Contact Service
Artikel 6.21 Rookmelders
Inhoud
Sluit inhoud voor documentview -->
Alles aan
Alles uit
Filterselectie
Gebruiksfuncties
Type
Pagina afdrukken


Artikel 6.21 Rookmelders

Op grond van tabel 6.19 zijn onder de in dit artikel aangegeven omstandigheden rookmelders voorgeschreven voor de woonfunctie, de bijeenkomstfunctie voor kinderopvang voor kinderen jonger dan vier jaar en de logiesfunctie.

Het eerste lid schrijft rookmelders voor op de vluchtroutes bij nieuw te bouwen woonfuncties. Wanneer een woonfunctie een voorgeschreven brandmeldinstallatie als bedoeld in artikel 6.20 heeft, zijn die rookmelders niet nodig. Dit laatste kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een woonfunctie voor zorg. Elke route tussen de uitgang van een verblijfsruimte en de uitgang van een nieuwe woonfunctie moet een of meer rookmelders hebben. Waaraan rookmelders moeten voldoen volgt uit de zogenoemde primaire inrichtingseisen van NEN 2555, dit zijn:

  • eisen aan de rookmelders zelf, inclusief het werkingsprincipe
  • aansluiting op een voorziening voor elektriciteit;
  • aansluiting op een secundaire energievoorziening
  • het al dan niet gekoppeld moeten zijn van de rookmelders;
  • het aantal en de projectering.
Bij ministeriële regeling kunnen op grond van artikel 1.5, eerste lid,voorschriften worden gesteld met betrekking tot de toepassing van NEN 2555. Hierbij kan gedacht worden aan het al dan niet aangesloten moeten zijn van de rookmelders op het lichtnet. Dit al dan niet doorkoppelen van de rookmelders wordt in de norm afhankelijk gesteld van het geluidsniveau binnen de verblijfsruimten. Bij kamergewijze verhuur en logies zal hierdoor al snel sprake moeten zijn van extra of gekoppelde rookmelders aangezien een eventueel alarm in alle wooneenheden respectievelijk kamers (met gesloten deuren) voldoende duidelijk te horen moet zijn.

Rookmelders moeten alleen worden geplaatst op de route naar de voordeur van de woning en niet om de route tussen de voordeur van de woning en de uitgang van het woongebouw Het eerste lid heeft alleen betrekking op nieuwbouw; het tweede tot en met vierde lid zijn zowel van toepassing op nieuwbouw als op bestaande bouw.

Het eerste lid van artikel 6.21 is uitgebreid met een zinsnede over functiewijziging [Stb. 2011, 676]. Het voorschrift dat eerder alleen voor te bouwen woonfuncties gold, is nu ook van toepassing op situaties waar na een functiewijziging een woonfunctie ontstaat. Van functiewijziging naar een woonfunctie is sprake wanneer een andere gebruiksfunctie (geen woonfunctie) wordt omgezet in een woonfunctie. Het omzetten naar een woonfunctie zal in de meeste gevallen gepaard gaan met een verbouwing. Bij een functiewijziging zonder verbouw gelden omdat er geen sprake is van ‘bouwen’ de voorschriften voor bestaande bouw. Op verbouw is artikel 1.12 van toepassing. Hiernaast geldt nu één aanvullend voorschrift dat op elke vorm van functiewijziging naar een woonfunctie (al dan niet met verbouw) van toepassing is. Iedere woonfunctie die is ontstaan na functiewijziging moet wat betreft rookmelders aan het nieuwbouwniveau voldoen. Zie voor een inhoudelijke toelichting op het voorschrift de toelichting op artikel 6.21, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012. Het nieuwe voorschrift is met name van belang bij de transformatie van kantoren naar woningen. Zie voor verdere informatie over functiewijziging www.rijksoverheid.nl/BZK/bouwregelgeving.

Het tweede lid lid van dit artikel geldt alleen voor kamergewijze verhuur. Elke verblijfsruimte en alle ruimten op de vluchtroute tot aan de voordeur van de woonfunctie moeten doorgekoppelde rookmelders hebben. Wanneer een woonfunctie een brandmeldinstallatie als bedoeld in artikel 6.20 heeft, zijn rookmelders niet nodig. Dit laatste kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een woonfunctie voor zorg.

Overigens wordt opgemerkt dat een woonfunctie voor kamergewijze verhuur tevens kan zijn aangemerkt als een woonfunctie voor zorg. In een dergelijk geval geldt de zwaarste eis. Het derde lid bepaalt dat bij een woonfunctie voor kamergewijze verhuur, in afwijking van het tweede lid, in de verblijfsruimten geen rookmelders nodig zijn wanneer elke wooneenheid in een afzonderlijk subbrandcompartiment ligt met een wbdbo van ten minste 30 minuten. In een dergelijk geval moeten er wel rookmelders zijn in ruimten waardoor de vluchtroutes voeren tussen de uitgang van de wooneenheid en de uitgang van de woonfunctie (woning) en in de gezamenlijke ruimten van de woonfunctie. Gezamenlijk wil zeggen dat het gaat om een ruimte waarop wooneenheden binnen de woonfunctie zijn aangewezen, zoals een gezamenlijke keuken of woonkamer (zie ook artikel 1.4). De subbrandcompartimentering zorgt er voor dat bij een brand in een wooneenheid vanuit alle wooneenheden veilig naar buiten kan worden gevlucht.

In het derde lid van artikel 6.21 werd tot 01.03.2013 ten onrechte gesproken van subbrandcompartiment. Dit begrip is vervangen door beschermd subbrandcompartiment [Stb. 2013, 75]. Hiermee is een onbedoelde wijziging ten opzichte van het niveau van eisen van het vergelijkbare voorschrift in het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken gecorrigeerd. In dat vergelijkbare voorschrift werd gesproken van subbrandcompartiment (maar dan als bedoeld in het Bouwbesluit 2003). Het subbrandcompartiment uit het Bouwbesluit 2003 is in het Bouwbesluit 2012 echter vervangen door het nieuwe begrip beschermd subbrandcompartiment. Zie ook de toelichting op het begrip beschermd brandcompartiment in artikel 1.1 en de artikelsgewijze toelichting op verschillende artikelen van paragraaf 2.11 zoals deze gewijzigd zijn bij Staatsblad 2011, 676.

Het vierde lid is van toepassing op een kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar en op een logiesfunctie. In dergelijke gevallen moet iedere verblijfsruimte en elke op een vluchtroute gelegen besloten ruimte, tot aan de uitgang van het gebouw, een of meer rookmelders hebben. Indien een dergelijke gebruiksfunctie op grond van artikel 6.20 een brandmeldinstallatie heeft dan is het niet nodig om in aanvulling op die brandmeldinstallatie rookmelders aan te brengen.

Het vijfde lid regelt dat het vierde lid bij logiesfuncties niet gelegen in een logiesgebouw alleen van toepassing is op nieuw te bouwen logiesfuncties. Bij bestaande vakantiehuisjes geldt dit voorschrift dus niet.