Contact Service
Artikel 3.31 Regelbaarheid
Inhoud
Sluit inhoud voor documentview -->
Alles aan
Alles uit
Filterselectie
Gebruiksfuncties
Type
Pagina afdrukken


Artikel 3.31 Regelbaarheid

Artikel 3.31, regelbaarheid, ziet toe op de regelbaarheid van de voorziening van toevoer van verse lucht. Met de wijziging van dit artikel bij Stb. 2013, 75, is een onderscheid aangebracht tussen natuurlijke toevoer (eerste lid) en mechanische toevoer (tweede lid). In het derde lid is aangegeven dat – ongeacht of het natuurlijke of mechanische toevoer betreft – de voorziening zelfregelend mag zijn.

Het eerste lid betreft de regelbaarheid van de natuurlijke toevoer van ventilatielucht direct van buiten, bijvoorbeeld door een kiepraampje, ongeacht de vraag of de afvoer natuurlijk of mechanisch is. Het gaat er in dit lid om dat de beweegbare componenten bestemd voor het regelen van de capaciteit van de toevoer van verse lucht in verschillende (instel)standen kunnen worden gefixeerd.

Het tweede lid stelt eisen aan de regelbaarheid van de mechanische toevoer van ventilatielucht zoals bijvoorbeeld bij een balansventilatiesysteem. Het gaat om een mechanische toevoer (door de ventilator) van verse ventilatielucht ongeacht de vraag of de afvoer natuurlijk of mechanisch is. Op een systeem waarbij de lucht natuurlijk wordt toegevoerd en mechanisch afgevoerd is dus uitsluitend het eerste lid van toepassing. In de meeste gevallen zal de regelbaarheid voor de toevoer op basis van een ventilatiebalans gelijk zijn aan regelbaarheid voor de afvoer. Uit het tweede lid volgt dat de mechanische toevoer een dichtstand heeft (die kan worden bereikt door de stroomtoevoer of de ventilatiemotor uit te schakelen) en ten minste de hierna genoemde drie ventilatiestanden moet hebben: de minimumstand een tussenliggende instelstand en een stand die de in artikel 3.29 bedoelde ventilatiecapaciteit waarborgt. Eventueel tussenliggende standen zijn niet verder voorgeschreven en zijn afhankelijk van het gekozen systeem. Een voorziening voor de toevoer van ventilatielucht hoeft niet altijd regelbaar te zijn door middel van door mensen in te stellen regelstanden als aangegeven in het eerste en tweede lid.

Het derde lid staat namelijk binnen de randvoorwaarden van het eerste en tweede lid een zelfregelende toevoervoorziening toe. Tabel 3.28 is overeenkomstig gewijzigd bij dat Staatsblad.