Contact Service
Hoofdstuk 5 Nadere voorschriften omtrent de to ...
Inhoud
Sluit inhoud voor documentview -->
Alles aan
Alles uit
Filterselectie
Gebruiksfuncties
Type
Pagina afdrukken


Hoofdstuk 5 Nadere voorschriften omtrent de toepassing van normen

Nieuwbouw

Artikel 5.1NEN 1006

Met dit onderdeel is bij Stcrt. 2016, 71548 een nieuw artikel 5.1 over NEN 1006 tussengevoegd. Het oude artikel 5.1, dat gewijzigd is met onderdeel B, is daarbij vernummerd tot artikel 5.1a. NEN 1006 regelt meer dan noodzakelijk is voor een adequate toepassing van de artikelen 6.12 en 6.13 van het Bouwbesluit 2012. In dit nieuwe artikel is daarom bepaald dat NEN 1006 alleen van toepassing is voor zover het gaat om technische voorschriften die aan een voorziening voor drinkwater of warmwater van een bouwwerk zijn gesteld uit oogpunt van gezondheid. Dit betekent dat de onderdelen van NEN 1006 die betrekking hebben op administratieve en procedurele bepalingen niet van toepassing zijn. Hetzelfde geldt voor voorschriften voor installaties buiten bouwwerken en voor voorschriften die geen betrekking hebben op gezondheid maar bijvoorbeeld op bruikbaarheid.

Artikel 5.1aNEN 1010

De NEN 1010 regelt meer dan nodig is voor de bouwregelgeving. NEN 1010 valt buiten de zoge-noemde reeks bouwnormen en is daarom niet aangepast aan de publiekrechtelijke verwijzing daarnaar vanuit het besluit. In de bouwnormen worden de bouwtechnische onderdelen namelijk onderscheiden van de administratieve, procedurele en informatieve onderdelen. Met de voorschriften in dit artikel is deze systematiek alsnog voor NEN 1010 doorgevoerd.In onderdeel a zijn de onderdelen van NEN 1010 opgesomd die voor de publiekrechtelijke aanwijzing voor de bouwregelgeving buiten toepassing behoren te blijven. Het gaat om de in NEN 1010 opgenomen administratieve, procedurele en informatieve bepalingen, eisen aan voedingsbronnen, eisen aan verbruikstoestellen (toestellen, apparaten en machines), eisen aan elektrisch gevoede installaties (alarminstallatie, geluidinstallatie, etc.), andere gebruiksbepalingen, eisen aan installaties buiten bouwwerken of mobiele installaties, eisen ten aanzien van de netwerkbeheerder, vakmanschap en inspectie.Het voorschrift onder b houdt verband met gewijzigde inzichten omtrent openbare verlichting. Het plaatsen van een lantaarnpaal is bouwen in de zin van de Woningwet, waarvoor eenzelfde niveau van veiligheidsvoorschriften behoort te gelden als voor een ander bouwwerk. Hierbij is het niet relevant of de lantaarnpaal direct of indirect op het netwerk van de netbeheerder is aangesloten.

Bij Strcr. 2016, 71548 is een gewijzigde versie van NEN 1010 aangestuurd. In NEN 1010 is meer opgenomen dan nodig is voor de toepassing van artikel 6.8 van het Bouwbesluit 2012. Eerder bevatte artikel 5.1 een uitgebreide opsomming waarin was aangegeven welke onderdelen bij toepassing van NEN 1010 buiten beschouwing moesten blijven. Met deze wijziging van de opzet van artikel 5.1 (voortaan artikel 5.1a) is bepaald dat NEN 1010 alleen van toepassing is voor zover het gaat om technische voorschriften voor een voorziening voor elektriciteit van een bouwwerk die zijn gesteld uit oogpunt van veiligheid. Dit betekent dat onderdelen van NEN 1010 die bijvoorbeeld betrekking hebben op administratieve en procedurele bepalingen niet van toepassing zijn. Hetzelfde geldt voor voorschriften voor installaties buiten bouwwerken en voor voorschriften die geen betrekking hebben op veiligheid maar bijvoorbeeld bruikbaarheid. De voorliggende wijziging heeft op zich geen inhoudelijk effect, maar heeft als voordeel dat nu de norm is gewijzigd (zie onderdeel D van de wijziging in Stcrt. 2016, 71548 ) het niet nodig is de opsomming van de onderdelen die buiten beschouwing mogen blijven op die wijziging aan te passen.

