Contact Service
Artikel 2.93 Omvang
Inhoud
Sluit inhoud voor documentview -->
Alles aan
Alles uit
Filterselectie
Gebruiksfuncties
Type
Pagina afdrukken


Artikel 2.93 Omvang

In artikel 2.93 van het Bouwbesluit 2012 wordt het begrip subbrandcompartiment telkens vervangen door beschermd subbrandcompartiment [Stb. 2011, 676]. Met deze wijziging wordt bewerkstelligd dat het vereiste beschermingsniveau van vluchtroutes, en het antwoord op de vraag of er een tweede vluchtroute nodig in grote lijnen het zelfde is als voor de invoering van het Bouwbesluit 2012. Hiermee is een onbedoelde verzwaring van het niveau van eisen weggenomen. Dit artikel stelt eisen aan de maximale omvang van beschermde [Stb. 2011, 676] subbrandcompartimenten bij de woonfunctie, de bijeenkomstfunctie, de celfunctie, de gezondheidszorgfunctie en de logiesfunctie. Aan andere gebruiksfuncties stelt dit artikel geen specifieke eisen omdat daar hooguit incidenteel sprake is van het bieden van slaapgelegenheid. Bij een incidenteel nachtgebruik (bijvoorbeeld het overnachten van padvinders in een scoutinggebouw) kan volstaan worden met een niet bouwkundige oplossing. Zie ook het algemeen deel van de toelichting. Aan de omvang van andere subbrandcompartimenten dan in dit artikel aangewezen worden alleen de eisen uit artikel 2.92 gesteld. Het is zinvol ruimten waar gebruikers een extra bescherming tegen brand nodig hebben in een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment van beperkte omvang te plaatsen. Men is in ieder beschermd subbrandcompartiment namelijk enige tijd beschermd tegen brand in andere gedeelten [andere beschermde subbrandcompartimenten] van het brandcompartiment. Wanneer de brand ontstaat in het beschermde subbrandcompartiment zelf, dan kan de ontruiming zich in eerste instantie richten op de evacuatie van het relatief beperkte aantal personen in dat beschermde subbrandcompartiment, en daarna pas op alle andere beschermde subbrandcompartimenten in het brandcompartiment. Een beschermd subbrandcompartiment mag om zijn functie van brand- en rookbegrenzer goed te kunnen vervullen dus niet te groot zijn. Met een beroep op de gelijkwaardigheidsbepaling van artikel 1.3 is het mogelijk een groter beschermd subbrandcompartiment te realiseren dan volgens deze afdeling mogelijk zou zijn. Met het begrip is beschermd subbrandcompartiment is gewaarborgd dat het vereiste beschermingsniveau van vluchtroutes, en het antwoord op de vraag of er een tweede vluchtroute nodig is in grote lijnen het zelfde is als voor de invoering van het Bouwbesluit 2012. Hiermee is geen sprake van onbedoelde verzwaring van het niveau van eisen ten opzichte van het Bouwbesluit 2003 [Stb. 2011, 676].

Het eerste lid stelt een grens aan de omvang van een beschermd subbrandcompartiment van een woonfunctie, een celfunctie, logiesfunctie en een bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied. Het voorschrift beperkt bij een bijeenkomstfunctie voor de opvang van kinderen tot 4 jaar en 24-uurs opvang (kinderopvang met bedgebied) de omvang van een beschermd subbrandcompartiment omdat de hier aanwezige kinderen in het algemeen niet zelfstandig kunnen vluchten. In sommige gevallen zijn zij zelfs volledig aangewezen op hulp van het personeel. Bij andere kinderopvang (zonder bedgebied), zoals een dagverblijf voor kinderen ouder dan 4 jaar of buitenschoolse opvang, gelden dus geen specifieke eisen voor de omvang van het beschermde subbrandcompartiment en mag dat even groot zijn als het brandcompartiment zelf. De eisen hiervoor zijn gelijk aan die voor een onderwijsfunctie, omdat dit type opvang dikwijls in schoolgebouwen wordt gerealiseerd.

