Contact Service
I Algemeen
Inhoud
Sluit inhoud voor documentview -->
Alles aan
Alles uit
Filterselectie
Gebruiksfuncties
Type
Pagina afdrukken


I Algemeen

1Inleiding

Met de Regeling Bouwbesluit 2012 is een nadere invulling gegeven aan een aantal onderdelen van het Bouwbesluit 2012. Deze regeling zal dan ook gelijk met het Bouwbesluit 2012, naar verwachting 1 april 2012, in werking treden. Zoals het Bouwbesluit 2012 in de plaats komt van het Bouwbesluit 2003, vervangt deze regeling de Regeling Bouwbesluit 2003. Daarnaast zijn diverse voorschriften die onder het Bouwbesluit 2003 in de ministeriële regeling waren opgenomen voortaan in het Bouwbesluit 2012, in NEN-normen, of in een andere regeling zoals bijvoorbeeld de Regeling geluidwerende voorzieningen (RGV) opgenomen. Een belangrijk onderdeel van deze regeling is evenals bij de Regeling Bouwbesluit 2003 het geval was, de aanwijzing van normen. Ook zijn in deze regeling de voorschriften met betrekking tot de CE-markeringen en kwaliteitsverklaringen opgenomen. Hierbij is rekening gehouden met die artikelen van de verordening bouwproducten (verordening van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad (305/2011 PbEU L 88)) die al in werking zijn getreden. Onderwerpen in deze regeling die niet in de Regeling Bouwbesluit 2003 waren opgenomen zijn de nadere prestatievoorschriften voor brandveiligheid waaronder inspectieschema’s van brandveiligheidsinstallaties en opvang- en doorstroomcapaciteit en nadere voorschriften voor duurzaam bouwen en het scheiden van bouw- en sloopafval. Deze regeling volgt wat betreft systematiek en terminologie zo veel mogelijk het Bouwbesluit 2012.

Wijziging van de regeling:

a.Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de correctiefactoren voor de energieprestatiecoëfficiënt en enkele andere wijzigingen

De in deze regeling opgenomen wijzigingen van de Regeling Bouwbesluit 2012 en de Regeling omgevingsrecht houden vooral verband met de inwerkingtreding van afdeling 6.12 en artikel 5.2 van het Bouwbesluit 2012 per 1 juli 2012 en van afdeling 5.2 van het Bouwbesluit 2012 per 1 januari 2013. Afdeling 6.12 heeft betrekking op het veilig onderhoud van gebouwen. Artikel 5.2 betreft de energieprestatiecoëfficiënt en afdeling 5.2 betreft milieu, nieuwbouw. Verder zijn in deze regeling enkele wijzigingen in de aansturing van normen opgenomen en wordt een enkele onjuiste verwijzing gecorrigeerd.

b.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 26 februari 2013, nr. 2013-0000121469, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de toepassing van normen en een wijziging van de Regeling omgevingsrecht

Deze wijzigingsregeling bevat enkele wijzigingen in de aansturing van normen en een enkele verbetering van ondergeschikte aard in de Regeling Bouwbesluit 2012. Verder is in de Regeling omgevingsrecht een procedureel voorschrift met betrekking tot de berekeningsmethodiek van de energieprestatiecoëfficiënt en een daarmee samenhangende begripsbepaling en een aanvulling in de opsomming van de bij een aanvraag om vergunning voor het brandveilig gebruik aan te leveren gegevens en bescheiden opgenomen.

c.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 14 juni 2013, nr. 2013-0000350418, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 betreffende de energieprestatie van gebouwen

Aanleiding voor deze wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 is de vaststelling van richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen (herschikking). Deze herziene richtlijn energieprestatie gebouwen (hierna herziene EPBD of (herziene) richtlijn) bevat een nadere uitwerking en aanscherping van de eerdere richtlijn van 16 december 2002 en heeft als oogmerk de energie-efficiëntie in de gebouwde omgeving verder te stimuleren. De in deze herziene richtlijn geformuleerde Europese doelstellingen zijn mede richtinggevend voor het Plan van aanpak Energiebesparing Gebouwde omgeving dat in februari 2011 aan de Tweede Kamer is gezonden (Kamerstukken II 2010/2011, 30 196, nr. 131). Ter implementatie van deze richtlijn worden de Woningwet, het Besluit energieprestatie gebouwen en het Bouwbesluit 2012, alsmede de bijbehorende ministeriële regelingen gewijzigd. Ook zullen de indieningsvereisten zoals deze in de Regeling omgevingsrecht (Mor) zijn opgenomen aan bovenstaande worden aangepast. Met deze wijziging van Regeling Bouwbesluit 2012 wordt een verdere uitwerking gegeven aan de omzetting in het Bouwbesluit 2012 van de artikelen 7 (maatregelen bij ingrijpende renovatie) en 8 (eisen aan technische bouwsystemen) van de richtlijn.

d.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 4 februari 2014, nr. 2014-0000068608, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot het bouwen in veiligheidszones en plasbrandaandachtsgebieden en een wijziging van de Regeling omgevingsrecht

Deze wijzigingsregeling bevat met name voorschriften die nodig zijn ter uitwerking van afdeling 2.16 van het Bouwbesluit 2012, waarin voorschriften zijn opgenomen voor het bouwen in veiligheidszones en plasbrandaandachtsgebieden. Ook worden met deze regeling nieuwe versies aangewezen van bijlage I en II bij de Regeling Bouwbesluit 2012, waarin is opgenomen welke versie van een in het Bouwbesluit 2012 aangewezen norm van toepassing is. Ook zijn enkele definities en een artikel vervallen als gevolg van de volledige inwerkingtreding van de verordening bouwproducten (305/1011/EU, PbEU L88) met ingang van 1 juli 2013. Daarnaast is het voorschrift met betrekking tot de scheiding van bouw- en sloopafval verder uitgewerkt en is een enkele meer ondergeschikte wijziging aangebracht. Verder is een geringe wijziging van de Regeling omgevingsrecht opgenomen.

De wijzigingsregeling treedt met betrekking tot het bouwen in veiligheidszones en plasbrandaandachtsgebieden in werking op het moment dat afdeling 2.16 van het Bouwbesluit 2012 in werking treedt. Deze datum is in Stb 2015, 92 bepaald op 1 april 2015. De wijzigingen met betrekking tot de inwerkingtreding van de verordening bouwproducten treden in werking met ingang van de dag na uitgifte van de Staatscourant waarin deze wordt geplaatst en werken terug tot en met 1 juli 2013. De overige onderdelen treden op 1 april 2014 in werking gelijktijdig met de inwerkingtreding van de wijziging van het Bouwbesluit 2012 betreffende de brandveiligheid van het bedrijfsmatig houden van dieren, alsmede correcties en verdere vereenvoudigingen van de Bouwbesluit 2012.

e.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 24 november 2014, nr. 2014-000023518, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de aanscherping van de warmteweerstand en de wijziging van de correctiefactoren voor de energieprestatiecoëfficiënt en wijziging van enkele andere regeling

Deze wijzigingsregeling bevat met name de voorschriften die nodig zijn ter uitwerking van de wijzigingen van het Bouwbesluit 2012 met ingang van 1 januari 2015. Genoemde wijziging van het Bouwbesluit 2012 vindt plaats ter implementatie van de richtlijn 2010/31/EU van het Europees parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen (herschikking) (PbEU L153/13). Deze herziene richtlijn energieprestatie (herziene EPBD) bevat een nadere uitwerking en aanscherping van de eerdere richtlijn van 16 december 2002 en heeft als oogmerk de energie-efficiëntie in de gebouwde omgeving verder te stimuleren. Het gaat in deze wijzigingsregeling met name om de bepalingsmethode om de gemiddelde warmtedoorgangscoëfficiënt als bedoeld in het met ingang van 1 januari 2015 gewijzigde artikel 5.3, zesde lid, van het Bouwbesluit 2012 (Stb.2014, 342) te berekenen. Verder is de verwijzing naar ISSO 75.1 geactualiseerd en zijn de correctiefactoren voor de toepassing van NEN 7120 aangepast aan de laatste versie van die norm. Ook zijn voor NEN 1068 en NEN 7120 nieuwe correctiebladen aangewezen.

