Contact Service
Hoofdstuk 4 Scheiden bouw- en sloopafval
Inhoud
Sluit inhoud voor documentview -->
Alles aan
Alles uit
Filterselectie
Gebruiksfuncties
Type
Pagina afdrukken


Hoofdstuk 4 Scheiden bouw- en sloopafval

Artikel 4.1

De voorschriften van dit artikel zijn gericht op een optimaal hergebruik van materialen uit bouw- en sloopafval. Het eerste lid bepaalt in welke fracties bouw- en sloopafval moet worden gescheiden.Het tweede lid stelt een verbod op het scheiden of mengen van de in het eerste lid, onder a, genoemde gevaarlijke stoffen. Zie daartoe ook de Regeling scheiden en gescheiden houden van gevaarlijke stoffen. Dit betekent dat een gemeente hiervoor ook geen ontheffing mag verlenen.Het derde lid bepaalt dat de in het eerste lid genoemde fracties op het bouw- of sloopterrein zelf gescheiden moeten worden en daarna gescheiden van elkaar moeten worden afgevoerd.Het vierde lid bepaalt ten slotte dat scheiden in een fractie niet nodig is indien de hoeveelheid afval van zo’n fractie minder is dan 1 m3. Dit geldt niet voor de als gevaarlijk aangeduide afvalstoffen als bedoeld in het eerste lid onder a. Dergelijke afvalstoffen dienen altijd gescheiden te worden van het andere afval.Het vijfde lid betreft een uitzondering op de derde lid. Als het redelijkerwijs niet mogelijk is het afval op het bouw- of sloopterrein te scheiden, dan kan dit met goedkeuring van het bevoegd gezag op een andere locatie plaatsvinden. Op die andere locatie moet dan ook aan de scheiding in dezelfde fracties als bedoeld in het eerste lid worden voldaan.

[Stcrt. 2014, 4057] In de Kaderrichtlijn afvalstoffen (2008/98/EG) is een afvalhiërarchie opgenomen die lidstaten bij het opstellen van wetgeving en beleidsinitiatieven voor de preventie en het beheer van afvalstoffen als prioriteitsvolgorde moeten hanteren. Volgens deze hiërarchie moeten afvalstoffen zoveel mogelijk worden gerecycled. In het Regeerakkoord ‘Bruggen slaan’ van 29 oktober 2012 is daarover onder meer opgenomen: ‘Het kabinet streeft naar een circulaire economie en wil de (Europese) markt voor duurzame grondstoffen en hergebruik van schaarse materialen stimuleren.’

Aan het eerste lid van artikel 4.1 zijn derhalve de categorieën te scheiden bouw- en sloopafval ‘vlakglas’, ‘armaturen’ en ‘gasontladingslampen’ toegevoegd en is de categorie ‘steenachtig sloopafval’ komen te vervallen. Met deze aanpassing is aangesloten bij het principe dat categorieën bouw- en sloopafval bij de bron moeten worden gescheiden op basis van de volgende uitgangspunten:

  • gevaarlijke afvalstoffen;
  • categorieën bouw- en sloopafval die als zij niet gescheiden blijven een negatief (vervuilend) effect hebben op het recyclingproces van het bouw- en sloopafval waarin het terechtkomt. Een voorbeeld daarvan is gips, dat is naderhand niet meer van het overige steenachtig afval te scheiden en heeft daarom een negatief effect op de herbruikbaarheid van steenachtige materiaal;
  • categorieën bouw- en sloopafval die alleen voor recycling in aanmerking komen als er bronscheiding wordt toegepast omdat nascheiding technisch en/of economisch redelijkerwijs niet haalbaar is.

Alle overige afvalstromen die vrijkomen, zoals steenachtig materiaal, metaal, hout en kunststoffen, moeten ook optimaal kunnen worden hergebruikt. Dergelijke stoffen behoeven, in tegenstelling tot de in artikel 4.1, eerste lid, genoemde stoffen, niet aan de bron te worden gescheiden, zij mogen ook op een andere plaats dan op de bouw- of sloopplaats gescheiden worden. Voor de afvalstromen vlakglas en dakbedekking in lid 1 is aangegeven dat deze materialen al dan niet nog in de kozijnen respectievelijk aan het dakbeschot vast gescheiden mogen worden van andere materialen. In sommige gevallen is op die manier het scheiden van die afvalstoffen uiteindelijk beter mogelijk. Om die reden wordt in de opsomming gesproken van dakbedekking ‘al dan niet met dakbeschot’ en van vlakglas ‘al dan niet met kozijn’. Dit betekent dat wanneer de dakbedekking op de bouwplaats zo gescheiden is dat dakbedekking en dakbeschot nog aan elkaar vastzitten, of wanneer het vlakglas samen met het kozijn waar dat glas inzit gescheiden wordt er aan de verplichting van het eerste lid is voldaan.

Het vierde lid is evenals het eerste lid aangepast. Als de hoeveelheid van de desbetreffende fractie minder dan 1 m³ bedraagt hoeft het afval niet te worden gescheiden. Deze uitzondering geldt alleen voor de fracties die zijn genoemd in de onderdelen d tot en met j van het eerste lid. Dit betekent dat teerhoudende dakbedekking (al dan niet met dakbeschot) en teerhoudend asfalt ook bij een hoeveelheid van minder dan 1 m³ moeten worden gescheiden. Dergelijke materialen kunnen dermate schadelijk of moeilijk te scheiden zijn, dat het mengen van deze categorieën vanuit milieuoogpunt onwenselijk is.