Het tweede lid voorziet in de mogelijkheid om in een woonfunctie voor zorg met een gebruikoppervlakte van meer dan 500 m² een gezamenlijke verblijfsruimte (woonkamer) te creëren, met een grotere omvang dan voor de individuele wooneenheden is toegestaan. Bij een woonfunctie voor de zorg van niet meer dan 500 m² geldt het voorschrift voor de andere woonfunctie van het eerste lid.

Het derde lid regelt voor een bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied dat een beschermd subbrandcompartiment in geen ruimten van een andere gebruiksfunctie mogen bevatten. Ruimten van ondergeschikt belang (nevenfuncties) mogen wel deel uitmaken van dit beschermde subbrandcompartiment.

Lid vier geeft expliciet aan dat elke cel een apart beschermd subbrandcompartiment moet zijn. Dit biedt de hoogst mogelijke bescherming als er brand uitbreekt in een ander beschermd subbrandcompartiment nabij die cel.

Het vijfde lid beperkt de omvang van een beschermd subbrandcompartiment in een gezondheidszorgfunctie met bedgebied tot ten hoogste 500 m². Een opslagruimte voor bedden is geen bedgebied. Binnen het beschermd subbrandcompartiment met bedgebied mogen ook ruimten liggen die ten dienste staan van die patiëntenkamers, zoals een ruimte voor toezicht door verplegend personeel. Een dergelijke ruimte mag echter ook buiten een beschermd subbrandcompartiment liggen (zie artikel 2.92, derde lid). Het vijfde lid geeft een algemeen voorschrift voor hen bedgebied.

Wanneer het gaat om bedgebonden patiënten dan is het nadere voorschrift van het zesde lid van toepassing Een bedgebonden patiënt is een patiënt die aan het bed is gekluisterd en daarom bij brand hulp nodig heeft om voldoende snel te kunnen vluchten. Wanneer het beschermde subbrandcompartiment bestemd is voor bedgebonden patiënten dan is de maximale omvang van het beschermde subbrandcompartiment in het vijfde lid afhankelijk van het bewakingsniveau. Bij een permanente bewaking, waarbij 24 uur per etmaal voldoende goed getraind personeel aanwezig is om de bedgebonden patiënten bij brand tijdig in veiligheid te kunnen brengen is een beschermd subbrandcompartiment van 500 m² toegestaan. Ontbreekt bewaking, dan mag het beschermde subbrandcompartiment niet groter zijn dan 50 m². Is het niveau van de bewaking afgestemd op het bij brand tijdig in veiligheid kunnen brengen van een bepaald aantal bedgebonden patiënten, dan mag de omvang van het beschermd subbrandcompartiment zodanig zijn, dat dat aantal bedgebonden patiënten daarin kan worden ondergebracht. Dit betekent dat in voorkomende gevallen een beschermd subbrandcompartiment kan worden toegestaan met een omvang die ligt tussen de 50 m² en 500 m². Het beschermd subbrandcompartiment mag echter, ongeacht het niveau van de bewaking, niet groter zijn dan 500 m².

Een logiesfunctie kan een aantal logiesverblijven (zie artikel 1.1) bevatten. Het zevende lid [Stb. 2011, 676] maakt expliciet dat elk logiesverblijf, zoals een hotelkamer, behalve een afzonderlijk subbrandcompartiment ook een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment is. Dit biedt de hoogst mogelijke bescherming als er brand uitbreekt in een ander beschermd subbrandcompartiment nabij dat logiesverblijf. In een groepsaccommodatie, zoals bij een kampeerboerderij, mogen de verschillende ruimten voor een enkele groep gasten samen in één beschermd subbrandcompartiment liggen. Deze verschillende ruimten zijn dan samen één logiesverblijf.

Het achtste lid [Stb. 2011, 676] is vergelijkbaar met artikel 2.136, eerste lid, van het Bouwbesluit 2003. Deze toevoeging is nodig om het met het Bouwbesluit 2003 op dit onderdeel beoogde veiligheidsniveau te handhaven.