Contact Service
Algemeen
Inhoud
Sluit inhoud voor documentview -->
Alles aan
Alles uit
Filterselectie
Gebruiksfuncties
Type
Pagina afdrukken


Algemeen

De wijzigingen ten opzichte van het oude hoofdstuk 3 zijn grotendeels het gevolg van afstemming met de Wet geluidhinder en de Wet luchtvaart en van wijziging van NEN 5077. Het gaat hier om de voorschriften met betrekking tot het geluid van buiten, luchtvaartlawaai, contactgeluid en luchtgeluid binnen een bouwwerk. De oude waarde dB(A) is waar mogelijk vervangen door de waarde dB, bij burgerluchthavens heeft de oude Laeq-waarde plaats gemaakt voor een Lden-waarde (uitgedrukt in dB) terwijl bij militaire luchthavens de oude waarde nog van toepassing blijft. Voor de berekening van geluidsoverdracht door luchtgeluid wordt voortaan uitgegaan van de nieuwe term «karakteristieke lucht-geluidniveauverschil» en voor de geluidsoverdracht van contactgeluid van «contact-geluidniveau». Belangrijk is dat er voortaan eisen gelden ter voorkoming van geluidsoverlast door lawaai van eigen installaties van woningen, kinderopvang en onderwijsgebouwen. Aan de geluidwering in verblijfsruimten binnen dezelfde gebruiksfunctie (de oude afdeling 3.3) worden daarentegen geen eisen meer gesteld. Er wordt op gewezen dat met een aantal voorschriften van afdeling 3.4 [Stb. 2011, 676] invulling is gegeven aan de motie (Kamerstukken II 2011/2012, 23 757, nr. 23) tot het opnieuw opnemen van eisen aan geluidsisolatie binnen woningen. Hiermee wordt een niveau van eisen gerealiseerd dat vergelijkbaar is met afdeling 3.3 van het Bouwbesluit 2003 (Geluidwering tussen verblijfsruimten van dezelfde gebruiksfunctie, nieuwbouw).

Ook zijn vereenvoudigingen aangebracht zoals het samenvoegen van de voorschriften van enkele afdelingen. Dit resulteert in de nieuwe afdelingen Wering van vocht (afdeling 3.5), Luchtverversing (afdeling 3.6) en Toevoer van verbrandingslucht en afvoer van rookgas (afdeling 3.8). Een belangrijke inhoudelijke wijziging is dat er voortaan alleen nog eisen worden gesteld aan het verblijfsgebied (en aan het nieuwe bedgebied) en niet meer op het niveau van verblijfsruimte. Deze wijziging heeft een voordeel bij het kunnen indelen van een bouwwerk in verblijfsruimten (vrije indeelbaarheid). Verder worden er in deze afdeling geen eisen meer gesteld aan kantoorfuncties. De gebruikers van een kantoorfunctie worden in tegenstelling tot gebruikers van ziekenhuizen en scholen niet als «kwetsbaar» beschouwd. Kantoren vallen ook niet onder de categorie «geluidgevoelige bouwwerken» van de Wet geluidhinder. Wat betreft de eventuele invloed van geluid van buiten op de arbeidsomstandigheden wordt verwezen naar de zogenoemde arbocatalogie op basis van de Arbeidsomstandighedenwet. In de afdeling voor bescherming tegen ratten en muizen (afdeling 3.10) is een voorschrift ingevoegd dat het mogelijk maakt een nest of een vaste rust- of verblijfplaats ten behoeve van de bij of krachtens de Flora- en faunawet beschermde diersoorten te realiseren. Bij Stb. 2016, 383 is deze verwijzing gewijzigd in hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming. De oude afdelingen met de voorschriften voor drinkwatervoorziening en warmwatervoorziening zijn samengevoegd en verplaatst naar hoofdstuk 6. Ook de afdelingen voor de afvoer van afvalwater en fecaliën en de afvoer van hemelwater zijn samengevoegd in hoofdstuk 6.