012 vindt plaats ter implementatie van de richtlijn 2010/31/EU van het Europees parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen (herschikking) (PbEU L153/13). Deze herziene richtlijn energieprestatie (herziene EPBD) bevat een nadere uitwerking en aanscherping van de eerdere richtlijn van 16 december 2002 en heeft als oogmerk de energie-efficiëntie in de gebouwde omgeving verder te stimuleren. Het gaat in deze wijzigingsregeling met name om de bepalingsmethode om de gemiddelde warmtedoorgangscoëfficiënt als bedoeld in het met ingang van 1 januari 2015 gewijzigde artikel 5.3, zesde lid, van het Bouwbesluit 2012 (Stb.2014, 342) te berekenen. Verder is de verwijzing naar ISSO 75.1 geactualiseerd en zijn de correctiefactoren voor de toepassing van NEN 7120 aangepast aan de laatste versie van die norm. Ook zijn voor NEN 1068 en NEN 7120 nieuwe correctiebladen aangewezen.

f.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 12 december 2014, nr. 2014-0000663941, houdende aanpassing van de bedragen, genoemd in de artikelen 1, eerste lid, onderdeel a, en 10, tweede lid, eerste volzin, onderdelen a en b, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, wijziging van de Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte en wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 (inkomensgrenzen inkomensafhankelijke huurverhoging 2015, aanpassing zorgwetgeving, gegevensverstrekking door de huurder en wijziging aanduiding NEN-norm)

In deze regeling is tot slot in de Regeling Bouwbesluit 2012 een omissie rechtgezet.

g.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 18 juni 2015. , nr. 2015-0000335240, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de eisen aan kooldioxidemeters en het aanwijzen van normen

Met deze wijzigingsregeling wordt van een aantal normen een nieuwe versie aangewezen. Nadat op 1 april 2014 nieuwe versies van bijlage I en II bij de Regeling Bouwbesluit 2012 zijn aangewezen (Stcrt. 2014, nr. 4057) is opnieuw een aantal normen aangepast. Dit betekent dat in een aantal gevallen een nieuwe versie van een norm is aangewezen en in andere gevallen dat bij de toepassing van de norm met een aantal afwijkingen daarvan rekening moet worden gehouden. Verder zijn in deze wijzigingsregeling de eisen aan de kooldioxidemeter uitgewerkt en is de verwijzing naar het CCV- inspectieschema Brandbeveiliging geactualiseerd. Voor het bouwbedrijfsleven is het van belang dat deze normen zo snel mogelijk kunnen worden toegepast. Het voornemen is dat deze wijzigingsregeling gelijk met de wijziging van het Bouwbesluit 2012 betreffende de deregulering van de woonfunctie en enkele andere wijzigingen in werking treedt, naar verwachting is dat 1 juli 2015.

h.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 7 december 2015, nr. 2015-0000728514, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de veiligheid van betonnen galerijvloeren en het aanwijzen van normen en wijziging van de Regeling energieprestatie gebouwen met betrekking tot de actualisatie van enkele Nationale Beoordelingsrichtlijnen en het vaststellen van een bijlage

Met deze wijzigingsregeling is in de Regeling Bouwbesluit 2012 een voorschrift opgenomen om onderzoek te doen naar de staat van galerijflats met vrij uitkragende galerij- of balkonvloeren die monoliet zijn verbonden aan de achterliggende betonnen verdiepingsvloeren. Op grond van dit voorschrift moet worden geïnventariseerd of er bij dergelijke flats, die vooral zijn gebouwd in de periode 1950-1970, risico op instorting van de galerij- of balkonvloeren bestaat. Ook zijn met deze wijziging de verwijzingen naar een aantal normen in de bijlagen I en II bij de Regeling Bouwbesluit 2012 geactualiseerd. Verder is een onvolkomenheid in een verwijzing in bijlage III bij de Regeling Bouwbesluit 2012 hersteld.

i.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 20 juni 2016, nr. 2016-0000354250, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de veiligheid van zwembaden

