Contact Service
4. Aanvullende verordenende bevoegdheid
Inhoud
Sluit inhoud voor documentview -->
Alles aan
Alles uit
Filterselectie
Gebruiksfuncties
Type
Pagina afdrukken


4. Aanvullende verordenende bevoegdheid

Door aanvaarding van het amendement van der Burg/Van Noord (Kamerstukken II 1989-90, 20 066, nr. 55) is in het wetsvoorstel tot herziening van de Woningwet het verbod voor de gemeenten langs publiekrechtelijke weg, door middel van hun verordenende bevoegdheid op grond van artikel 168 van de gemeentewet, aanvullende technische voorschriften te geven ten aanzien van het Bouwbesluit, geschrapt. Dit betekent derhalve dat gemeenten binnen de scope van artikel 149 van de Gemeentewet de mogelijkheid hebben ten opzichte van het Bouwbesluit aanvullende eisen te stellen. De vraag rijst welke mogelijkheden de gemeenten hebben. Bij de beantwoording van die vraag spelen de volgende aspecten een rol.

In de eerste plaats zal er een relatie moeten bestaan tussen de gemeente en de persoon of zaak waarop het aanvullend voorschrift betrekking heeft.

In de tweede plaats dient een gemeenteraad zich te beperken tot het gemeentelijk belang en dient niet te treden in een regeling van de bijzondere belangen van de ingezetenen van de gemeente. Met andere woorden, er dient sprake te zijn van een rechtstreeks gemeentelijk belang.

In de derde plaats mag een gemeentelijke verordening niet treden in hetgeen van algemeen rijks- of provinciaal belang is. Overwegingen die hieraan ten grondslag liggen, zijn:

1.of de rijkswetgever zelf in een regeling heeft voorzien;
2.of de rijkswetgever de bedoeling heeft gehad het onderwerp uitputtend te regelen;
3.wat het motief is geweest van de rijkswetgever om iets te regelen of juist niet te regelen.

Gemeenten mogen in elk geval geen beleid voeren dat het rijks- of provinciaal beleid doorkruist. Tenslotte zal, wanneer een gemeente een voorschrift stelt, dat voorschrift betrekking dienen te hebben op alle bouwwerken en bijvoorbeeld niet alleen op de gesubsidieerde bouw. Overigens wordt nog opgemerkt dat de door een gemeente bij verordening op grond van artikel 149 van de Gemeentewet gegeven aanvullend technisch voorschrift geen onderwerp van toetsing kan zijn bij een aanvraag om bouwvergunning. De Woningwet kent in dit opzicht een imperatief limitatief stelsel van weigeringsgronden waaronder een dergelijke verordening niet valt.

Aan de hand van deze criteria kan worden beoordeeld of een aanvullend voorschrift ten aanzien van het Bouwbesluit is geoorloofd.