Contact Help
Afdeling 3.12 Luchtverversing van overige ruim ...
Inhoud
Sluit inhoud voor documentview -->
Alles aan
Alles uit
Filterselectie
Gebruiksfuncties
Type
Pagina afdrukken
0 topics gevondenNieuw topic starten


Afdeling 3.12 Luchtverversing van overige ruimten

§ 3.12.1 Nieuwbouw

Artikel 3.67

Het eerste lid geeft de functionele eis voor luchtverversing van overige ruimten voor nieuwbouw. In het eerste lid van artikel 3.67, de functionele eis voor luchtverversing van overige ruimten, nieuwbouw, zijn de liftkooi en de liftschacht voor een brandweerlift vervangen door de liftschacht (Stb. 2005, 1). Een liftkooi is namelijk geen bouwkundige voorziening en de ventilatie daarvan is onderwerp van regeling in het Warenwetbesluit liften. Omdat iedere liftschacht moet worden geventileerd, en niet alleen die van een brandweerlift, is het voorschrift nu van toepassing op elke liftschacht.

De tabel van het tweede lid wijst per gebruiksfunctie voorschriften aan die van toepassing zijn op die gebruiksfunctie. Door aan die voorschriften te voldoen, wordt aan de functionele eis van het eerste lid voldaan. De hiervoor bedoelde voorschriften, die prestatie-eisen inhouden, zijn als volgt over de artikelen verdeeld:

1.artikel 3.68 bepaalt in welke situatie er een voorziening voor luchtverversing aanwezig moet zijn (aanwezigheid);
2.artikel 3.69 bepaalt wat voor capaciteit de voorziening ten minste moet hebben (capaciteit);
3.artikel 3.70 bevat voorschriften omtrent het kunnen regelen van de voorziening door de gebruiker (regelbaarheid);
4.artikel 3.71 bepaalt de richting van de luchtstroming van en naar de voorziening (stromingsrichting);
5.artikel 3.72 stelt eisen betreffende de plaats van de instroomopening van de toevoervoorziening (plaats van de opening), en
6.artikel 3.73 bepaalt vanwaar de verse lucht naar een verblijfsgebied of verblijfsruimte moet worden toegevoerd en waarheen deze moet worden afgevoerd (luchtkwaliteit).

Voor de gebruiksfunctie 'ander bouwwerk geen gebouw zijnde' wijst de tabel van het tweede lid geen voorschriften aan. Het derde lid bepaalt dat de functionele eis evenmin op deze gebruiksfunctie van toepassing is. In tabel 3.67 zijn artikel 3.68, tweede lid, en artikel 3.69, derde lid, geschrapt (Stb. 2005, 1).

Artikel 3.68

Ventilatie is niet alleen voor een verblijfsgebied, verblijfsruimte, toiletruimte en badruimte noodzakelijk, maar ook voor een aantal andere ruimten in een gebruiksfunctie. Deze ruimten zijn weliswaar niet bestemd voor langdurig verblijf van mensen, maar kunnen door de aard van hun gebruik een verhoogde kans op verontreiniging of andersoortig gevaar voor de gezondheid van de gebruikers opleveren. Dit artikel regelt de aanwezigheid van een voorziening waarmee die andere ruimten in een gebruiksfunctie langs natuurlijke of mechanische weg kunnen worden geventileerd. Zo'n ventilatievoorziening moet er om te beginnen zijn voor gangen, trappenhuizen en dergelijke in woon- en logiesgebouwen. In deze ruimten kan zich verontreinigde lucht ophopen en kunnen onaangename geuren blijven hangen, afkomstig uit de woningen en de logiesverblijven. Voor een liftkooi geldt dat er op een kleine oppervlakte veel mensen kunnen samenzijn. Bij langdurig gebruik van de liftkooi, bijvoorbeeld in geval van een storing, is bij gebrek aan ventilatie de kans groot op sterke verontreiniging van de lucht in de liftkooi en kan er een hoge temperatuur ontstaan. Ook is het nodig dat meterruimten voor gasvoorzieningen worden geventileerd om ontploffingsgevaar te voorkomen. Tenslotte is ventilatie voorgeschreven voor grote opslagruimten voor afval, teneinde de kans te beperken dat er door de opslag van grote hoeveelheden afval stankhinder in de gebruiksfunctie ontstaat. Artikel 3.68, tweede lid, regelde de aanwezigheid van een ventilatievoorziening voor een liftkooi. Dit voorschrift is vervallen zoals toegelicht bij artikel 3.67 (Stb. 2005, 1). Voor een liftschacht, wel een bouwtechnisch onderdeel, geldt dat de ventilatievoorziening gewaarborgd moet zijn. Personen in een vastzittende lift zijn dikwijls afhankelijk van via de liftschacht aangevoerde verse lucht. Voor 'tunnel of daarmee vergelijkbaar bouwwerk' bevat het vijfde lid een functionele eis. Op grond hiervan kunnen burgemeester en wethouders bij de toetsing van een bouwaanvraag eisen aan de ventilatievoorziening stellen die afhankelijk zijn van de bestemming en de grootte van dat bouwwerk. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een langgerekte tunnel, die eisen behoeft om te voorkomen dat zich daarin schadelijke gassen ophopen.

