Contact Service
Artikel 6.22 Aansturingsartikel
Inhoud
Sluit inhoud voor documentview -->
Alles aan
Alles uit
Filterselectie
Gebruiksfuncties
Type
Pagina afdrukken


Artikel 6.22 Aansturingsartikel

Het eerste lid van dit artikel geeft de functionele eis dat een bouwwerk zodanige voorzieningen moet hebben dat het ontvluchten goed kan verlopen.

De tabel van het tweede lid wijst per gebruiksfunctie voorschriften aan die van toepassing zijn op die gebruiksfunctie. Door aan deze voorschriften te voldoen, wordt aan de functionele eis van het eerste lid voldaan.

In tabel 6.22 was tot de inwerkingtreding van Stb. 2014, 51 artikel 6.23 abusievelijk niet aangewezen voor de bijeenkomstfunctie voor het aanschouwen van sport. Hoewel deze subgebruikfunctie op basis van het eerste lid van artikel 6.20 geen brandmeldinstallatie hoeft te hebben kan de verplichting een brandmeldinstallatie te hebben ook voortvloeien uit het vijfde lid van artikel 6.20. Omdat in een dergelijk geval ook een ontruimingsalarminstallatie als bedoeld in artikel 6.23 nodig is, is artikel 6.23 voortaan ook aangewezen voor de bijeenkomstfunctie voor het aanschouwen van sport. Daarmee geldt het voorschrift voor alle bijeenkomstfuncties en is het dus niet meer nodig daar een onderverdeling in subgebruiksfuncties op te nemen. Verder is in tabel 6.22 het vierde lid van artikel 6.24 niet meer aangestuurd voor wegtunnels. Tot deze wijziging is overgegaan omdat in de Regeling aanvullende regels veiligheid wegtunnels (Rarvw) al eisen aan de zichtbaarheid van vluchtrouteaanduidingen worden gesteld. Aan artikel 6.25 is een elfde lid toegevoegd op basis waarvan in de Regeling Bouwbesluit 2012 kan worden afgeweken van het derde lid. Hiermee is het mogelijk om het maximale aantal personen dat is aangewezen op een tegen de vluchtrichting indraaiende deur te koppelen aan een tijdseenheid. Op die manier is er geen sprake van een absoluut aantal van 37 respectievelijk 60 personen. Deze wijziging is in tabel 6.22 verwerkt. Aan artikel 6.26 is een vierde lid toegevoegd voor een woonfunctie voor zorg en een woonfunctie voor kamergewijze verhuur. Op grond van dit vierde lid is het voorschrift dat een deur zelfsluitend moet zijn niet van toepassing op de (niet-gezamenlijke) deur van de afzonderlijke wooneen-heden. Verder is het tweede lid van artikel 6.26 niet meer aangestuurd voor de woonfuncties voor zorg en voor kamergewijze verhuur. Het tweede lid zou er namelijk toe leiden dat alle deuren in die woonfuncties niet-zelfsluitend behoeven te zijn. Met deze wijziging is een onbedoelde verlichting van eisen ten opzichte van het niveau van het Bouwbesluit 2003 gecorrigeerd. Deze wijzigingen zijn in tabel 6.22 verwerkt.