f.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 12 december 2014, nr. 2014-0000663941, houdende aanpassing van de bedragen, genoemd in de artikelen 1, eerste lid, onderdeel a, en 10, tweede lid, eerste volzin, onderdelen a en b, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, wijziging van de Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte en wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 (inkomensgrenzen inkomensafhankelijke huurverhoging 2015, aanpassing zorgwetgeving, gegevensverstrekking door de huurder en wijziging aanduiding NEN-norm)

In deze regeling is tot slot in de Regeling Bouwbesluit 2012 een omissie rechtgezet.

g.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 18 juni 2015. , nr. 2015-0000335240, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de eisen aan kooldioxidemeters en het aanwijzen van normen

Met deze wijzigingsregeling wordt van een aantal normen een nieuwe versie aangewezen. Nadat op 1 april 2014 nieuwe versies van bijlage I en II bij de Regeling Bouwbesluit 2012 zijn aangewezen (Stcrt. 2014, nr. 4057) is opnieuw een aantal normen aangepast. Dit betekent dat in een aantal gevallen een nieuwe versie van een norm is aangewezen en in andere gevallen dat bij de toepassing van de norm met een aantal afwijkingen daarvan rekening moet worden gehouden. Verder zijn in deze wijzigingsregeling de eisen aan de kooldioxidemeter uitgewerkt en is de verwijzing naar het CCV- inspectieschema Brandbeveiliging geactualiseerd. Voor het bouwbedrijfsleven is het van belang dat deze normen zo snel mogelijk kunnen worden toegepast. Het voornemen is dat deze wijzigingsregeling gelijk met de wijziging van het Bouwbesluit 2012 betreffende de deregulering van de woonfunctie en enkele andere wijzigingen in werking treedt, naar verwachting is dat 1 juli 2015.

h.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 7 december 2015, nr. 2015-0000728514, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de veiligheid van betonnen galerijvloeren en het aanwijzen van normen en wijziging van de Regeling energieprestatie gebouwen met betrekking tot de actualisatie van enkele Nationale Beoordelingsrichtlijnen en het vaststellen van een bijlage

Met deze wijzigingsregeling is in de Regeling Bouwbesluit 2012 een voorschrift opgenomen om onderzoek te doen naar de staat van galerijflats met vrij uitkragende galerij- of balkonvloeren die monoliet zijn verbonden aan de achterliggende betonnen verdiepingsvloeren. Op grond van dit voorschrift moet worden geïnventariseerd of er bij dergelijke flats, die vooral zijn gebouwd in de periode 1950-1970, risico op instorting van de galerij- of balkonvloeren bestaat. Ook zijn met deze wijziging de verwijzingen naar een aantal normen in de bijlagen I en II bij de Regeling Bouwbesluit 2012 geactualiseerd. Verder is een onvolkomenheid in een verwijzing in bijlage III bij de Regeling Bouwbesluit 2012 hersteld.

i.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 20 juni 2016, nr. 2016-0000354250, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de veiligheid van zwembaden

Met deze wijzigingsregeling wordt een verplichting in de Regeling Bouwbesluit 2012 opgenomen om onderzoek te doen naar de staat van roestvaststalen constructies in zwembaden. Hiermee wordt gevolg gegeven aan de toezegging ter zake als verwoord in de brief van 14 december 2015 (Kamerstukken II 2015/2016, 28 325 nr. 157).Sinds 2004 is bekend dat in zwembaden roestvaststaal (hierna ook RVS) wordt toegepast dat tot veiligheidsproblemen kan leiden. RVS is een familie van staallegeringen, waarvan sommige soorten gevoelig zijn voor spanningscorrosie, waardoor plotselinge breuk kan optreden. De atmosfeer in zwembaden is door het gebruik van desinfectiemiddelen op basis van chloor agressief voor de meest gebruikelijke soorten RVS. Andere RVS soorten zijn niet gevoelig voor (spannings)corrosie in de zwembadatmosfeer. Deze zogenoemde resistente soorten worden aangeduid met de typenamen 1.4529, 1.4547 en 1.4565. Op basis van NEN-EN 1993-1-4, die op basis van afdeling 2.2 van het Bouwbesluit 2012 van toepassing is, is alleen het gebruik van deze resistente soorten toegestaan bij zowel nieuwbouw als bij verbouw. De veiligheid van niet-resistent RVS in bestaande overdekte zwembaden kon tot 2013 worden aangetoond met jaarlijkse inspecties op basis van de NCC ‘Praktijkrichtlijn voor inspectie en onderhoud van ophangconstructies, bevestigingsmiddelen en voorzieningen in overdekte zwembaden’ uit 2004. Bij brief van 30 september 2013 (Kamerstukken II 2013/14, 28 325, nr. 152) is het TNO-rapport ‘Deskundigenrapport toepassing en inspectie van roestvaststaal (RVS) in zwembaden’ aan de Kamer gezonden. Dit TNO-rapport geeft, uitgaande van de voorschriften van het Bouwbesluit 2012, een actualisering van de beoordeling van roestvaststalen ophangconstructies volgens de bovengenoemde NCC-praktijkrichtlijn uit 2004. TNO adviseert in lijn met genoemde NCC-praktijkrichtlijn om niet-resistent roestvaststalen ophangconstructies in bestaande zwembaden te vervangen. Indien niet wordt vervangen, stelde TNO dat deze constructies minimaal om de 6 maanden moeten worden gecontroleerd op roestvorming. Dit was een aanscherping van de frequentie van één keer per jaar die volgde uit de NCC-handreiking. Genoemd TNO-rapport is ook als uitgangspunt gehanteerd bij het opstellen van de Nederlandse praktijkrichtlijn (NPR) 9200:2015 ‘Metalen ophangconstructies en bevestigingsmiddelen in zwembaden’ die eind december 2015 is gepubliceerd door NEN. In deze NPR wordt echter niet meer uitgegaan van de mogelijkheid om niet-resistent RVS om de 6 maanden te controleren. Aanleiding voor deze wijziging is dat inmiddels duidelijk is dat, in tegenstelling tot hetgeen eerder in het TNO-rapport was aangenomen, het in de praktijk niet mogelijk is om de corrosievorming van het RVS voldoende nauwkeurig te beoordelen. Omdat het daarmee in de praktijk niet mogelijk is om de veiligheid van niet-resistent RVS voldoende te borgen met alleen periodieke inspecties, is het uitgangspunt van de nieuwe onderzoeksplicht dat moet worden aangetoond dat er in het zwembad geen niet-resistent RVS meer aanwezig is op plaatsen waar breuk kan leiden tot persoonlijk letsel.

Verder is met deze regeling een geringe redactionele wijziging aangebracht en zijn twee onvolkomenheden in verwijzingen hersteld.

j.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 23 december 2016, nr. 2016-0000805104, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de toepassing van enkele normen

Met deze wijzigingsregeling worden nadere voorschriften voor de toepassing van een aantal normen gegeven en wordt van een aantal normen een nieuwe versie aangewezen.

k.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 15 december 2017, nr. 2017-0000644894, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot drijvende bouwwerken, de milieuprestatiegrenswaarde, bijna energieneutrale gebouwen en de aansturing van enkele normen

Met deze wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 is een uitwerking gegeven aan de specifieke regelgeving voor drijvende bouwwerken. Verder is de bepalingsmethode voor de milieuprestatiegrenswaarde gewijzigd en is een invulling gegeven aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen. Deze wijzigingen zijn noodzakelijk ter uitwerking van de wijziging van het Bouwbesluit 2012 met ingang van 1 januari 2018, betreffende drijvende bouwwerken, de milieuprestaties en enkele andere wijzigingen (Stb. 2017, 494). Tevens zijn van een aantal NEN-normen de aangestuurde versies gewijzigd.

l.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 27 juni 2018, nr. 2018-0000388367, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de aanwijzing van een nieuwe versie van het CCV-inspectieschema

Met deze wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 wordt een nieuwe versie van het CCV-inspectieschema Brandbeveiliging- Inspectie brandbeveiligingsysteem aangewezen. Deze versie 11.0 (inclusief correctie van 16 januari 2018) van het CCV-inspectieschema Brandbeveiliging- Inspectie brandbeveiligingsysteem komt met ingang van 1 juli 2018 in de plaats van de versie van 1 juni 2015. Versie 11.0 (inclusief correctie van 16 januari 2018) is te raadplegen op de site van het CCV, Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid. In onderdeel 1.6 van versie 11.0 (inclusief correctie van 16 januari 2018) is een schema opgenomen met de wijzigingen die zijn aangebracht ten opzichte van de eerdere versie.