Met deze wijzigingsregeling wordt een verplichting in de Regeling Bouwbesluit 2012 opgenomen om onderzoek te doen naar de staat van roestvaststalen constructies in zwembaden. Hiermee wordt gevolg gegeven aan de toezegging ter zake als verwoord in de brief van 14 december 2015 (Kamerstukken II 2015/2016, 28 325 nr. 157).Sinds 2004 is bekend dat in zwembaden roestvaststaal (hierna ook RVS) wordt toegepast dat tot veiligheidsproblemen kan leiden. RVS is een familie van staallegeringen, waarvan sommige soorten gevoelig zijn voor spanningscorrosie, waardoor plotselinge breuk kan optreden. De atmosfeer in zwembaden is door het gebruik van desinfectiemiddelen op basis van chloor agressief voor de meest gebruikelijke soorten RVS. Andere RVS soorten zijn niet gevoelig voor (spannings)corrosie in de zwembadatmosfeer. Deze zogenoemde resistente soorten worden aangeduid met de typenamen 1.4529, 1.4547 en 1.4565. Op basis van NEN-EN 1993-1-4, die op basis van afdeling 2.2 van het Bouwbesluit 2012 van toepassing is, is alleen het gebruik van deze resistente soorten toegestaan bij zowel nieuwbouw als bij verbouw. De veiligheid van niet-resistent RVS in bestaande overdekte zwembaden kon tot 2013 worden aangetoond met jaarlijkse inspecties op basis van de NCC ‘Praktijkrichtlijn voor inspectie en onderhoud van ophangconstructies, bevestigingsmiddelen en voorzieningen in overdekte zwembaden’ uit 2004. Bij brief van 30 september 2013 (Kamerstukken II 2013/14, 28 325, nr. 152) is het TNO-rapport ‘Deskundigenrapport toepassing en inspectie van roestvaststaal (RVS) in zwembaden’ aan de Kamer gezonden. Dit TNO-rapport geeft, uitgaande van de voorschriften van het Bouwbesluit 2012, een actualisering van de beoordeling van roestvaststalen ophangconstructies volgens de bovengenoemde NCC-praktijkrichtlijn uit 2004. TNO adviseert in lijn met genoemde NCC-praktijkrichtlijn om niet-resistent roestvaststalen ophangconstructies in bestaande zwembaden te vervangen. Indien niet wordt vervangen, stelde TNO dat deze constructies minimaal om de 6 maanden moeten worden gecontroleerd op roestvorming. Dit was een aanscherping van de frequentie van één keer per jaar die volgde uit de NCC-handreiking. Genoemd TNO-rapport is ook als uitgangspunt gehanteerd bij het opstellen van de Nederlandse praktijkrichtlijn (NPR) 9200:2015 ‘Metalen ophangconstructies en bevestigingsmiddelen in zwembaden’ die eind december 2015 is gepubliceerd door NEN. In deze NPR wordt echter niet meer uitgegaan van de mogelijkheid om niet-resistent RVS om de 6 maanden te controleren. Aanleiding voor deze wijziging is dat inmiddels duidelijk is dat, in tegenstelling tot hetgeen eerder in het TNO-rapport was aangenomen, het in de praktijk niet mogelijk is om de corrosievorming van het RVS voldoende nauwkeurig te beoordelen. Omdat het daarmee in de praktijk niet mogelijk is om de veiligheid van niet-resistent RVS voldoende te borgen met alleen periodieke inspecties, is het uitgangspunt van de nieuwe onderzoeksplicht dat moet worden aangetoond dat er in het zwembad geen niet-resistent RVS meer aanwezig is op plaatsen waar breuk kan leiden tot persoonlijk letsel.

Verder is met deze regeling een geringe redactionele wijziging aangebracht en zijn twee onvolkomenheden in verwijzingen hersteld.

j.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 23 december 2016, nr. 2016-0000805104, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de toepassing van enkele normen

Met deze wijzigingsregeling worden nadere voorschriften voor de toepassing van een aantal normen gegeven en wordt van een aantal normen een nieuwe versie aangewezen.

k.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 15 december 2017, nr. 2017-0000644894, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot drijvende bouwwerken, de milieuprestatiegrenswaarde, bijna energieneutrale gebouwen en de aansturing van enkele normen

Met deze wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 is een uitwerking gegeven aan de specifieke regelgeving voor drijvende bouwwerken. Verder is de bepalingsmethode voor de milieuprestatiegrenswaarde gewijzigd en is een invulling gegeven aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen. Deze wijzigingen zijn noodzakelijk ter uitwerking van de wijziging van het Bouwbesluit 2012 met ingang van 1 januari 2018, betreffende drijvende bouwwerken, de milieuprestaties en enkele andere wijzigingen (Stb. 2017, 494). Tevens zijn van een aantal NEN-normen de aangestuurde versies gewijzigd.

l.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 27 juni 2018, nr. 2018-0000388367, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de aanwijzing van een nieuwe versie van het CCV-inspectieschema

Met deze wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 wordt een nieuwe versie van het CCV-inspectieschema Brandbeveiliging- Inspectie brandbeveiligingsysteem aangewezen. Deze versie 11.0 (inclusief correctie van 16 januari 2018) van het CCV-inspectieschema Brandbeveiliging- Inspectie brandbeveiligingsysteem komt met ingang van 1 juli 2018 in de plaats van de versie van 1 juni 2015. Versie 11.0 (inclusief correctie van 16 januari 2018) is te raadplegen op de site van het CCV, Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid. In onderdeel 1.6 van versie 11.0 (inclusief correctie van 16 januari 2018) is een schema opgenomen met de wijzigingen die zijn aangebracht ten opzichte van de eerdere versie.

m.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 18 december 2018, nr. 2018-0000963331, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot het aanwijzen van een nieuwe versie van een aantal normen

Met deze wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 zijn van een aantal in het Bouwbesluit 2012 aange-stuurde NEN-normen en NEN-EN-normen nieuwe uitgaves van toepassing verklaard. Hiermee is zeker gesteld dat bij de toepassing van die normen gebruik kan worden gemaakt van de laatste versie.

n.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 26 juni 2019, nr. 2019-0000343502, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot het aanwijzen van een nieuwe versie van het CCV-inspectieschema, van de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken, en van een aantal normen

Met deze wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 is een nieuwe versie van het CCV-inspectieschema Brandbeveiliging - Inspectie brandbeveiligingsysteem aangewezen.

Voorts is voor de bepaling van de milieuprestatie zoals bedoeld in artikel 5.9 van het Besluit een nieuwe versie van de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken aangewezen. Deze nieuwe versie met als datum 1 januari 2019 met inbegrip van het wijzigingsblad van 1 juli 2019 is met ingang van 1 juli 2019 in de plaats gekomen van de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken van november 2014 (met inbegrip van wijzigingsbladen). Met de introductie van deze nieuwe bepalingsmethode is de correctiefactor van 0.4 komen te vervallen.

Daarnaast zijn van een aantal in het Bouwbesluit 2012 aangestuurde NEN-normen en NEN-EN-normen nieuwe uitgaves van toepassing verklaard of correcties van de aansturing doorgevoerd. Hiermee is zeker gesteld dat bij de toepassing van die normen gebruik kan worden gemaakt van de laatste versie.