Artikel 5.2NEN 1087

(Stcrt. 2015, 17338) Artikel 5.2 bevat nadere voorschriften omtrent de toepassing van NEN 1087. Aan dit artikel is een nieuw lid toegevoegd. De oorspronkelijke tekst is nu tweede lid geworden. Met het nieuwe eerste lid is duidelijk gemaakt dat bij de vaststelling van de capaciteit van een voorziening voor luchtverversing overeenkomstig artikel 3.29 van het besluit op grond van de hoofdstukken 5 en 8 van de norm ook de stromingsrichting moet worden bepaald. Dit betekent dat de berekende capaciteit in de praktijk ook daadwerkelijk mogelijk is en niet wordt belemmerd door een onjuiste stromingsrichting. Met deze aanvulling van artikel 5.2 is het voorschrift van artikel 3.29 weer in overeenstemming gebracht met het vergelijkbare voorschrift uit het Bouwbesluit 2003.

Artikel 5.3NEN 2057

Het nadere voorschrift op NEN 2057 is een gevolg van het feit dat het Bouwbesluit 2003 geen eis stelt aan de lichtdoorlatendheid van glas. Nu het normblad dat wel doet, is integrale aanwijzing van het normblad niet mogelijk.

Artikel 5.3aNEN 2535 en NEN 2575

Aangegeven is hoe bij toepassing van NEN 2535 en NEN 2575 moet worden omgegaan met de in die normen genoemde toestemming van de bevoegde autoriteit. Dit hoeft niet te leiden tot het separaat goedkeuren van het Programma van Eisen (PvE) naast het verlenen van een vergunning voor het bouwen. Uit het voorschrift blijkt dat het voldoende is wanneer er een vergunning voor het bouwen of voor brandveilig gebruik of een melding als bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 aanwezig is.

Artikel 5.4NEN 2654-1

Met de wijziging van artikel 5.4 6 bij Stcrt. 2016, 33491 is een onjuistheid in de aansturing van de van toepassing zijnde onderdelen van NEN 2654-1 gecorrigeerd.

Artikel 5.7NEN 5077

Doordat bij de wijziging vervat in Stcrt. 2013, 5457 de verwijzing naar NEN 5077:2006 is vervallen en in de plaats daarvan de nieuwe versie NEN 5077:2012 is aangestuurd zijn de nadere voorschriften zoals die in artikel 5.7 waren opgenomen overbodig geworden. Artikel 5.7 is daarom vervallen.

Met het nieuwe artikel 5.7 is bij Stcrt. 2014, 4057 zeker gesteld dat bij de bepaling van het toegestane karakteristieke luchtgeluidniveauverschil wordt uitgegaan van een werkende ventilatie.

Artikel 5.8NEN 7120

NEN 7120 bepaalt zowel de energieprestatie van utiliteitsbouw als van woningen. Met NEN 7120 is tevens de mogelijkheid geïntroduceerd waarmee energiemaatregelen op gebiedsniveau kunnen worden gewaardeerd met de NVN 7125. De C epc-waarden zijn ontleend aan het DGMR rapport E.2009.1646.06.R001 van 26 januari 2012.

Bij Stcrt. 2013, 5457 is in artikel 5.8 de tabel met de correctiefactoren gewijzigd. Deze wijziging heeft uitsluitend betrekking op de indeling van de gebruiksfuncties. Deze indeling is nu in overeenstemming met de in het Bouwbesluit 2012 gebruikte terminologie. Er is geen sprake geweest van een wijziging van de correctiefactoren.

De eerdere correctiefactoren zijn bij Stcrt. 2014, 34076 vervangen door nieuwe correctiefactoren waarin rekening is gehouden met de laatste aanpassingen in NEN 7120. Met deze nieuwe correctiefactoren is zeker gesteld dat een energieprestatieberekening op basis van de aangepaste NEN 7120 gemiddeld genomen tot dezelfde resultaten leidt als de vergelijkbare berekening op basis van de oude NEN 7120 voor de invoering van deze wijzigingsregeling.

