Contact Service
Afdeling 4.12. Meterruimte, nieuwbouw
Inhoud
Sluit inhoud voor documentview -->
Alles aan
Alles uit
Filterselectie
Gebruiksfuncties
Type
Pagina afdrukken


Afdeling 4.12. Meterruimte, nieuwbouw

Artikel 4.65.

Het eerste lid geeft de functionele eis voor een meterruimte voor te bouwen bouwwerken.

De tabel van het tweede lid wijst per gebruiksfunctie de voorschriften aan die van toepassing zijn op die gebruiksfunctie. Door aan die voorschriften te voldoen, wordt aan de functionele eis van het eerste lid voldaan. De hiervoor bedoelde voorschriften, die prestatie-eisen inhouden, zijn als volgt over de artikelen verdeeld:

1.artikel 4.66 bepaalt in welke situatie een meterruimte aanwezig moet zijn (aanwezigheid);  
2.artikel 4.67 bepaalt welke afmetingen en indeling een meterruimte moet hebben (afmetingen);  
3.artikel 4.68 is vervallen, en
4.artikel 4.69 bepaalt dat de uitwendige scheidingsconstructie van een meterruimte regenwerend moet zijn (regenwerendheid).

Voor de gebruiksfunctie ‘bouwwerken, geen gebouw zijnde’ wijst de tabel van het tweede lid geen enkel voorschrift aan. Het derde lid bepaalt dat de functionele eis op deze gebruiksfunctie niet van toepassing is.

Voor de bestaande bouw is geen meterruimte voorgeschreven. Dit vindt zijn oorzaak in het feit dat in het verleden een dergelijke ruimte niet is geëist. Het thans alsnog eisen van dergelijke ruimten zou op gespannen voet staan met het rechtens verkregenniveau en de eigenaar van een gebouw voor kosten plaatsen waarvan het nut niet opweegt tegen de verhoogde veiligheid en bruikbaarheid van het gebouw.

Artikel 4.66.

Dit artikel regelt de aanwezigheid van een meterruimte voor het aansluiten van voorzieningen voor drinkwater, gas, elektriciteit en verwarming op de openbare distributienetten. Deze meterruimte hoeft niet per se individueel te zijn, maar mag gedeeld worden met andere gebruiksfuncties. Men kan bij dit laatste bijvoorbeeld denken aan een gemeenschappelijke meterruimte in een woongebouw of een winkel met een kantoor (winkelfunctie met kantoorfunctie).

In het tweede lid is geregeld dat, indien er in een woongebouw een gemeenschappelijke voorziening voor drinkwater, gas, elektriciteit of verwarming is, er voor die gemeenschappelijke voorziening een afzonderlijke gemeenschappelijke meterruimte is. Met een gemeenschappelijke voorziening wordt, naast bijvoorbeeld een stroomvoorziening voor een gemeenschappelijke lift of verlichting van een trappenhuis, ook een leiding bedoeld die zich tussen de aansluiting op het openbare distributienet en de aftakking naar een individuele meter (van een afzonderlijke gebruiksfunctie) bevindt.

Artikel 4.67.

Een voorgeschreven meterruimte moet voor wat betreft de inrichting voldoen aan bepaalde eisen van NEN 2768. Het normblad bevat ook een reeks eisen die door het Bouwbesluit niet worden aangestuurd. Die eisen hebben alleen betekenis voor privaatrechtelijke overeenkomsten.

Verder is in het tweede en derde lid geregeld dat de meterruimte, voor installaties van een grotere omvang dan waarin NEN 2768 voorziet, zodanige afmetingen heeft, dat de benodigde apparatuur in die ruimte kan worden geplaatst en dat die apparatuur bereikbaar is voor onderhoud en het aflezen van de meterstanden. Het tweede lid duidt daarbij op gemeenschappelijke meterruimten in een woongebouw.

Artikel 4.68.

Vervallen

Noot: Een deel van deze eisen is thans ondergebracht in artikel 2.185.

Artikel 4.69.

Ingevolge dit artikel moeten de wanden, de vloer en het plafond van de meterruimte het vermogen hebben de in die ruimte geplaatste apparatuur te vrijwaren van regen, hagel en sneeuw. Daarmee wordt een vanuit arbeidsomstandigheden onveilige situatie voorkomen.