Contact Service
Afdeling 6.2. Voorziening voor het afnemen en ...
Inhoud
Sluit inhoud voor documentview -->
Alles aan
Alles uit
Filterselectie
Gebruiksfuncties
Type
Pagina afdrukken

Afdeling 6.2. Voorziening voor het afnemen en gebruiken van energie, nieuwbouw en bestaande bouw

Artikel 6.7. Aansturingsartikel

1.

Een bouwwerk met een voorziening voor het afnemen en gebruiken van energie heeft een veilige voorziening voor het afnemen en gebruiken van energie.

2.

Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling.

Artikel 6.8. Voorziening voor elektriciteit

1.

Een voorziening voor elektriciteit voldoet aan:

  1. a.

    NEN 1010 bij lage spanning, en

  2. b.

    NEN-EN-IEC 61936-1 en NEN-EN 50522, bij hoge spanning.

2.

Bij een bestaand bouwwerk voldoet in afwijking van het eerste lid, onderdeel b, de voorziening voor elektriciteit aan V 1041.

Artikel 6.9. Voorziening voor gas

1.

Een te installeren voorziening voor gas voldoet aan:

  1. a.

    NEN 1078 bij een nominale werkdruk van ten hoogste 0,5 bar, en

  2. b.

    NEN-EN 15001-1 bij een nominale werkdruk hoger dan 0,5 bar en lager dan 40 bar.

2.

Een bestaande voorziening voor gas voldoet aan:

  1. a.

    NEN 8078 bij een nominale werkdruk van ten hoogste 0,5 bar, en

  2. b.

    NEN 2078 bij een nominale werkdruk hoger dan 0,5 bar en lager dan 40 bar.

3.

Een te bouwen bouwwerk met een in artikel 6.10 bedoelde aansluiting op het distributienet voor gas heeft, voor die aansluiting, leidingdoorvoeren en een mantelbuis die voldoen aan NEN 2768.

Artikel 6.10. Aansluiting op het distributienet voor elektriciteit, gas, en warmte

1.

Een in artikel 6.8, eerste en tweede lid, bedoelde voorziening voor elektriciteit is aangesloten op het distributienet voor elektriciteit indien:

  1. a.

    de aansluitafstand niet groter is dan 100 m, of

  2. b.

    de aansluitafstand groter is dan 100 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 100 m.

2.

Een in artikel 6.9, eerste en tweede lid, bedoelde voorziening voor gas is aangesloten op het distributienet voor gas indien artikel 10, zesde lid, onderdeel a of b, van de Gaswet op de aansluiting van toepassing is, en de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of de aansluitafstand groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.

3.

Een te bouwen bouwwerk met een of meer verblijfsgebieden is aangesloten op het in het warmteplan bedoelde distributienet voor warmte indien:

  1. a.

    het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen op dat distributienet op het moment van het indienen van de aanvraag om vergunning voor het bouwen nog niet is bereikt, en

  2. b.

    de aansluitafstand:

    1. i.

      niet groter is dan 40 m, of

    2. ii.

      groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.