Contact Service
Artikel 4.24.
Inhoud
Sluit inhoud voor documentview -->
Alles aan
Alles uit
Filterselectie
Gebruiksfuncties
Type
Pagina afdrukken


Artikel 4.24.

Dit artikel geeft de afmetingen aan waaraan een verblijfsgebied ten minste moet voldoen om geschikt te zijn voor het verrichten van de voor de betrokken gebruiksfunctie kenmerkende activiteiten.

Wegens de toenemende gemiddelde lengte van de bevolking is in het derde lid de minimale hoogte van plafonds in alle gebruiksfuncties met uitzondering van de celfunctie, aangescherpt van 2,4 m naar 2,6 m. Een soortgelijke aanscherping heeft in artikel 4.11 plaatsgevonden voor de hoogte van vrije doorgangen. Daarmee wordt de gebruikswaarde van de gebruiksfuncties voor de langere termijn zeker gesteld. Een uitzondering op deze regel geldt voor de celfunctie, waar een minimum-plafondhoogte van 2,5 m geldt.

Een verblijfsgebied in bepaalde, niet in een logiesgebouw gelegen, logiesfuncties, zoals bijvoorbeeld een vakantiehuis, blokhut of volkstuinhuisje, mag op grond van dit artikel voldoen aan lagere afmetingseisen dan voor een verblijfsgebied in het algemeen gelden. De reden hiervoor is dat het gebruik van dergelijke bouwwerken door dezelfde persoon van beperkte duur is.

Voor de ‘andere overige gebruiksfuncties’, zoals bijvoorbeeld voor het stallen van motorvoertuigen, zijn de afmetingsvoorschriften voor een verblijfsgebied niet van toepassing. Hiermee wordt bijvoorbeeld voorkomen dat in een parkeergarage een vrije hoogte van ten minste 2,4 m verplicht wordt gesteld.

Het vierde lid regelt dat, indien een gebruiksfunctie een nevenfunctie van een celfunctie is, ook daarvoor met een plafondhoogte van 2,5 m kan worden volstaan. Daarbij kan onder meer worden gedacht aan een in een cellenblok opgenomen ruimte voor de bewaking. Hiermee is de flexibiliteit van een ontwerp voor een gebouw met celfuncties en nevenfuncties gewaarborgd.