Contact Help
Afdeling 2.7 Elektriciteits- en noodstroomvoor ...
Inhoud
Sluit inhoud voor documentview -->
Alles aan
Alles uit
Filterselectie
Gebruiksfuncties
Type
Pagina afdrukken
0 topics gevondenNieuw topic starten


Afdeling 2.7 Elektriciteits- en noodstroomvoorziening

§ 2.7.1 Nieuwbouw

Artikel 2.46

Het eerste lid geeft de functionele eis voor elektriciteits- en noodstroomvoorzieningen voor nieuwbouw.

De in het tweede lid bedoelde tabel wijst per gebruiksfunctie voorschriften aan die van toepassing zijn op die gebruiksfunctie. Door aan die voorschriften te voldoen, wordt aan de functionele eis van het eerste lid voldaan. De hiervoor bedoelde voorschriften, die prestatie-eisen inhouden, zijn als volgt over de artikelen verdeeld:

1.artikel 2.47 bepaalt in welke situatie er een elektrische installatie of noodstroomvoorziening aanwezig moet zijn (aanwezigheid);  
2.artikel 2.48 bepaalt dat een voorgeschreven elektrische installatie een aansluitmogelijkheid moet hebben om te kunnen worden aangesloten op het openbare elektriciteitsnet (aansluitmogelijkheid);  
3.artikel 2.49 geeft de veiligheidseisen waaraan elektrische installaties en noodstroomvoorzieningen moeten voldoen (veiligheid);  
4.artikel 2.50 geeft aan van welke voorschriften burgemeester en wethouders geen ontheffing kunnen verlenen (verbouw), en  
5.artikel 2.51 geeft voor niet-permanente bouw aan welke voorschriften voor nieuwbouw daarvoor gelden, in aanvulling op de relevante voorschriften voor bestaande bouw (tijdelijke bouw).  

Artikel 2.47

Dit artikel regelt de aanwezigheid van een elektrische installatie en de aanwezigheid van een voorziening voor noodstroom. Een elektrische installatie is voor de meeste gebruiksfuncties voorgeschreven. Onder de gebruiksfuncties waarvoor geen elektrische installatie is voorgeschreven vallen bijvoorbeeld opslagloodsen, abri's en garages bij woningen. Indien er in deze uitzonderingsgevallen een lift aanwezig is, is er om die reden toch een elektrische installatie. Het is derhalve niet nodig in dergelijke gevallen een elektrische installatie voor te schrijven.

Artikel 2.48

Dit artikel regelt de minimumomvang van een voorgeschreven elektrische installatie. De installatie moet in de meterruimte een aansluitpunt hebben, waarmee zij kan worden aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Dit aansluitpunt wordt in het Bouwbesluit 'aansluitmogelijkheid' genoemd in onderscheid van de aansluitpunten voor de gebruiker. Voorschriften omtrent de daadwerkelijke aansluiting zijn opgenomen in de gemeentelijke bouwverordening. Bij woonwagens maakt de meterruimte in beginsel deel uit van de standplaats; de installaties van woonwagen en standplaats moeten zijn gekoppeld.

Artikel 2.49

Met het voldoen aan de bij ministeriële regeling aangewezen Model-aansluitvoorwaarden voor elektrische energie van EnergieNed wordt gerealiseerd dat elektriciteits- en noodstroomvoorzieningen veilig en van voldoende omvang zijn. Alle installaties, ook die niet in het Bouwbesluit zijn voorgeschreven moeten aan deze voorschriften voldoen. Oogmerk van het derde lid is dat de noodverlichting bij uitval van de normale stroomvoorziening zo lang blijft branden dat het bouwwerk veilig kan worden verlaten.