2Notificatie

De ontwerpregeling is op 20 september 2011 gemeld aan de Commissie van de Europese Unie (notificatienummer 2011/0110/NL) ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van richtlijn nr. 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204), zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 98/48/EG van 20 juli 1998 (PbEG L 217). De meeste bepalingen van deze regeling bevatten mogelijk technische voorschriften in de zin van deze richtlijn (notificatierichtlijn). Deze bepalingen zijn verenigbaar met het vrije verkeer van goederen; zij zijn evenredig en waar nodig voorzien van een gelijkwaardigheidsbepaling met het oog op de wederzijdse erkenning (zie hiervoor artikel 1.3 van het besluit). Door de Commissie zijn geen opmerkingen gemaakt.

Melding aan het Secretariaat van de Wereldhandelsorganisatie ingevolge artikel 2, negende lid, van de op 15 april 1994 te Marrakech tot stand gekomen Overeenkomst inzake technische handelsbelemme-ringen (Trb. 1994, 235) heeft niet plaatsgevonden nu in casu geen sprake is van significante gevolgen voor de handel.

Wijziging van de regeling:

a.Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de correctiefactoren voor de energieprestatiecoëfficiënt en enkele andere wijzigingen

De ontwerpregeling is op 21 maart 2012 gemeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen (notificatienummer 2012/ 0182/NL) ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204), zoals gewijzigd bij Richtlijn 98/48/EG van 20 juli 1998 (PbEG L 217). Artikel I van deze regeling bevat mogelijk technische voorschriften in de zin van deze richtlijn (notificatierichtlijn). Deze bepalingen zijn verenigbaar met het vrije verkeer van goederen; zij zijn evenredig en waar nodig voorzien van een gelijkwaardigheidsbepaling met het oog op de wederzijdse erkenning (zie artikel 1.3 van het Bouwbesluit 2012). De commissie heeft geen opmerkingen gemaakt die tot wijziging moeten leiden.Melding aan het Secretariaat van de Wereldhandelsorganisatie ingevolge artikel 2, negende lid, van de op 15 april 1994 te Marrakech tot stand gekomen Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen (Trb. 1994, 235) heeft niet plaatsgevonden nu in casu geen sprake is van significante gevolgen voor de handel.

b.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 26 februari 2013, nr. 2013-0000121469, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de toepassing van normen en een wijziging van de Regeling omgevingsrecht

De ontwerpregeling is op 5 november 2012 gemeld aan de Europese Commissie (notificatienummer 2012/618/NL) ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204), zoals gewijzigd bij Richtlijn 98/48/EG van 20 juli 1998 (PbEG L 217). Artikel I van deze regeling bevat mogelijk technische voorschriften in de zin van deze richtlijn (notificatierichtlijn). Deze bepalingen zijn verenigbaar met het vrije verkeer van goederen; zij zijn evenredig en waar nodig voorzien van een gelijkwaardigheidsbepaling met het oog op de wederzijdse erkenning (zie artikel 1.3 van het Bouwbesluit 2012).Er zijn geen opmerkingen van de Commissie ontvangen.Melding aan het Secretariaat van de Wereldhandelsorganisatie ingevolge artikel 2, negende lid, van de op 15 april 1994 te Marrakech tot stand gekomen Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen (Trb. 1994, 235) heeft niet plaatsgevonden nu in casu geen sprake is van significante gevolgen voor de handel.

c.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 14 juni 2013, nr. 2013-0000350418, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 betreffende de energieprestatie van gebouwen

De ontwerpregeling is op 28 januari 2013 gemeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen (notificatienummer 2013/ 0053/NL) ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204), zoals gewijzigd bij Richtlijn 98/48/EG van 20 juli 1998 (PbEG L 217). Artikel I van deze regeling bevat mogelijk technische voorschriften in de zin van deze richtlijn (notificatierichtlijn). Deze bepalingen zijn verenigbaar met het vrije verkeer van goederen; zij zijn evenredig en waar nodig voorzien van een gelijkwaardigheidsbepaling met het oog op de wederzijdse erkenning (zie artikel 1.3 van het Bouwbesluit 2012).

Er zijn geen opmerkingen van de Commissie ontvangen.

Melding aan het Secretariaat van de Wereldhandelsorganisatie ingevolge artikel 2, negende lid, van de op 15 april 1994 te Marrakech tot stand gekomen Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen (Trb. 1994, 235) heeft niet plaatsgevonden, nu in casu geen sprake is van significante gevolgen voor de handel.

d.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 4 februari 2014, nr. 2014-0000068608, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot het bouwen in veiligheidszones en plasbrandaandachtsgebieden en een wijziging van de Regeling omgevingsrecht

De ontwerpregeling, met uitzondering van artikel I, onderdelen A en B, is op 28 oktober 2013 gemeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen (notificatienummer 2013/ 0592/NL) ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204), zoals gewijzigd bij Richtlijn 98/48/EG van 20 juli 1998 (PbEG L 217). De wijzigingen van artikel I, onderdelen A en B, zijn op 9 juli 2013 gemeld gemeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen (notificatienummer 2013/0380/NL).

Artikel I van deze regeling bevat mogelijk technische voorschriften in de zin van deze richtlijn (notificatierichtlijn). Deze bepalingen zijn verenigbaar met het vrije verkeer van goederen; zij zijn evenredig en waar nodig voorzien van een gelijkwaardigheidsbepaling met het oog op de wederzijdse erkenning (zie hiervoor artikel 1.3 van het Bouwbesluit 2012).

Er zijn geen opmerkingen van de Commissie ontvangen.

Melding aan het Secretariaat van de Wereldhandelsorganisatie ingevolge artikel 2, negende lid, van de op 15 april 1994 te Marrakech tot stand gekomen Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen (Trb. 1994, 235) heeft niet plaatsgevonden nu in casu geen sprake is van significante gevolgen voor de handel.

e.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 24 november 2014, nr. 2014-000023518, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de aanscherping van de warmteweerstand en de wijziging van de correctiefactoren voor de energieprestatiecoëfficiënt en wijziging van enkele andere regelingen

De ontwerpregeling is op 22 juli 2014 gemeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen (notificatienummer 2014/0356/NL) ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van Richtlijn 98/34/EG van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204), zoals gewijzigd bij Richtlijn 98/48/EG van 20 juli 1998 (PbEG L 217). Artikel I van deze regeling bevat mogelijk technische voorschriften in de zin van deze richtlijn (notificatierichtlijn). Deze bepalingen zijn verenigbaar met het vrije verkeer van goederen; zij zijn evenredig en waar nodig voorzien van een gelijkwaardigheidsbepaling met het oog op de wederzijdse erkenning (zie artikel 1.3 van het Bouwbesluit 2012).

Van de Commissie zijn geen opmerkingen ontvangen.