Er wordt op gewezen dat met de wijziging inzake NEN 7120 wijzigingsblad A1:2017 en correctieblad A1:2017/C1:2017 alleen een deel van bijlage E van NEN 7120 is aangewezen. Dit onderdeel E heeft betrekking op de correcte waardering van de lucht-waterwarmtepompen voor het maken van een EPC-berekening. Echter bij de toepassing van artikel 3.6 inzake bijna energieneutrale overheidsgebouwen zoals dat artikel met ingang van 1 januari 2019 in werking is getreden (Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 15 december 2017, houdende wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2012 met betrekking tot drijvende bouwwerken, de milieuprestatiegrenswaarde, bijna energieneutrale gebouwen en de aansturing van enkele normen (Stcrt. 2017, 73470)) geldt het volledige wijzigingsblad A1:2017 en het correctieblad A1:2017/C1:2017.

Artikel 5.8aNEN-EN 1838

Met het nieuwe artikel 5.8a, ingevoegd bij Stcrt. 2015, 17338, is duidelijk gemaakt dat het bij de verwijzing in artikel 6.24, eerste en vierde lid, het alleen gaat om de artikelen 5.4.5 en 5.4.6 van NEN-EN 1838.

Artikel 5.8a is bij Stcrt. 2016, 71548 zodanig aangepast dat artikel 5.4.6 van NEN-EN 1838 niet meer van toepassing is. Het voorschrift van artikel 5.4.6 uit deze norm is namelijk niet in overeenstemming met de uitgangspunten van artikel 6.24, vierde lid, en artikel 6.3, vijfde lid, van het Bouwbesluit 2012. Uit deze leden volgt dat bij het uitvallen van de voorziening van elektriciteit de noodvoorziening binnen 15 seconden volledig moet werken. Uit artikel 5.4.6 van NEN-EN 1838 volgt echter dat al na 5 seconden 50% moet worden overgenomen door de noodvoorziening en 100% na 60 seconden. Met de voorliggende aanpassing van artikel 5.8a, waarmee bij artikel 6.24, eerste en vierde lid, van het Bouwbesluit 2012 alleen nog maar rekening hoeft te worden gehouden met de zichtbaarheidseisen van artikel 5.4.5 van NEN EN 1838 is de eerdere discrepantie tussen het Bouwbesluit 2012 en de aangestuurde normartikelen verholpen.

Artikel 5.8bNEN-EN 1990

Met het nieuwe artikel 5.8b, ingevoegd bij Stcrt. 2015, 17338, is een invulling gegeven aan het nieuwe voorschrift van artikel 2.5a van het Bouwbesluit 2012, waarin voor tijdelijke bouw niet alleen van een ontwerplevensduur van 5 jaar maar desgewenst ook van een ontwerplevensduur van 15 jaar kan worden uitgegaan. Ten behoeve van de in genoemd artikel bedoelde toepassing van NEN-EN 1990 is onder artikel 5.8b een aangepaste tabel NB1 – 2.1 opgenomen waarin zowel van een ontwerplevensduur van vijf jaar als van een ontwerplevensduur van 15 jaar is uitgegaan..

Artikel 5.8cNEN-EN 1997

Met dit nieuwe voorschrift, vastgelegd in Srtc. 2015, 45221, is vastgelegd dat bij toepassing van NEN EN 1997, voetnoot a bij tabel 7c buiten beschouwing mag worden gelaten. Genoemde voetnoot bepaalt dat er met ingang van 1 januari 2016 moet worden gerekend met reductie van 33% van de draagkracht. Op dit moment is NEN nog bezig met nader onderzoek van de consequenties van genoemde voetnoot. Afhankelijk van de bevindingen zal genoemde voetnoot, althans de inhoud ervan, in de toekomst van toepassing kunnen worden verklaard.

