Contact Service
Artikel 4.38.
Inhoud
Sluit inhoud voor documentview -->
Alles aan
Alles uit
Filterselectie
Gebruiksfuncties
Type
Pagina afdrukken


Artikel 4.38.

Elke toiletruimte moet, blijkens het eerste lid, bepaalde minimum afmetingen hebben. Deze afmetingen zijn zodanig, dat na plaatsing van de toiletpot met waterspoelinrichting voldoende gebruiksruimte resteert. Het voorschrift voorziet in zodanige afmetingen van de toiletruimte dat een rolstoelgebruiker, al dan niet met hulp van een derde, gebruik kan maken van die toiletruimte. Wat de plaats van de deur van de toiletruimte betreft, ligt het in de rede dat deze uit het oogpunt van toegankelijkheid voor een rolstoelgebruiker wordt geplaatst in de lange zijde van de toiletruimte, zoals ook is aangegeven in het Handboek voor toegankelijkheid. Het Bouwbesluit 2003 dwingt daar echter niet toe.

De afmetingen van de toiletruimte zijn zodanig dat in de utiliteitsbouw tot dusverre gebruikelijke groepen met toiletcabines niet langer mogelijk zijn. Dat is een gevolg van bewust beleid om mensen met een functiebeperking meer te integreren in de normale samenleving. De afmetingen van de cabines zullen voortaan groter moeten zijn.

De afmetingen van een toiletruimte voor een woonwagen, zoals vereist in het tweede lid, zijn niet zonder meer geschikt om door mensen met een functiebeperking met hulp van derden te kunnen worden gebruikt. Bij het Besluit tot wijziging van het Bouwbesluit inzake toegankelijkheid van woningen en woongebouwen (Stb. 1997, 34, inclusief verbeterblad, is destijds voor een woonwagen het aanpassen van het voorschrift als te ingrijpend beoordeeld.

De afmetingen die het derde lid vereist, zijn afkomstig uit het ‘Handboek voor Toegankelijkheid’ van de Federatie Nederlandse Gehandicaptenraad (thans Chronisch zieken en Gehandicapten Raad Nederland), 5e druk 2003 uitgegeven door Reed Business Information. Een integraal toegankelijke toiletruimte dient namelijk zodanige afmetingen te hebben, dat mensen met een functiebeperking daarvan zelfstandig of met beperkte hulp gebruik kunnen maken. De afmetingen van deze ruimte zijn ten opzichte van het oude Bouwbesluit verkleind. Er was oorspronkelijk uitgegaan van een tweezijdig benaderbare toiletpot. Achteraf gezien wordt als minimum voorschrift een eenzijdig benaderbare toiletpot toereikend gevonden.

De minimum plafondhoogte van toiletruimten in gebruiksfuncties is, zoals blijkt uit het vierde lid, gelijk aan de hoogte van vrije doorgangen in die functie (artikel 4.11) aangescherpt van 2,1 m tot 2,3 m.