Melding aan het Secretariaat van de Wereldhandelsorganisatie ingevolge artikel 2, negende lid, van de op 15 april 1994 te Marrakech tot stand gekomen Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen (Trb. 1994, 235) heeft niet plaatsgevonden nu in casu geen sprake is van significante gevolgen voor de handel.

f.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 12 december 2014, nr. 2014-0000663941, houdende aanpassing van de bedragen, genoemd in de artikelen 1, eerste lid, onderdeel a, en 10, tweede lid, eerste volzin, onderdelen a en b, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, wijziging van de Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte en wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 (inkomensgrenzen inkomensafhankelijke huurverhoging 2015, aanpassing zorgwetgeving, gegevensverstrekking door de huurder en wijziging aanduiding NEN-norm)

De regeling is niet genotificeerd

g.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 18 juni 2015. , nr. 2015-0000335240, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de eisen aan kooldioxidemeters en het aanwijzen van normen.

Deze ontwerpregeling is op 11 maart 2015 gemeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen (notificatienummer 2015/0116/NL) ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204), zoals gewijzigd bij Richtlijn 98/48/EG van 20 juli 1998 (PbEG L 217). Onderdeel H en een deel van onderdeel G van deze ontwerpregeling zijn al op 23 september 2014 gemeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen (notificatienummer 2014/0460/NL) ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204), zoals gewijzigd bij Richtlijn 98/48/EG van 20 juli 1998 (PbEG L 217). Artikel I van deze regeling bevat mogelijk technische voorschriften in de zin van deze richtlijn (notificatierichtlijn). Deze bepalingen zijn verenigbaar met het vrije verkeer van is goederen; zij zijn evenredig en waar nodig voorzien van een gelijkwaardigheidsbepaling met het oog op de wederzijdse erkenning (zie artikel 1.3 van het Bouwbesluit 2012). Van de Commissie zijn geen opmerkingen ontvangen. Melding aan het Secretariaat van de Wereldhandelsorganisatie ingevolge artikel 2, negende lid, van de op 15 april 1994 te Marrakech tot stand gekomen Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen (Trb. 1994, 235) heeft niet plaatsgevonden nu in casu geen sprake is van significante gevolgen voor de handel.

h.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 7 december 2015, nr. 2015-0000728514, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de veiligheid van betonnen galerijvloeren en het aanwijzen van normen en wijziging van de Regeling energieprestatie gebouwen met betrekking tot de actualisatie van enkele Nationale Beoordelingsrichtlijnen en het vaststellen van een bijlage

Artikel I van deze ontwerpregeling is op 7 augustus 2015 gemeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen (notificatienummer 2015/0471/NL) ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204), zoals gewijzigd bij Richtlijn 98/48/EG van 20 juli 1998 (PbEG L 217).

Artikel I van deze regeling bevat mogelijk technische voorschriften in de zin van deze richtlijn (notificatierichtlijn). Deze bepalingen zijn verenigbaar met het vrije verkeer van goederen; zij zijn evenredig en waar nodig voorzien van een gelijkwaardigheidsbepaling met het oog op de wederzijdse erkenning (zie artikel 1.3 van het Bouwbesluit 2012).

Van de Commissie zijn geen opmerkingen ontvangen.

Melding aan het Secretariaat van de Wereldhandelsorganisatie ingevolge artikel 2, negende lid, van de op 15 april 1994 te Marrakech tot stand gekomen Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen (Trb. 1994, 235) heeft niet plaatsgevonden nu in casu geen sprake is van significante gevolgen voor de handel.

i.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 20 juni 2016, nr. 2016-0000354250, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de veiligheid van zwembaden

Artikel I van deze ontwerpregeling is op 9 maart 2016 gemeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen (notificatienummer 2016/0118/NL) ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204), zoals gewijzigd bij Richtlijn 98/48/EG van 20 juli 1998 (PbEG L 217).

Deze regeling bevat mogelijk technische voorschriften in de zin van deze richtlijn (notificatierichtlijn). Deze bepalingen zijn verenigbaar met het vrije verkeer van goederen; zij zijn evenredig en waar nodig voorzien van een gelijkwaardigheidsbepaling met het oog op de wederzijdse erkenning (zie artikel 1.3 van het Bouwbesluit 2012).

Van de Commissie zijn geen opmerkingen ontvangen.

Melding aan het Secretariaat van de Wereldhandelsorganisatie ingevolge artikel 2, negende lid, van de op 15 april 1994 te Marrakech tot stand gekomen Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen (Trb. 1994, 235) heeft niet plaatsgevonden nu in casu geen sprake is van significante gevolgen voor de handel.

j.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 23 december 2016, nr. 2016-0000805104, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de toepassing van enkele normen

De ontwerpregeling is op 21 september 2016 gemeld aan de Europese Commissie (notificatienummer 2016/503/NL) ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204), zoals gewijzigd bij Richtlijn 98/48/EG van 20 juli 1998 (PbEG L 217).Deze regeling bevat technische voorschriften in de zin van deze richtlijn (notificatierichtlijn). Deze bepalingen zijn verenigbaar met het vrije verkeer van goederen; zij zijn evenredig en waar nodig voorzien van een gelijkwaardigheidsbepaling met het oog op de wederzijdse erkenning (zie artikel 1.3 van het Bouwbesluit 2012).Van de Commissie zijn geen opmerkingen ontvangen.Melding aan het Secretariaat van de Wereldhandelsorganisatie ingevolge artikel 2, negende lid, van de op 15 april 1994 te Marrakech tot stand gekomen Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen (Trb. 1994, 235) heeft niet plaatsgevonden nu in casu geen sprake is van significante gevolgen voor de handel.

k.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 15 december 2017, nr. 2017-0000644894, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot drijvende bouwwerken, de milieuprestatiegrenswaarde, bijna energieneutrale gebouwen en de aansturing van enkele normen

De ontwerpregeling is op 7 september 2017 ingevolge artikel 5, eerste lid, van Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende diensten van de informatiemaatschappij (codificatie) (PbEU 2015, L241) voorgelegd aan de Europese Commissie (notificatienummer 2017/0426/NL). De meeste bepalingen van dit besluit bevatten mogelijk technische voorschriften in de zin van deze richtlijn. Deze bepalingen zijn verenigbaar met het vrije verkeer van goederen; zij zijn evenredig en waar nodig voorzien van een gelijkwaardigheidsbepaling met het oog op de wederzijdse erkenning (zie artikel 1.3 van het Bouwbesluit 2012). Van de Commissie is geen reactie ontvangen.

Melding aan het Secretariaat van de Wereldhandelsorganisatie ingevolge artikel 2, negende lid, van de op 15 april 1994 te Marrakech tot stand gekomen Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen (Trb. 1994, 235) heeft niet plaatsgevonden nu in casu geen sprake is van significante gevolgen voor de handel.

l.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 27 juni 2018, nr. 2018-0000388367, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de aanwijzing van een nieuwe versie van het CCV-inspectieschema

De ontwerpregeling is op 5 maart 2018 ingevolge artikel 5, eerste lid, van Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende diensten van de informatiemaatschappij (codificatie) (PbEU 2015, L241) voorgelegd aan de Europese Commissie (notificatienummer 2018/0090/NL). De bepaling van deze regeling bevatten mogelijk technische voorschriften in de zin van deze richtlijn. Deze bepaling is verenigbaar met het vrije verkeer van goederen; zij is evenredig en voorzien van een gelijkwaardigheidsbepaling met het oog op de wederzijdse erkenning (zie artikel 1.3 van het Bouwbesluit 2012). Van de Commissie is geen reactie ontvangen.

Melding aan het Secretariaat van de Wereldhandelsorganisatie ingevolge artikel 2, negende lid, van de op 15 april 1994 te Marrakech tot stand gekomen Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen (Trb. 1994, 235) heeft niet plaatsgevonden nu in casu geen sprake is van significante gevolgen voor de handel.

3Gevolgde procedure en inspraak

De ontwerpregeling is aan een groot aantal betrokken organisaties voorgelegd. Ook is het ontwerp voorgelegd aan het Overlegplatform Bouwregelgeving. Waar nodig is de regeling naar aanleiding van de ontvangen reacties aangepast.

