Contact Service
Afdeling 4.3 Badruimte, nieuwbouw
Inhoud
Sluit inhoud voor documentview -->
Alles aan
Alles uit
Filterselectie
Gebruiksfuncties
Type
Pagina afdrukken


Afdeling 4.3 Badruimte, nieuwbouw

Algemeen

De afdeling Badruimte is sterk vereenvoudigd. Dit is voornamelijk het gevolg van de vermindering van het aantal varianten in aanwezigheideisen en afmetingseisen aan badruimten. Ook de eisen aan bereikbaarheid zijn grotendeels vervallen. De voorschriften met betrekking tot de aanwezigheid en plaats van een integraal toegankelijke badruimte zijn voortaan in afdeling 4.4 Bereikbaarheid en toegankelijkheid opgenomen. Er is geen eis aan de afsluitbaarheid (deur) van een badruimte meer opgenomen. Het spreekt voor zich dat een badruimte van een deur moet zijn voorzien. Dit is onder meer noodzakelijk voor de vochthuishouding en om de ventilatievoorziening van de badruimte goed te laten functioneren. Voortaan worden er in deze afdeling geen eisen meer gesteld aan bestaande badruimten. Er wordt op gewezen dat op bestaande badruimten wel voorschriften uit andere afdelingen van toepassing zijn. Voorbeelden hiervan zijn eisen aan de ventilatievoorziening en aan de «wering van vocht van binnen».

Artikel 4.17Aansturingsartikel

De functionele eis van artikel 4.17, eerste lid , een te bouwen bouwwerk heeft voldoende badruimten, is vergeleken met het oude voorschrift ongewijzigd.

De tabel van het tweede lid wijst per gebruiksfunctie voorschriften aan die van toepassing zijn op die gebruiksfunctie. Door aan deze voorschriften te voldoen, wordt aan de functionele eis van het eerste lid voldaan. Het aantal in de tabel aangestuurde gebruiksfuncties is echter beperkt.

Voor de bijeenkomstfunctie, de industriefunctie, de kantoorfunctie, de onderwijsfunctie, de sportfunctie, de winkelfunctie, de «overige gebruiksfunctie» en het «bouwwerk geen gebouw zijnde» wijst de tabel van het tweede lid geen voorschriften aan. Het derde lid bepaalt dat de functionele eis evenmin op deze gebruiksfuncties van toepassing is.

Artikel 4.18Aanwezigheid

Voortaan is alleen ten minste één badruimte voorgeschreven voor de woonfunctie, de celfunctie, de gezondheidszorgfunctie met bedgebied en de logiesfunctie. Afhankelijk van de specifieke gebruiksfunctie zal de indiener zelf moeten bepalen hoeveel badruimten noodzakelijk zijn.

Artikel 4.19Afmetingen

Dit artikel heeft alleen betrekking op voorgeschreven badruimten. Extra badruimten of badruimten in gebruiksfuncties waarvoor geen badruimte is voorgeschreven behoeven niet aan deze afmetingseisen te voldoen. Opgemerkt wordt dat bij bepaalde gebruiksfuncties op basis van de ene verplichte badruimte vermeerderd met het aantal vrijwillig te realiseren badkamers wordt afgeleid hoeveel integraal toegankelijke badruimtes verplicht zijn (zie hiervoor afdeling 4.4 Bereikbaarheid en toegankelijkheid).

Het eerste lid stelt een basiseis van ten minste 1,6 m² vloeroppervlakte bij een breedte van ten minste 0,8 m. Deze eis geldt voor een badruimte van een woonfunctie en van een celfunctie. Zie voor een uitzondering voor de celfunctie ook het zesde lid.

Het tweede lid geeft een minimumeis voor een met een toiletruimte samengevoegde badruimte. Deze eis is ten minste 2,2 m² vloeroppervlakte bij een breedte van ten minste 0,9 m. Dit voorschrift geldt eveneens alleen voor de woonfunctie en de celfunctie. Zie ook het zesde lid.

Het derde lid stelt een basiseis aan de vloeroppervlakte van een integraal toegankelijke badruimte met een breedte van ten minste 1,6 m en een lengte van ten minste 1,8 m. Het verschil met de eis in het eerste lid is dat de vloeroppervlakte veel groter is en dat er zowel een minimiumeis aan de breedte als aan de lengte van de badruimte is gesteld.

Het vierde lid is qua opzet vergelijkbaar met derde lid en geeft een minimum-eis voor een badruimte die is samengevoegd met een toiletruimte.

Het hoogtevoorschrift van het vijfde lid geldt boven de gehele vloeroppervlakte als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid. Opgemerkt wordt dat deze hoogte overal 2,3 m moet zijn, behalve voor een woonwagen en een niet in een logiesgebouw gelegen logiesfunctie (bijvoorbeeld een vakantiehuisje) waarbij met 2,1 m kan worden volstaan. De eventuele extra vloeroppervlakte behoeft niet aan deze in de tabel opgenomen hoogte-eisen te voldoen.

Het zesde lid geeft bij de celfunctie een uitzondering voor een badruimte (of sanitaire unit) die in de cel ligt. Een badruimte in een cel is dus vrijgesteld van de afmetingseisen van het eerste en tweede lid. De badruimte moet wel functioneel zijn.

Artikel 4.20Verbouw

Artikel 4.20 geeft een voorschrift voor het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk. Artikel 4.18 en 4.19 zijn daarop van overeenkomstige toepassing waarbij voor de breedte en de vloeroppervlakte mag worden uitgegaan van het rechtens verkregen niveau en bij de hoogte van 2 m. Zie voor een toelichting op het begrip «rechtens verkregen niveau» de toelichting op artikel 1.1. Bij het geheel vernieuwen is de volledige nieuwbouwparagraaf van toepassing. Artikel 1.12 bepaalt namelijk dat, tenzij anders is bepaald, de nieuwbouwvoorschriften van toepassing zijn.