Contact Service
Artikel 5.3 Thermische isolatie
Inhoud
Sluit inhoud voor documentview -->
Alles aan
Alles uit
Filterselectie
Gebruiksfuncties
Type
Pagina afdrukken


Artikel 5.3 Thermische isolatie

Om juridisch-technische redenen is er voor gekozen artikel 5.3 opnieuw vast te stellen. De wijzigingen bestaan uit het invoegen van een nieuw tweede, vierde en zevende lid voor de drijvende bouwwerken en het aanpassen van de interne verwijzingen in het negende tot en met elfde lid (eerder zesde tot en met achtste lid). Het nieuwe tweede lid regelt dat in afwijking van het eerste lid de verticale uitwendige scheidingsconstructie van een drijvend bouwwerk dat gebouwd wordt op een op 1 januari 2018 bestaande ligplaatslocatie een lagere warmteweerstand mag hebben. Bij deze lagere warmteweerstand speelt de overweging dat dikke lagen isolatiemateriaal bij bestaande ligplaatslocaties kunnen conflicteren met het bestemmingsplan. Het nieuwe vierde lid regelt in verlengde hiervan dat in afwijking van het derde lid de uitwendige horizontale of schuine scheidingsconstructie van een drijvend bouwwerk dat gebouwd wordt op een op 1 januari 2018 bestaande ligplaatslocatie ook een lagere warmteweerstand mag hebben. Met het nieuwe zevende lid wordt geregeld dat voor het drijflichaam van een drijvend bouwwerk één warmteweerstandswaarde van toepassing is. Het drijflichaam (veelal een betonnen bak) steekt deels boven het water uit. Op grond van het eerste, tweede en zesde lid zou op dit (verticale) deel van het drijflichaam een andere warmteweerstandswaarde gelden dan op de delen van het drijflichaam die grenzen aan het water. Bij een betonnen bak zou dit betekenen dat de isolatielaag (aan de binnenzijde) niet overal gelijk is, wat niet praktisch is. Het zevende lid regelt dat uitgegaan mag worden van één warmteweerstandswaarde. Ook hier geldt weer een lagere warmteweerstand voor een drijvende bouwwerk dat gebouwd wordt op een op de datum van inwerkingtreding van dit wijzigingsbesluit bestaande ligplaatslocatie. Opgemerkt wordt dat de lichtere energiezuinigheidsvoorschriften in de onderdelen F en G slechts betrekking hebben op een zeer klein aantal nieuwbouw bouwwerken, waardoor de impact op het halen van de landelijke energiedoelstelling verwaarloosbaar is.