Wijziging van de regeling:

a.Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de correctiefactoren voor de energieprestatiecoëfficiënt en enkele andere wijzigingen

De ontwerpregeling is voorgelegd aan het Overlegplatform Bouwregelgeving.

b.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 26 februari 2013, nr. 2013-0000121469, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de toepassing van normen en een wijziging van de Regeling omgevingsrecht

Het concept is voorgelegd aan het Overlegplatform Bouwregelgeving. Er is geen commentaar op het concept ontvangen.

c.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 14 juni 2013, nr. 2013-0000350418, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 betreffende de energieprestatie van gebouwen

De conceptregeling is aan een aantal betrokken organisaties voorgelegd. Ook is het concept voorgelegd aan het Overlegplatform Bouwregelgeving. De regeling is naar aanleiding van de ontvangen reacties vereenvoudigd.

d.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 4 februari 2014, nr. 2014-0000068608, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot het bouwen in veiligheidszones en plasbrandaandachtsgebieden en een wijziging van de Regeling omgevingsrecht

Het concept is voorgelegd aan het Overlegplatform Bouwregelgeving. Er is geen commentaar op het concept ontvangen.

e.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 24 november 2014, nr. 2014-000023518, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de aanscherping van de warmteweerstand en de wijziging van de correctiefactoren voor de energieprestatiecoëfficiënt en wijziging van enkele andere regelingen

De inhoud van deze regeling is besproken met het Overlegplatform bouwregelgeving(OPB).

f.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 12 december 2014, nr. 2014-0000663941, houdende aanpassing van de bedragen, genoemd in de artikelen 1, eerste lid, onderdeel a, en 10, tweede lid, eerste volzin, onderdelen a en b, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, wijziging van de Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte en wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 (inkomensgrenzen inkomensafhankelijke huurverhoging 2015, aanpassing zorgwetgeving, gegevensverstrekking door de huurder en wijziging aanduiding NEN-norm)

De regeling is niet voorgelegd aan de JTC en het OPB.

g.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 18 juni 2015. , nr. 2015-0000335240, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de eisen aan kooldioxidemeters en het aanwijzen van normen.

De inhoud van deze regeling is besproken met de Juridisch Technische Commissie (JTC) van het Overlegplatform bouwregelgeving (OPB).

h.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 7 december 2015, nr. 2015-0000728514, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de veiligheid van betonnen galerijvloeren en het aanwijzen van normen en wijziging van de Regeling energieprestatie gebouwen met betrekking tot de actualisatie van enkele Nationale Beoordelingsrichtlijnen en het vaststellen van een bijlage

De inhoud van artikel I van deze regeling is voorgelegd aan de Juridisch Technische Commissie (JTC) van het Overlegplatform bouwregelgeving (OPB). Dit leidde niet tot wijzigingen.

i.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 20 juni 2016, nr. 2016-0000354250, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de veiligheid van zwembaden

De inhoud van deze wijzigingsregeling is voorgelegd aan de Juridisch Technische Commissie (JTC) van het Overlegplatform bouwregelgeving (OPB). Deze commissie stemt in met het instellen van een onderzoeksverplichting naar de staat van roestvaststalen constructies in zwembaden.

j.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 23 december 2016, nr. 2016-0000805104, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de toepassing van enkele normen

De in deze wijzigingsregeling opgenomen normen zijn voorgelegd aan de Juridisch Technische Commissie (JTC) van het Overlegplatform bouwregelgeving (OPB). Deze commissie stemt hiermee in.

k.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 15 december 2017, nr. 2017-0000644894, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot drijvende bouwwerken, de milieuprestatiegrenswaarde, bijna energieneutrale gebouwen en de aansturing van enkele normen

De in deze wijzigingsregeling opgenomen onderdelen zijn voorgelegd aan de Juridisch Technische Commissie (JTC) van het Overlegplatform bouwregelgeving (OPB). Naar aanleiding van de in de JTC gemaakte opmerkingen over de drijvende bouwwerken zijn enkele relatief ondergeschikte wijzigingen doorgevoerd.

l.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 27 juni 2018, nr. 2018-0000388367, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de aanwijzing van een nieuwe versie van het CCV-inspectieschema

Deze wijzigingsregeling is voorgelegd aan de Juridisch Technische Commissie (JTC) van het Overlegplatform bouwregelgeving (OPB). Het JTC heeft geen opmerkingen.

4Code Interbestuurlijke Verhoudingen

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft aangegeven geen gebruik te willen maken van haar formele adviesbevoegdheid als bedoeld in de Code Interbestuurlijke Verhoudingen.

Wijziging van de regeling:

a.Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de correctiefactoren voor de energieprestatiecoëfficiënt en enkele andere wijzigingen

De VNG maakt geen gebruik van haar formele adviesbevoegdheid als bedoeld in de Code interbestuurlijke verhoudingen. Zij heeft ambtelijk aangegeven geen opmerkingen op het ontwerp van deze regeling te hebben.

b.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 26 februari 2013, nr. 2013-0000121469, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de toepassing van normen en een wijziging van de Regeling omgevingsrecht

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft aangegeven ten aanzien van het ontwerp van dit besluit geen gebruik te willen maken van haar formele adviesbevoegdheid als bedoeld in de Code interbestuurlijke verhoudingen.

c.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 14 juni 2013, nr. 2013-0000350418, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 betreffende de energieprestatie van gebouwen

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft aangegeven ten aanzien van het ontwerp van deze regeling geen gebruik te willen maken van haar formele adviesbevoegdheid als bedoeld in de Code interbestuurlijke verhoudingen.

d.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 4 februari 2014, nr. 2014-0000068608, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot het bouwen in veiligheidszones en plasbrandaandachtsgebieden en een wijziging van de Regeling omgevingsrecht

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft aangegeven ten aanzien van het ontwerp van deze regeling geen gebruik te willen maken van haar formele adviesbevoegdheid als bedoeld in de Code interbestuurlijke verhoudingen.

e.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 24 november 2014, nr. 2014-000023518, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de aanscherping van de warmteweerstand en de wijziging van de correctiefactoren voor de energieprestatiecoëfficiënt en wijziging van enkele andere regelingen

De VNG maakt geen gebruik van haar formele adviesbevoegdheid als bedoeld in de Code interbestuurlijke verhoudingen. Zij heeft ambtelijk aangegeven geen opmerkingen op het ontwerp van deze regeling te hebben

f.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 12 december 2014, nr. 2014-0000663941, houdende aanpassing van de bedragen, genoemd in de artikelen 1, eerste lid, onderdeel a, en 10, tweede lid, eerste volzin, onderdelen a en b, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, wijziging van de Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte en wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 (inkomensgrenzen inkomensafhankelijke huurverhoging 2015, aanpassing zorgwetgeving, gegevensverstrekking door de huurder en wijziging aanduiding NEN-norm)

De regeling is niet aan de VNG voorgelegd voor de wijziging van onderhavige regeling.

g.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 18 juni 2015. , nr. 2015-0000335240, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de eisen aan kooldioxidemeters en het aanwijzen van normen.

De Vereniging van Nederlandse gemeenten heeft aangegeven ten aanzien van het ontwerp van deze regeling geen gebruik te willen maken van haar formele adviesbevoegdheid als bedoeld in de Code interbestuurlijke verhoudingen.

h.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 7 december 2015, nr. 2015-0000728514, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de veiligheid van betonnen galerijvloeren en het aanwijzen van normen en wijziging van de Regeling energieprestatie gebouwen met betrekking tot de actualisatie van enkele Nationale Beoordelingsrichtlijnen en het vaststellen van een bijlage

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft aangegeven in te stemmen met het ontwerp van artikel I.

i.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 20 juni 2016, nr. 2016-0000354250, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de veiligheid van zwembaden

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft aangegeven in te stemmen met de inhoud van deze wijzigingsregeling.

j.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 23 december 2016, nr. 2016-0000805104, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de toepassing van enkele normen

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft aangegeven in te stemmen met de inhoud van deze wijzigingsregeling.

k.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 15 december 2017, nr. 2017-0000644894, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot drijvende bouwwerken, de milieuprestatiegrenswaarde, bijna energieneutrale gebouwen en de aansturing van enkele normen

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft aangegeven in te stemmen met de inhoud van deze wijzigingsregeling.

l.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 27 juni 2018, nr. 2018-0000388367, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de aanwijzing van een nieuwe versie van het CCV-inspectieschema

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft aangegeven in te stemmen met de inhoud van deze wijzigingsregeling

5Toetsing administratieve lasten

De ontwerpregeling is niet voorgelegd aan het Adviescollege toetsing administratieve lasten. Het gaat in deze regeling alleen om het uitwerken van voorschriften uit het Bouwbesluit 2012. Dit betekent dat er geen reeds bestaande of nieuwe eisen worden aangescherpt, zodat geen sprake is van nieuwe of extra administratieve lasten.