Met ingang van 1 januari 2017 (Stcrt. 2016, 71548) is de constructienorm voor funderingen (NEN-EN 1997-1) aangescherpt voor nieuwbouw. Voor bestaande bouw en verbouw is daarbij de eerder aangestuurde versie van de NEN-EN 1997-1, een tweedelijns norm die volgt uit de NEN 8700, van toepassing gebleven. Eerder is verzuimd deze wijziging ook te verwerken in artikel 5.8c. Met Stcrt. 2017, 73470 is dit gecorrigeerd, zodat deze nieuwe versie van de norm voortaan alleen nog geldt voor verbouw1. Met het nieuwe artikel 5.10a is de aansturing voor NEN-EN 1997-1 voor bestaande bouw geregeld.

Opmerking BRIS

1 Bedoeld is nieuwbouw.

Bestaande bouw

Artikel 5.9NEN 2057

Het nadere voorschrift op NEN 2057 is een gevolg van het feit dat het Bouwbesluit 2003 geen eis stelt aan de lichtdoorlatendheid van glas. Nu het normblad dat wel doet, is integrale aanwijzing van het normblad niet mogelijk.

Artikel 5.9aNEN 2535

Aangegeven is hoe bij toepassing van NEN 2535 en NEN 2575 moet worden omgegaan met de in die normen genoemde toestemming van de bevoegde autoriteit. Dit hoeft niet te leiden tot het separaat goedkeuren van het Programma van Eisen (PvE) naast het verlenen van een vergunning voor het bouwen. Uit het voorschrift blijkt dat het voldoende is wanneer er een vergunning voor het bouwen of voor brandveilig gebruik of een melding als bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 aanwezig is.

Artikel 5.9a dat eerder betrekking had op NEN 2535 en NEN 2575 is nu bij Stcrt. 2015, 17338, gesplitst in een artikel 5.9a over NEN 2535 en een artikel 5.9b over NEN 2575. Het voorschrift over NEN 2535 dat nog steeds in artikel 5.9a is opgenomen, is ongewijzigd.

Artikel 5.9bNEN 2575

(Stcrt. 2015, 17338) Het voorschrift over NEN 2575 bevat een aantal nieuwe onderdelen. Het eerste lid bevat de tekst zoals deze eerder voor NEN 2575 in het oude artikel 5.9a was opgenomen. In het tweede lid is een aantal nadere voorschriften opgenomen die gelden bij de toepassing van artikel 6.23 van het Bouwbesluit. Deze nadere voorschriften hebben betrekking op het geluidniveau van de ontruimingsalarminstallatie en op een aantal onderdelen van de norm die bij toepassing van artikel 6.23 van het Bouwbesluit buiten beschouwing moeten worden gelaten. In het derde lid is aangegeven dat het tweede lid niet van toepassing is op een ontruimingsalarminstallatie die behoort bij een brandmeldinstallatie met doormelding als bedoeld in artikel 6.20 van het Bouwbesluit en op een ontruimingsalarminstallatie die behoort bij een brandmeldinstallatie zonder doormelding die na 1 november 2008 zijn opgeleverd of gewijzigd. Dit betekent dat het tweede lid alleen van toepassing is op ontruimingsalarminstallaties die zijn opgeleverd voor 1 november 2008 en die daarna niet zijn gewijzigd. Er wordt op gewezen dat het voor de beoordeling of het tweede en derde lid van toepassing zijn het nodig is om bijlage I bij het Bouwbesluit 2012 te raadplegen.

Artikel 5.10NEN 8062

Dit artikel bevat voorschriften voor de toepassing van de betreffende norm voor de bestaande bouw. Zo kan in plaats van de Nederlandse brandklasse (onbrandbaar) ook de Europese brandklasse A1 worden toegepast.

Artikel 5.10aNEN-EN 1997 (Stcrt. 2017, 73470)

Met ingang van 1 januari 2017 (Stcrt. 2016, 71548) is de constructienorm voor funderingen (NEN-EN 1997-1) aangescherpt voor nieuwbouw (aanscherping paalpuntfactoren). Voor bestaande bouw en verbouw is daarbij de eerder aangestuurde versie van de NEN-EN 1997-1, een tweedelijns norm die volgt uit de NEN 8700, van toepassing gebleven. Eerder is verzuimd deze wijziging ook te verwerken de voor bestaande bouw is geregeld. Met dit nieuwe artikel is dit geregeld, zodat daarvoor de oude paalpuntfactoren blijven gelden.