Artikel 3.69

Met dit artikel wordt beoogd dat de door de mens en door afval veroorzaakte verontreiniging en verhitting van de lucht in een gebouw op een aanvaardbaar peil worden gehouden, concentratie van ontplofbare gassen wordt voorkomen en geurstoffen in voldoende mate worden afgevoerd. Het bevat daartoe eisen aan de capaciteit van de voorziening voor luchtverversing die in het voorgaande artikel is voorgeschreven. Artikel 3.69, derde lid, regelde de capaciteit van een ventilatievoorziening voor een liftkooi. Dit voorschrift is vervallen zoals toegelicht bij artikel 3.67 (Stb. 2005, 1). Het gewijzigde vierde lid, nu vernummerd tot derde lid, regelt de ventilatiecapaciteit voor de liftschacht (Stb. 2005, 1). Deze is gebaseerd op de voormalige eis voor de liftkooi van 6 dm3/s per m2. Aan de hand van ISO 4190-1:1999 (International Standard, Lift-installation Standard) is echter bepaald wat de relatie is tussen de vloeroppervlakte van de liftkooi en van de liftschacht en vervolgens bij welke ventilatiecapaciteit van de liftschacht de ventilatiecapaciteit voor de liftkooi is gewaarborgd.

Artikel 3.70

Uit gezondheidsoogpunt is de mogelijkheid uitgesloten om de ventilatie volledig stil te leggen door afsluiting van de opening van de voorziening. Zie voor de toelichting op de wijziging van artikel 3.70, eerste lid, de toelichting op artikel 3.67 (Stb. 2005, 1).

Artikel 3.71

Het voorschrift inzake de richting van de luchtstroming is gesteld om te voorkomen dat bijvoorbeeld een afvoervoorziening als toevoer gaat werken.

Artikel 3.72

Het doel van dit artikel is te bereiken dat de verontreinigde binnenlucht die uit het gebouw wordt afgevoerd niet of slechts in sterk verdunde samenstelling weer het gebouw binnenkomt.

Artikel 3.73

Dit artikel regelt allereerst voor opslagruimten voor afval en voor gemeenschappelijke verkeersruimten, dat de toevoer van verse lucht en de afvoer van binnenlucht rechtstreeks van en naar buiten plaatsvinden. In opslagruimten voor afval vloeit uit de aard van het gebruik voort dat de binnenlucht wordt verontreinigd. Een open verbinding met andere ruimten zou verspreiding van deze verontreiniging door de gebruiksfunctie tot gevolg hebben. Indien bijvoorbeeld een besloten gemeenschappelijke verkeersruimte in een woongebouw in open verbinding staat met daaraan grenzende woningen, dan zouden geurstoffen zich door het gehele gebouw kunnen verspreiden, dus ook van de ene woning naar de andere woning. Ten aanzien van liftschachten voor brandweerliften is het oogmerk van het voorschrift dat deze liften in geval van brand niet onbruikbaar worden doordat er rook kan binnendringen vanuit andere ruimten. Zie voor de toelichting op de wijziging van artikel 3.73, derde lid, de toelichting op artikel 3.67 (Stb. 2005, 1).