Wijziging van de regeling:

a.Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de correctiefactoren voor de energieprestatiecoëfficiënt en enkele andere wijzigingen
1.Administratieve lasten

Het gaat in deze wijzigingsregeling alleen om het uitwerken van voorschriften uit het Bouwbesluit 2012. Dit betekent dat er in principe geen sprake is van nieuwe of extra administratieve lasten als gevolg van deze regeling. Er is wel sprake van een lastenverhoging als uitvloeisel van de inwerkingtreding van de afdelingen 6.12 (per 1 juli 2012) en 5.2 (per 1 januari 2013) van het Bouwbesluit 2012. Op basis van het rapport ‘Administratieve lastentoets indieningsvereisten wijzigingsregeling Mor’ (SIRA, oktober 2011) kan worden vastgesteld dat de bepalingen over veilig onderhoud gebouwen leiden tot een verhoging van de administratieve lasten per jaar van € 547.000 voor bedrijven en 1.900 uur voor burgers. De administratieve lasten die voortvloeien uit de voorschriften over de milieubelasting van het gebouw als gevolg van de toe te passen materialen zullen op basis van datzelfde onderzoek jaarlijks naar verwachting ongeveer € 14.500.000 voor bedrijven bedragen.

2.Bestuurlijke lasten

De gevolgen van het Bouwbesluit 2012 voor de bestuurlijke lasten zijn reeds in beeld gebracht in de nota van toelichting bij dat besluit. De onderhavige wijzigingsregeling heeft geen nieuwe gevolgen voor die lasten.

b.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 26 februari 2013, nr. 2013-0000121469, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de toepassing van normen en een wijziging van de Regeling omgevingsrecht
1.Algemeen

Deze regeling leidt niet tot een wijziging van de regeldruk. De voorschriften hebben met name betrekking op verbetering van bestaande artikelen, en wat betreft de wijziging van de Regeling omgevingsrecht, uitwerking van een voorschrift uit het Bouwbesluit 2012.

2.Administratieve lasten

Deze wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 en van de Regeling omgevingsrecht leidt tot eenmalige administratieve lasten voor die bedrijven en overheden die kennis moeten nemen van de inhoud van deze regeling. Het gaat om circa 600 partijen, te weten gemeenten, grote adviesbureaus, installateurs en aannemers. Deze partijen zullen gemiddeld eenmaal een uur besteden ter waarde van gemiddeld € 50. De totale lasten bedragen hiermee circa € 30.000. De vraag of er voldoende aandacht is besteed aan alternatieven die mogelijk minder lasten met zich meebrengen is hier niet relevant. Het gaat in deze wijzigingsregeling met name om de consequenties van het wijzigen van normen, het aanwijzen van nieuwe normen en een BRL en het uitwerken van normen die in het Bouwbesluit 2012 zijn aangewezen. De administratieve lasten van het Bouwbesluit 2012 zijn reeds in beeld gebracht in de nota van toelichting bij dat besluit.

3.Bestuurlijke lasten

Deze wijzigingsregeling leidt, omdat het alleen gaat om uitwerking van de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012, niet tot bestuurlijke lasten. De bestuurlijke lasten van het Bouwbesluit 2012 zijn reeds in beeld gebracht in de nota van toelichting bij dat besluit.

c.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 14 juni 2013, nr. 2013-0000350418, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 betreffende de energieprestatie van gebouwen
1.Algemeen

Deze regeling leidt niet tot een wijziging van de regeldruk. De voorschriften zijn met name een uitwerking van de artikelen 5.6, derde lid, en 6.55 van het Bouwbesluit 2012.

2.Administratieve lasten

Deze wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 en van de Regeling omgevingsrecht leidt tot eenmalige administratieve lasten voor die bedrijven en overheden die kennis moeten nemen van de inhoud van deze regeling. Het gaat om circa 600 partijen, te weten gemeenten, grote adviesbureaus, installateurs en aannemers. Deze partijen zullen gemiddeld eenmaal een uur besteden ter waarde van gemiddeld € 50. De totale lasten bedragen hiermee circa € 30.000. De vraag of er voldoende aandacht is besteed aan alternatieven die mogelijk minder lasten met zich meebrengen is hier niet relevant. Het gaat in deze wijzigingsregeling met name om uitwerking van voorschriften in het Bouwbesluit. De administratieve lasten van de desbetreffende wijziging van het Bouwbesluit 2012 zijn reeds in beeld gebracht in de nota van toelichting bij dat besluit.

3.Bestuurlijke lasten

Deze wijzigingsregeling leidt, omdat het alleen gaat om uitwerking van de artikelen 5.6, derde lid, en 6.55 van het Bouwbesluit 2012, niet tot bestuurlijke lasten. De bestuurlijke lasten van de desbetreffende wijziging van het Bouwbesluit 2012 zijn reeds in beeld gebracht in de nota van toelichting bij dat besluit.

d.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 4 februari 2014, nr. 2014-0000068608, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot het bouwen in veiligheidszones en plasbrandaandachtsgebieden en een wijziging van de Regeling omgevingsrecht
1. Algemeen

Deze regeling leidt niet tot een significante wijziging van de regeldruk. Dit blijkt uit het rapport ‘Effectmeting wijziging bouwregelgeving, Doorrekening van de effecten van de wijzigingen van het Bouwbesluit 2012 en de Regeling Bouwbesluit 2012 op de administratieve lasten en nalevingskosten voor bedrijven en burgers en de bestuurlijke lasten van de overheid’ (SIRA, juli 2013). Met uitzondering van de in de onderdelen E en G opgenomen voorschriften zijn de regeldrukeffecten van deze wijzigingsregeling neutraal. Daarbij wordt opgemerkt dat de voorschriften in deze wijzigingsregeling, met uitzondering van de onderdelen A en B uitsluitend zijn ter uitwerking van voorschriften uit het Bouwbesluit 2012. De onderdelen A en B betreffen het vervallen van begripsbepalingen en aanpassing van een artikel als gevolg van de inwerkingtreding van de verordening bouwproducten.

2. Nalevingskosten

Het voorschrift met betrekking tot het opnemen van een zelfsluitende deur bij nieuwbouw portiekwoningen (onderdeel E), leidt, uitgaande van 10.000 nieuwe portiekwoningen per jaar, tot nalevingskosten van € 8.000.000 op jaarbasis.

Uit bovengenoemd Sira-rapport blijkt tevens dat het voorschrift dat verplicht tot het verder scheiden van afvalstoffen (onderdeel G) wellicht tot een toename van de nalevingskosten leidt. Het is echter niet mogelijk gebleken die te kwantificeren.

3. Administratieve lasten

Het gaat in deze regeling om het uitwerken van voorschriften uit het Bouwbesluit 2012. Dit betekent dat er geen reeds bestaande of nieuwe eisen worden aangescherpt, zodat er geen sprake is van nieuwe of extra administratieve lasten.

