Contact Service
Artikel 1.29 Nadere voorwaarden na sloopmelding
Inhoud
Sluit inhoud voor documentview -->
Alles aan
Alles uit
Filterselectie
Gebruiksfuncties
Type
Pagina afdrukken


Artikel 1.29 Nadere voorwaarden na sloopmelding

Op grond van dit artikel kan het bevoegd gezag na ontvangst van een sloopmelding nadere voorwaarden opleggen. In principe zijn de procedurele voorschriften van deze paragraaf samen met de inhoudelijke voorschriften van hoofdstuk 8 toereikend om de uitvoering van sloopwerkzaamheden verantwoord te laten plaatsvinden. Hetzelfde geldt in samenhang met de voorschriften van het Asbestverwijderingsbesluit 2005 voor sloopwerkzaamheden waarbij asbest wordt verwijderd. In het algemeen zal het bevoegd gezag geen noodzaak zien om na een sloopmelding nadere voorwaarden te stellen. Voor het incidentele geval dat het stellen van dergelijke nadere voorwaarden toch nodig blijkt te zijn, biedt dit artikel de mogelijkheid daartoe.

Op grond van het eerste lid kan het bevoegd gezag nadere voorwaarden stellen die noodzakelijk zijn met het oog het voorkomen of beperken van hinder of van een onveilige situatie tijdens de sloopwerkzaamheden. Zie ook paragraaf 8.1 waarin de algemene regels over het veilig uitvoeren van sloopwerkzaamheden en het beperken van (geluid-, stof- en trilling)hinder zijn opgenomen.

Het tweede lid biedt het bevoegd gezag de mogelijkheid om ook nadere voorwaarden te stellen voor het scheiden en op de sloopplaats gescheiden houden van het sloopafval (zie ook paragraaf 8.2) en voor de wijze waarop de gereedmelding als bedoeld in artikel 1.33, tweede lid, moet worden gedaan. Bij dat laatste kan worden gedacht aan de nadere voorwaarde dat de gereedmelding schriftelijk moet worden gedaan.

In het derde lid is bepaald dat het verboden is te handelen in strijd met de nadere voorwaarden, bedoeld in het eerste en tweede lid.