Artikel 2.50

Artikel 2.51

§ 2.7.2

Artikel 2.52

Zie de toelichtingen op de artikelen van paragraaf 2.7.1 Nieuwbouw. In de bij ministeriële regeling aangewezen Model-aansluitvoorwaarden voor elektrische energie van EnergieNed wordt voor bestaande bouw verwezen naar een document, waarin aan de omvang en inrichting van een bestaande elektriciteitsinstallatie en noodstroomvoorziening eisen zijn gesteld die zijn afgeleid van NEN 1010. Een elektriciteitsinstallatie in bestaande bouw moet aan nagenoeg hetzelfde veiligheidsniveau voldoen als bij nieuwbouw. De omvang van de bestaande elektrische installatie mag echter wel beperkter zijn. Voor de omvang geldt slechts de eis die werd gehanteerd ten tijde van de aanleg van de installatie. Om een noodstroomvoorziening in geen enkel geval van toepassing te laten zijn voor woonwagens, is in tabel 2.52 de woonfunctie gesplitst in 1a 'woonfunctie van een woonwagen' en 1b 'andere woonfunctie' (Stb. 2002, 203).

Artikel 2.53

Zie de toelichtingen op de artikelen van paragraaf 2.7.1 Nieuwbouw. In de bij ministeriële regeling aangewezen Model-aansluitvoorwaarden voor elektrische energie van EnergieNed wordt voor bestaande bouw verwezen naar een document, waarin aan de omvang en inrichting van een bestaande elektriciteitsinstallatie en noodstroomvoorziening eisen zijn gesteld die zijn afgeleid van NEN 1010. Een elektriciteitsinstallatie in bestaande bouw moet aan nagenoeg hetzelfde veiligheidsniveau voldoen als bij nieuwbouw. De omvang van de bestaande elektrische installatie mag echter wel beperkter zijn. Voor de omvang geldt slechts de eis die werd gehanteerd ten tijde van de aanleg van de installatie. Om een noodstroomvoorziening in geen enkel geval van toepassing te laten zijn voor woonwagens, is in tabel 2.52 de woonfunctie gesplitst in 1a 'woonfunctie van een woonwagen' en 1b 'andere woonfunctie' (Stb. 2002, 203).

Artikel 2.54

Zie de toelichtingen op de artikelen van paragraaf 2.7.1 Nieuwbouw. In de bij ministeriële regeling aangewezen Model-aansluitvoorwaarden voor elektrische energie van EnergieNed wordt voor bestaande bouw verwezen naar een document, waarin aan de omvang en inrichting van een bestaande elektriciteitsinstallatie en noodstroomvoorziening eisen zijn gesteld die zijn afgeleid van NEN 1010. Een elektriciteitsinstallatie in bestaande bouw moet aan nagenoeg hetzelfde veiligheidsniveau voldoen als bij nieuwbouw. De omvang van de bestaande elektrische installatie mag echter wel beperkter zijn. Voor de omvang geldt slechts de eis die werd gehanteerd ten tijde van de aanleg van de installatie. Om een noodstroomvoorziening in geen enkel geval van toepassing te laten zijn voor woonwagens, is in tabel 2.52 de woonfunctie gesplitst in 1a 'woonfunctie van een woonwagen' en 1b 'andere woonfunctie' (Stb. 2002, 203).

Artikel 2.55

Zie de toelichtingen op de artikelen van paragraaf 2.7.1 Nieuwbouw. In de bij ministeriële regeling aangewezen Model-aansluitvoorwaarden voor elektrische energie van EnergieNed wordt voor bestaande bouw verwezen naar een document, waarin aan de omvang en inrichting van een bestaande elektriciteitsinstallatie en noodstroomvoorziening eisen zijn gesteld die zijn afgeleid van NEN 1010. Een elektriciteitsinstallatie in bestaande bouw moet aan nagenoeg hetzelfde veiligheidsniveau voldoen als bij nieuwbouw. De omvang van de bestaande elektrische installatie mag echter wel beperkter zijn. Voor de omvang geldt slechts de eis die werd gehanteerd ten tijde van de aanleg van de installatie. Om een noodstroomvoorziening in geen enkel geval van toepassing te laten zijn voor woonwagens, is in tabel 2.52 de woonfunctie gesplitst in 1a 'woonfunctie van een woonwagen' en 1b 'andere woonfunctie' (Stb. 2002, 203).