Contact Service
Afdeling 4.2. Toegankelijkheidssector, nieuwbo ...
Inhoud
Sluit inhoud voor documentview -->
Alles aan
Alles uit
Filterselectie
Gebruiksfuncties
Type
Pagina afdrukken


Afdeling 4.2. Toegankelijkheidssector, nieuwbouw

Artikel 4.3

1.

Een te bouwen bouwwerk is voldoende toegankelijk voor rolstoelgebruikers.

2.

Voorzover voor een gebruiksfunctie in tabel 4.3 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4.3 geen voorschrift is aangewezen.

Artikel 4.4

1.

Een woonfunctie met een gebruiksoppervlakte van meer dan 500 m² heeft een toegankelijkheidssector.

2.

Een woonfunctie heeft een gemeenschappelijke toegankelijkheidssector, indien:

  1. a.

    de vloer van een verblijfsgebied in het woongebouw hoger ligt dan 12,5 m boven het meetniveau of

  2. b.

    het woongebouw een gebruiksoppervlakte heeft van meer dan 3 500 m² die hoger ligt dan 1,5 m boven het meetniveau.

3.

Een gebruiksfunctie heeft een al dan niet gemeenschappelijke toegankelijkheidssector. Dit geldt niet indien de gebruiksoppervlakte van een gebruiksfunctie, vermeerderd met het totaal aan gebruiksoppervlakte van een of meer soortgelijke gebruiksfuncties gelegen op hetzelfde perceel, kleiner is dan de in tabel 4.3 aangegeven grenswaarde.

Artikel 4.5

1.

Een toegang van een woonfunctie met een gemeenschappelijke toegankelijkheidssector als bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, is bereikbaar langs een route die uitsluitend voert door gemeenschappelijke verkeersruimten gelegen in een toegankelijkheidssector.

2.

Een ruimte die in een toegankelijkheidssector ligt, is rechtstreeks bereikbaar vanaf het aansluitende terrein of langs een verkeersroute die uitsluitend door een toegankelijkheidssector voert.

3.

Een verkeersroute als bedoeld in het tweede lid, voert niet door een niet-gemeenschappelijke ruimte van een andere gebruiksfunctie.

Artikel 4.6

1.

Een hoogteverschil van meer dan 0,02 m tussen vloeren die in een toegankelijkheidssector liggen is, onverminderd artikel 2.24, overbrugd door een lift of een hellingbaan.

2.

Indien het hoogteverschil tussen een vloer ter plaatse van de toegang van een woonfunctie gelegen in een woongebouw en de vloer ter plaatse van een toegang van een toegankelijkheidssector als bedoeld in artikel 4.18, eerste lid, groter is dan 0,02 m, is dat hoogteverschil, onverminderd artikel 2.24, overbrugd door een lift.

3.

Indien het hoogteverschil tussen de vloer ter plaatse van een toegang van een toegankelijkheidssector als bedoeld in artikel 4.18, tweede lid, en het aansluitende terrein groter is dan 0,02 m, is dat hoogteverschil overbrugd door een hellingbaan.

Artikel 4.7

1.

De kooi van een lift als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, heeft een vloeroppervlakte van ten minste 1,05 m x 1,35 m.

2.

De kooi van een lift als bedoeld in artikel 4.6, tweede lid, heeft een vloeroppervlakte van ten minste 1,05 m x 2,05 m.

Artikel 4.8

De loopafstand tussen de toegang van een woonfunctie en een toegang van een lift als bedoeld in artikel 4.6, tweede lid, is ten hoogste 90 m.

Artikel 4.9

Het bevoegd gezag wijkt bij een omgevingsvergunning die betrekking heeft op het geheel vernieuwen van een bouwwerk niet af van de artikelen 4.4 en 4.5.