Contact Service
Afdeling 2.7 Beweegbare constructieonderdelen
Inhoud
Sluit inhoud voor documentview -->
Alles aan
Alles uit
Filterselectie
Gebruiksfuncties
Type
Pagina afdrukken


Afdeling 2.7 Beweegbare constructieonderdelen

§ 2.7.1Nieuwbouw

Artikel 2.50 Aansturingsartikel

De functionele eis van het eerste lid , een te bouwen bouwwerk heeft zodanige beweegbare constructieonderdelen dat deze geen hinder veroorzaken bij het vluchten door en bij het gebruik van een aangrenzende openbare ruimte, is vergeleken met het oude voorschrift redactioneel iets aangepast.

Het tweede lid bepaalt dat aan de functionele eis van het eerste lid wordt voldaan door toepassing van de voorschriften van deze afdeling. Deze voorschriften gelden voor alle gebruiksfuncties.

Artikel 2.51Hinder

Met dit artikel wordt beoogd te voorkomen dat beweegbare onderdelen van bouwwerken, zoals ramen, deuren en luiken, gevaar opleveren bij vluchten uit het bouwwerk, dan wel gevaar voor voorbijgangers en langskomend verkeer. Deze voorschriften gelden voortaan ook voor woonwagens. Het eerste en tweede lid hebben betrekking op beweegbare constructieonderdelen in gevels van bouwwerken die aan een weg grenzen. In zo’n gevel mogen zich tot de aangegeven hoogte slechts naar binnen draaiende deuren of ramen, dan wel schuifdeuren of schuiframen bevinden.

Het eerste lid , met een hoogtegrens van 4,2 m, heeft betrekking op situaties waarin een bouwwerk onmiddellijk grenst aan een weg waar auto’s mogen komen met inbegrip van parkeerstroken, parkeerhavens, vluchtstroken en dergelijke.

Het tweede lid , met een hoogtegrens van 2,2 m, betreft situaties waarin alleen fietsers of voetgangers langs het bouwwerk kunnen komen. Het voorschrift van het tweede lid geldt niet voor een zogenoemde nooddeur. Een nooddeur mag naar buiten draaien over bijvoorbeeld een voetpad. Een nooddeur wordt uitsluitend gebruikt voor het vluchten uit een gebouw. Als men het gebouw door die nooddeur moet ontvluchten, dan weegt het veilig kunnen vluchten zwaarder dan de hinder die dat voor eventuele passanten op de niet voor motorrijtuigen openstaande weg kan opleveren.

Het derde lid heeft betrekking op beweegbare constructieonderdelen waarlangs een beschermde vluchtroute voert. Het gaat om constructieonderdelen in gangen, galerijen en trappen waardoor een beschermde vluchtroute voert als bedoeld in afdeling 2.12 (Vluchtroutes). Een kort moment van hinder als gevolg van het openen van een deur is toegestaan, mits de deur in volledig geopende stand geen hinder veroorzaakt. De constructieonderdelen moeten namelijk in geopende stand een vrije doorgang met een breedte van ten minste 60 cm en een hoogte van ten minste 2,2 m over laten. In het derde lid van artikel 2.51 is bij Stb. 2014, 51 verduidelijkt dat het alleen gaat om beweegbare constructieonderdelen waarlangs een beschermde vluchtroute voert. In het geval dat een dergelijke vluchtroute door een doorgang voert waarvan de deur vervolgens de vluchtroute hindert, is het derde lid dus niet van toepassing. In dat laatste geval moet op grond van artikel 2.107, achtste lid, een vrije breedte van ten minste 0,85 m worden gerealiseerd.

Het vierde lid maakt een uitzondering op de voorschriften van dit artikel voor de deur van een technische ruimte zoals bijvoorbeeld een meterkast of een kleine stookruimte. Dergelijke deuren vormen in de regel geen probleem omdat zij nooit van binnen uit zullen worden geopend.

Artikel 2.52Verbouw

Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten is artikel 2.51, eerste lid, niet van toepassing. Het tweede, derde en vierde lid zijn bij verbouw dus wel van toepassing. Omdat het eerste lid van artikel 2.51 niet van toepassing is op verbouw, gelden voor dat aspect de overeenkomstige voorschriften voor bestaande bouw. Bij verbouw mag een beweegbaar constructieonderdeel dus niet hinderlijk over een voor motorvoertuigen openstaande weg draaien, maar in tegenstelling hetgeen bij nieuwbouw geldt, wel over de strook van 0,6 m grenzend aan die weg.

Artikel 2.53Tijdelijke bouw

Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk is artikel 2.51, tweede tot en met vierde lid van toepassing en is het eerste lid van artikel 2.51 dus niet van toepassing. Op grond van artikel 1.14 geldt bij tijdelijke bouw artikel 2.55 in plaats van het eerste lid van artikel 2.51.

§ 2.7.2Bestaande bouw

Artikel 2.54

Zie de toelichting op § 2.7.1, Nieuwbouw.

Artikel 2.55

Zie de toelichting op § 2.7.1, Nieuwbouw.