4. Bestuurlijke lasten

Deze wijzigingsregeling leidt, omdat het gaat om uitwerking van voorschriften uit het Bouwbesluit 2012, niet of nauwelijks tot bestuurlijke lasten. De bestuurlijke lasten van het Bouwbesluit 2012 zijn reeds in beeld gebracht in de nota van toelichting bij dat besluit.

e.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 24 november 2014, nr. 2014-000023518, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de aanscherping van de warmteweerstand en de wijziging van de correctiefactoren voor de energieprestatiecoëfficiënt en wijziging van enkele andere regelingen
1. Algemeen

De gevolgen van de wijziging van het Bouwbesluit 2012 per 1 januari 2015 voor de bestuurlijke lasten zijn reeds in beeld gebracht in de nota van toelichting bij dat besluit. De onderhavige wijzigingsregeling heeft geen nieuwe gevolgen voor die lasten

f.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 12 december 2014, nr. 2014-0000663941, houdende aanpassing van de bedragen, genoemd in de artikelen 1, eerste lid, onderdeel a, en 10, tweede lid, eerste volzin, onderdelen a en b, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, wijziging van de Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte en wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 (inkomensgrenzen inkomensafhankelijke huurverhoging 2015, aanpassing zorgwetgeving, gegevensverstrekking door de huurder en wijziging aanduiding NEN-norm)
1. Algemeen

De onderhavige wijzigingsregeling heeft geen gevolgen voor de bestuurlijke lasten.

g.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 18 juni 2015. , nr. 2015-0000335240, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de eisen aan kooldioxidemeters en het aanwijzen van normen.
1. Algemeen

Het gaat in deze wijzigingsregeling voornamelijk om het aanwijzen van nieuwe versies van in het Bouwbesluit 2012 aangewezen normen en van het CCV- inspectieschema Brandbeveiliging. Ook de andere onderwerpen in de regeling, zoals de eisen aan de kooldioxidemeter zijn ter uitwerking van wijzigingen van het Bouwbesluit 2012 Dit betekent dat er in principe geen sprake kan zijn van nieuwe of extra administratieve lasten als gevolg van deze regeling.

2. Bestuurlijke lasten

Omdat hier met name sprake is van het aanwijzen van nieuwe versies van in het Bouwbesluit 2012 aangewezen normen en van de uitwerking van wijzigingen van het Bouwbesluit 2012 heeft de onderhavige wijzigingsregeling geen gevolgen voor die lasten.

h.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 7 december 2015, nr. 2015-0000728514, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de veiligheid van betonnen galerijvloeren en het aanwijzen van normen en wijziging van de Regeling energieprestatie gebouwen met betrekking tot de actualisatie van enkele Nationale Beoordelingsrichtlijnen en het vaststellen van een bijlage

De regeldrukeffecten van de onderzoeksverplichting (artikel I, onderdeel B) zijn in kaart gebracht in het onderzoek ‘Regeldrukeffecten wijziging Regeling Bouwbesluit 2012, Veiligheid van betonnen galerijvloeren’ (Sira 27 november 2015). De nieuwe verplichting heeft geen structureel effect op de administratieve lasten voor burgers en bedrijven, noch op de nalevingskosten voor bedrijven.

i.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 20 juni 2016, nr. 2016-0000354250, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de veiligheid van zwembaden

De regeldrukeffecten van de onderzoeksverplichting (Artikel I, onderdeel B) zijn in kaart gebracht in het onderzoek “Effectmeting wijziging Regeling Bouwbesluit 2012 Roestvaststalen (RVS) constructies in zwembaden” (Sira 10 mei 2016).

De onderzoeksverplichting naar de staat van roestvaststalen onderdelen in bestaande zwembaden heeft wel een eenmalig effect op de administratieve lasten. Deze nemen namelijk eenmalig toe met een bedrag tussen de € 1,6 miljoen en de € 2,3 miljoen. Hierbij is uitgegaan van 692-1033 zwembaden en onderzoekskosten ten bedrage van € 2.250 per zwembad.

De wijziging heeft geen effect op de structurele administratieve lasten noch op de (eenmalige en structurele) inhoudelijke nalevingskosten.

Voor het bedrijfsleven zijn er geen inhoudelijke nalevingskosten, omdat de wijziging geen nieuwe structurele inhoudelijke verplichtingen schept.

Hoewel uit het onderzoeksrapport niet mag blijken dat niet-resistent RVS resteert in het zwembad, volgen eventuele nalevingskosten die worden gemaakt om gevaarlijke niet-resistente RVS-delen te vervangen of te verwijderen niet uit de voorliggende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012. Dergelijke nalevingskosten zijn een gevolg van het eerder niet of niet volledig voldoen aan al bestaande regelgeving.

De invoering van de onderzoeksverplichting verandert niets aan de taken en verplichte handelingen voor het bevoegd gezag (de gemeente). Daardoor zijn er geen gevolgen voor de bestuurlijke lasten, aldus bovengenoemd Sira rapport.

De wijzigingen in de onderdelen A, C en D van deze wijziging hebben geen effect op de lasten.

j.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 23 december 2016, nr. 2016-0000805104, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de toepassing van enkele normen

De onderdelen A, B en C van artikel I over de artikelen 5.1 (NEN 1006) en 5.1a (NEN 1010) en 5.8a (NEN 5086) hebben geen regeldrukeffecten. De onderdelen D en E van artikel I betreffen het aansturen van nieuwe versies van normen. Vanuit NEN is aangegeven dat het gebruiken van deze nieuwe versies in principe niet leidt tot lastenverzwaring. Een uitzondering hierop betreft de aansturing van de nieuwe NEN-EN 1997-1. In deze norm wordt de puntdraagkracht van funderingspalen met 30% gereduceerd ten opzichte van de eerdere norm. Uit onderzoek is gebleken dat voorgestane veiligheidsniveau van het Bouwbesluit 2012 niet aantoonbaar gehaald kan worden met de paaldraagkrachtfactoren die volgen uit de eerdere versie van de norm. Vergelijking met buitenlandse normen bevestigt dit. Aansturing van deze nieuwe norm leidt naar schatting tot een kostenstijging voor de bouwsector van 20 tot 30 miljoen euro per jaar (nalevingskosten). Deze extra kosten worden veroorzaakt door de noodzaak van het installeren van meer palen, of langere palen, of palen met een grotere diameter, en de bijbehorende installatiekosten per bouwwerk om de paalpuntreductie van 30% ten opzichte van het verleden te overbruggen. Deze wijziging geldt alleen voor nieuwbouw.

k.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 15 december 2017, nr. 2017-0000644894, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot drijvende bouwwerken, de milieuprestatiegrenswaarde, bijna energieneutrale gebouwen en de aansturing van enkele normen

Voor de regeldrukaspecten van de onderdelen drijvende bouwwerken en de milieugrenswaarde van deze regeling wordt verwezen naar het onderzoeksrapport “Effectmeting wijzigingen Bouwbesluit 2012, Drijvende Bouwwerken, milieuprestatiegrenswaarden en de label-C plicht voor kantoren” (Sira, 16 mei 2017). In dit rapport wordt ingegaan op de gevolgen voor de regeldruk van de wijziging van het Bouwbesluit 2012 met ingang van 1 januari 2018, betreffende drijvende bouwwerken, de milieuprestaties en enkele andere wijzigingen (Stb. 2017, 494). Omdat de eisen met betrekking tot drijvende bouwwerken en de milieugrenswaarde in deze regeling een uitwerking zijn van de eisen in de hiervoor genoemde wijziging van het Bouwbesluit 2012, heeft deze wijzigingsregeling wat betreft deze onderdelen geen zelfstandige effecten op de regeldruk. Zie ook onderdeel 5 van het algemeen deel van de toelichting bij genoemde wijziging van het Bouwbesluit 2012.

Ook de eisen aan bijna energieneutrale overheidsgebouwen zijn een invulling van reeds eerder in het Bouwbesluit 2012 opgenomen eisen op grond van de herziene richtlijn energieprestatie gebouwen (herziene EPBD). De energieprestatie van Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) is in Nederland uitgewerkt in de volgende drie BENG indicatoren:

  • Maximale energiebehoefte (BENG 1);
  • Maximale primaire fossiel energiegebruik (BENG 2);
  • Minimale aandeel hernieuwbare energie (BENG 3).

