Home › Nota van toelichting op Bouwbesluit 2003 › Artikelsgewijze toelichting › Hoofdstuk 3 Voorschriften uit het oogpunt van gezondheid › Afdeling 3.2 Bescherming tegen geluid van installaties, nieuwbouw
Het eerste lid geeft de functionele eis voor de bescherming tegen geluid van installaties.
De tabel van het tweede lid wijst per gebruiksfunctie voorschriften aan die van toepassing zijn op die gebruiksfunctie. Door aan die voorschriften te voldoen, wordt aan de functionele eis van het eerste lid voldaan. De hiervoor bedoelde voorschriften, die prestatie-eisen inhouden, zijn als volgt over de artikelen verdeeld:
| 1. | artikel 3.7 bevat eisen betreffende het geluidsniveau in een verblijfsgebied van een gebruiksfunctie dat wordt veroorzaakt door een installatie die zich bevindt in een aangrenzende gebruiksfunctie op een aangrenzend perceel (aangrenzend perceel); |
| 2. | artikel 3.8 bevat eisen betreffende het geluidsniveau in een verblijfsgebied van een gebruiksfunctie dat wordt veroorzaakt door een installatie die zich bevindt in een op hetzelfde perceel gelegen woonfunctie, logiesfunctie, of gemeenschappelijk verblijfsgebied (zelfde perceel); |
| 3. | artikel 3.9 geeft aan tot welk niveau burgemeester en wethouders ontheffing kunnen verlenen (verbouw), en |
| 4. | artikel 3.10 geeft voor niet-permanente bouw aan welke voorschriften daarvoor gelden (tijdelijke bouw). |
Voor de 'woonfunctie van een woonwagen' en 'bouwwerk geen gebouw zijnde' wijst de tabel van het tweede lid geen voorschriften aan. Het derde lid bepaalt dat de functionele eis van het eerste lid evenmin op deze gebruiksfuncties van toepassing is.
Dit artikel heeft als doel geluidhinder veroorzaakt door met name genoemde installaties te beperken voor de belendingen. Enkele voorbeelden van zulke situaties zijn geluidhinder in een woonkamer als gevolg van een toilet in een aangrenzende woonfunctie of als gevolg van een liftinstallatie in een aangrenzend kantoor. Dit zowel voor niet-gemeenschappelijke (individuele) als gemeenschappelijke installaties. De wenselijkheid van deze voorschriften vloeit voort uit de omstandigheid dat mensen geluiden van buiten de eigen woning, hotelkamer, kantoor etc. als hinderlijker ondervinden dan geluiden van binnen de eigen woning etc. Dit komt mede doordat men in de regel geen of nauwelijks invloed kan uitoefenen op geluid dat van buiten de eigen gebruiksfunctie komt. Onder het begrip 'karakteristiek geluidsniveau' wordt overeenkomstig NEN 5077 verstaan de grootheid die het geluidsniveau in de ontvangstruimte weergeeft dat wordt veroorzaakt door een installatie die in werking is, herleid naar gestandaardiseerde afmetingen van de ontvangruimte. De hantering van dit begrip hangt samen met het beginsel van de vrije indeelbaarheid van een woonfunctie.
Dit artikel regelt de beperking van overlast van installaties voor op het zelfde perceel gelegen gebruiksfuncties. Het eerste lid regelt dat een installatie van een woning geen geluidsoverlast zal geven in een andere woning (bijvoorbeeld van een andere woning in het woongebouw of een onder de woning gelegen winkel). Dit geldt ook voor een gemeenschappelijke installatie van de woning (bijvoorbeeld een liftinstallatie). Een gemeenschappelijke installatie zal in geen enkele woning geluidsoverlast mogen geven. Een soortgelijke bepaling is voor logiesfuncties (bijvoorbeeld hotelkamers) opgenomen in het tweede lid. Het derde lid geeft aan dat er in een woning geen geluidsoverlast mag zijn van een installatie van een utiliteitsgebouw.