§ 3.12.2 Bestaande bouw

Artikel 3.74

Zie de toelichtingen op de artikelen van paragraaf 3.12.1. In aanvulling op de toelichtingen op de nieuwbouwvoorschriften valt het volgende op te merken. Zie voor de wijziging van de functionele eis voor de luchtverversing van overige ruimten voor bestaande bouw, de toelichting op het nieuwbouw artikel 3.67 (Stb. 2005, 1). In tabel 3.74 is van de artikelen 3.75 en 3.76 het tweede lid geschrapt (Stb. 2005, 1). Deze leden verwezen naar de aanwezigheid en capaciteit van de luchtverversing van een liftkooi.

Artikel 3.75

Zie de toelichtingen op de artikelen van paragraaf 3.12.1. In aanvulling op de toelichtingen op de nieuwbouwvoorschriften valt het volgende op te merken. Zie voor de wijziging van de functionele eis voor de luchtverversing van overige ruimten voor bestaande bouw, de toelichting op het nieuwbouw artikel 3.67 (Stb. 2005, 1). In tabel 3.74 is van de artikelen 3.75 en 3.76 het tweede lid geschrapt (Stb. 2005, 1). Deze leden verwezen naar de aanwezigheid en capaciteit van de luchtverversing van een liftkooi.

Anders dan in de nieuwbouwvoorschriften is aan de luchtverversing van een besloten gemeenschappelijke verkeersruimte geen eis gesteld. De reden hiervan is dat hiervoor tot dusver geen eis heeft gegolden en een verplichting om alsnog te voldoen aan zodanige eis te ver zou voeren. Het voorschrift van artikel 3.75 is nader afgestemd met NEN 1087. Daarom is nu evenals bij het nieuwbouwvoorschrift (artikel 3.68) sprake van een component (in plaats van 'een voorziening') voor toevoer van verse lucht en een component voor afvoer van binnenlucht (Stb. 2002, 203). Zie de toelichting op artikel 3.68 (Stb. 2005, 1).

Artikel 3.76

Zie de toelichtingen op de artikelen van paragraaf 3.12.1. In aanvulling op de toelichtingen op de nieuwbouwvoorschriften valt het volgende op te merken. Zie voor de wijziging van de functionele eis voor de luchtverversing van overige ruimten voor bestaande bouw, de toelichting op het nieuwbouw artikel 3.67 (Stb. 2005, 1). In tabel 3.74 is van de artikelen 3.75 en 3.76 het tweede lid geschrapt (Stb. 2005, 1). Deze leden verwezen naar de aanwezigheid en capaciteit van de luchtverversing van een liftkooi.

De capaciteit wordt bepaald volgens NEN 8087. Deze norm staat toe dat ook naden en kieren als ventilatievoorziening worden aangemerkt. Zie de toelichting op artikel 3.68. (Stb. 2005, 1).

Artikel 3.77

Zie de toelichtingen op de artikelen van paragraaf 3.12.1. In aanvulling op de toelichtingen op de nieuwbouwvoorschriften valt het volgende op te merken. Zie voor de wijziging van de functionele eis voor de luchtverversing van overige ruimten voor bestaande bouw, de toelichting op het nieuwbouw artikel 3.67 (Stb. 2005, 1). In tabel 3.74 is van de artikelen 3.75 en 3.76 het tweede lid geschrapt (Stb. 2005, 1). Deze leden verwezen naar de aanwezigheid en capaciteit van de luchtverversing van een liftkooi.

Artikel 3.78

Zie de toelichtingen op de artikelen van paragraaf 3.12.1. In aanvulling op de toelichtingen op de nieuwbouwvoorschriften valt het volgende op te merken. Zie voor de wijziging van de functionele eis voor de luchtverversing van overige ruimten voor bestaande bouw, de toelichting op het nieuwbouw artikel 3.67 (Stb. 2005, 1). In tabel 3.74 is van de artikelen 3.75 en 3.76 het tweede lid geschrapt (Stb. 2005, 1). Deze leden verwezen naar de aanwezigheid en capaciteit van de luchtverversing van een liftkooi.