Zie de toelichtingen op de artikelen van paragraaf 3.10.1. Anders dan voor nieuwbouw zijn er voor de bestaande bouw geen eisen gesteld aan de inrichting van de ventilatievoorziening. Uit het oogpunt van gezondheid is namelijk primair de capaciteit van de voorziening van belang en niet de wijze waarop de luchtverversing plaatsvindt. In aanvulling op de toelichtingen op de nieuwbouwartikelen wordt nog het volgende opgemerkt. In tabel 3.54 is de aansturing van de eisen voor de bijeenkomstfunctie voor kinderopvang voor de bestaande bouw ingevoegd (Stb. 2005, 1). Voor de ventilatiecapaciteit in een verblijfsruimte is uitgegaan van de grenswaarde bij de laagst toelaatbare bezettingsgraadklasse (B3) voor nieuwbouw. In de beschrijving van de specifieke ruimte van een gezondheidszorgfunctie als bedoeld in gebruiksfunctie 4.1 is 'voor activiteiten' vervangen door 'ruimte voor activiteiten' (Stb. 2005, 1). Daarmee past deze omschrijving beter in de systematiek van het Bouwbesluit 2003. Omwille van de consistentie van de voorschriften en in overeenstemming met fase 2, stuurt tabel 3.54 het tweede lid van artikel 3.56 nu ook aan voor gebruiksfunctie 5a (lichte industrie) (Stb. 2002, 203).