Uit artikel 5 van de herziene EPBD volgt dat het niveau van eisen waaraan een bijna energieneutraal gebouw moet voldoen, kostenoptimaal moet zijn. Deze analyse is vastgelegd in het DGMR-rapport “Kostenoptimaliteit BENG-eisen overheidsgebouwen” van 6 juli 2017. Conform het raamwerk dat voor kostenoptimaliteitsberekeningen in de herziene EPBD is voorgeschreven, is in dit rapport voor de BENG-indicator 2 (primaire fossiele energiegebruik) de kostenoptimaliteit beschouwd, en voor BENG1 (energiebehoefte) en BENG3 (aandeel hernieuwbare energie) de kosteneffectiviteit.

De aansturing van een aantal nieuwe versies van NEN-normen brengt geen lastenverzwaring mee. Het gaat bij deze nieuwe versies om verduidelijkingen, aanvullingen en correcties van bestaande normen.

l.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 27 juni 2018, nr. 2018-0000388367, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de aanwijzing van een nieuwe versie van het CCV-inspectieschema

De aanwijzing van deze nieuwe versie van het CCV-inspectieschema brengt geen lastenverzwaring mee. Het gaat bij deze nieuwe versie vergeleken met de eerdere versie om enkele verduidelijkingen, aanvullingen en relatief ondergeschikte correcties. Deze beperkte wijzigingen betreffen zogenoemde bedrijfseigen kosten. Zie voor een overzicht van deze wijzigingen onderdeel 1.6 van versie 11.0 (inclusief correctie van 16 januari 2018).

6Bedrijfs- en milieueffectentoets

Omdat het in deze regeling alleen gaat om het uitwerken van voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 is er bij de totstandkoming van deze regeling geen aanvullend onderzoek gedaan. Zie voor de bedrijfs- en milieueffecten onderdeel 14 van het algemeen deel van de nota van toelichting op het Bouwbesluit 2012.7

Wijziging van de regeling:

a.Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de correctiefactoren voor de energieprestatiecoëfficiënt en enkele andere wijzigingen

Omdat het in deze wijzigingsregeling alleen gaat om het uitwerken van voorschriften uit het Bouwbe sluit 2012 is er bij de totstandkoming van deze regeling geen aanvullend onderzoek gedaan. Zie voor de bedrijfs- en milieueffecten onderdeel 14 van het algemeen deel van de nota van toelichting op het Bouwbesluit 2012.

b.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 26 februari 2013, nr. 2013-0000121469, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de toepassing van normen en een wijziging van de Regeling omgevingsrecht

Omdat het alleen gaat om uitwerking van de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 gaat, is geen onderzoek gedaan naar de milieu- en bedrijfseffecten van deze regeling.

Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid

Omdat het alleen gaat om uitwerking van de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 is de ontwerpregeling niet beoordeeld aan de hand van de standaardtoets op handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid (HUF-toets).

c.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 14 juni 2013, nr. 2013-0000350418, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 betreffende de energieprestatie van gebouwen

Omdat het alleen gaat om uitwerking van voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 is geen onderzoek gedaan naar de milieu- en bedrijfseffecten van deze regeling.

Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid

Omdat het alleen gaat om uitwerking van de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 is de ontwerpregeling niet beoordeeld aan de hand van de standaardtoets op handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid (HUF-toets).

d.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 4 februari 2014, nr. 2014-0000068608, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot het bouwen in veiligheidszones en plasbrandaandachtsgebieden en een wijziging van de Regeling omgevingsrecht

Omdat het alleen gaat om uitwerking van de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 is geen onderzoek gedaan naar de milieu- en bedrijfseffecten van deze regeling. Er wordt op gewezen dat de verdere indeling van de scheiding van afvalstromen, zoals opgenomen in onderdeel G van deze regeling gunstig is voor het milieu.

Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid

Omdat het alleen gaat om uitwerking van de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 is voor deze ontwerpregeling geen onderzoek uitgevoerd naar de handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid (HUF-toets).

e.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 24 november 2014, nr. 2014-000023518, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de aanscherping van de warmteweerstand en de wijziging van de correctiefactoren voor de energieprestatiecoëfficiënt en wijziging van enkele andere regeling

Omdat het in deze wijzigingsregeling met name gaat om het uitwerken van voorschriften uit de wijziging van het Bouwbesluit 2012 per 1 januari 2015 is er bij de totstandkoming van deze regeling geen aanvullend onderzoek gedaan. Zie voor de bedrijfs- en milieueffecten onderdeel 4 van het algemeen deel van de nota van toelichting van genoemd wijzigingsbesluit.

f.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 12 december 2014, nr. 2014-0000663941, houdende aanpassing van de bedragen, genoemd in de artikelen 1, eerste lid, onderdeel a, en 10, tweede lid, eerste volzin, onderdelen a en b, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, wijziging van de Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte en wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 (inkomensgrenzen inkomensafhankelijke huurverhoging 2015, aanpassing zorgwetgeving, gegevensverstrekking door de huurder en wijziging aanduiding NEN-norm)

Naar de bedrjfs- en milieueffecten is geen onderzoek gedaan.

g.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 18 juni 2015. , nr. 2015-0000335240, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de eisen aan kooldioxidemeters en het aanwijzen van normen.

Omdat het in deze wijzigingsregeling met name gaat om het aanwijzen van nieuwe versies van in het Bouwbesluit 2012 aangewezen normen en om de uitwerking van wijzigingen van het Bouwbesluit 2012 is er bij de totstandkoming van deze regeling geen specifiek onderzoek gedaan. Op basis van de informatie die van NEN is ontvangen ter zake van het aanwijzen van nieuwe versies van normen wordt aangenomen dat er geen sprake is van negatieve bedrijfseffecten.

h.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 7 december 2015, nr. 2015-0000728514, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de veiligheid van betonnen galerijvloeren en het aanwijzen van normen en wijziging van de Regeling energieprestatie gebouwen met betrekking tot de actualisatie van enkele Nationale Beoordelingsrichtlijnen en het vaststellen van een bijlage

Omdat deze wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 niet voorziet in wijzigingen van informatieverplichtingen richting de overheid, heeft het nieuwe voorschrift ook geen eenmalig effect op de administratieve lasten voor burgers en bedrijven. Wel is er sprake van eenmalige inhoudelijke nalevingskosten voor burgers van minimaal € 892.500 en maximaal € 1.260.000. De eenmalige inhoudelijke nalevingskosten voor bedrijven zijn minimaal € 5.057.500 en maximaal € 7.140.000.

Artikel II heeft geen effecten op de administratieve lasten voor burgers en bedrijven.

i.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 20 juni 2016, nr. 2016-0000354250, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de veiligheid van zwembaden

In de wijzigingsregeling is dit aspect niet toegelicht.

j.Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 23 december 2016, nr. 2016-0000805104, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de toepassing van enkele normen

In de wijzigingsregeling is dit aspect niet toegelicht.

k.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 15 december 2017, nr. 2017-0000644894, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot drijvende bouwwerken, de milieuprestatiegrenswaarde, bijna energieneutrale gebouwen en de aansturing van enkele normen

In de wijzigingsregeling is dit aspect niet toegelicht.

l.Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 27 juni 2018, nr. 2018-0000388367, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot de aanwijzing van een nieuwe versie van het CCV-inspectieschema

In de wijzigingsregeling is dit aspect niet toegelicht.

7Voorlichting en kennisoverdracht

De Regeling Bouwbesluit 2012 zal betrokken worden in de voorlichtingsactiviteiten omtrent het Bouwbesluit 2012. Zie voor deze voorlichtingsactiviteiten onderdeel 17 van het algemeen deel van de nota van toelichting op het Bouwbesluit 2012.