Home › Nota van toelichting op Regeling Bouwbesluit 2003 › II Artikelsgewijs › Hoofdstuk 4 Nadere voorschriften omtrent de toepassing van normen › Afdeling 4.2 Bestaande bouw
In deze artikelen worden nadere voorschriften gegeven waardoor de desbetreffende nieuwbouwnormen voor bestaande bouw kunnen worden toegepast.
Tot de invoering van de wijziging van de regeling op 1 september 2005 werd voor de bestaande bouw gebruik gemaakt van een in dit artikel sterk aangepaste tekst van de nieuwbouwnorm NEN 2757. Recent is echter NEN 8757 voor bestaande bouw beschikbaar gekomen waarmee de noodzaak om de nieuwbouwnorm voor bestaande bouw aan te passen is vervallen. Omdat het normblad voor bestaande bouw nog niet in het Bouwbesluit 2003 is aangewezen, is er voor gekozen deze norm tijdelijk in de Regeling Bouwbesluit 2003 aan te wijzen. In een volgende wijziging van het Bouwbesluit 2003 zal NEN 8757 rechtstreeks worden aangewezen.
Deze nadere voorschriften hebben betrekking op:
Deze aanpassingen zijn mede gebaseerd op het TNO-rapport 'Veiligheidsbeoordeling bestaande bouw' (2004-CI-R0159).
Deze voorschriften hebben betrekking op:
De voorschriften bij NEN 6702 hebben betrekking op:
Deze aanpassingen zijn mede gebaseerd op het TNO-rapport 'Veiligheidsbeoordeling bestaande bouw' (2004-CI-R0159).
Voorts is een nader voorschrift gegeven om te bepalen of een bestaand dak voldoende bestand is tegen wateraccumulatie. Daarbij kan, omdat zettingen hebben plaatsgevonden, de hoogte van de afvoer in de praktijk nauwkeurig worden vastgesteld, zodat met minder veiligheiden in de berekening rekening behoeft te worden gehouden om toch de vereiste betrouwbaarheid te kunnen aantonen.
De wijzigingen die op grond van Stcrt. 2010, 7184, in artikel 4.25 zijn aangebracht hebben betrekking op de verwijzingen naar de bouwvergunning. Aan deze verwijzing is de omgevingsvergunning toegevoegd. Omdat de grondslag van deze regeling, via het Bouwbesluit 2003, mede wordt gevormd door de Woningwet, moet in de context van de regeling onder omgevingsvergunning worden begrepen wat daaronder in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Woningwet wordt verstaan (vergunning voor een bouwactivi-teit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo).