Home › Nota van toelichting op Bouwbesluit 2003 › Artikelsgewijze toelichting › Hoofdstuk 2 Voorschriften uit het oogpunt van veiligheid › Afdeling 2.6 Hellingbaan
Het eerste lid geeft de functionele eis voor hellingbanen voor nieuwbouw.
De tabel van het tweede lid wijst per gebruiksfunctie voorschriften aan die van toepassing zijn op die gebruiksfunctie. Door aan die voorschriften te voldoen, wordt aan de functionele eis van het eerste lid voldaan. De hiervoor bedoelde voorschriften, die prestatie-eisen inhouden, zijn als volgt over de artikelen verdeeld:
| 1. | artikel 2.39 bevat eisen aan de afmetingen en de hellinggraad van hellingbanen (afmetingen hellingbaan); |
| 2. | artikel 2.40 bevat eisen aan de afmetingen van hellingbaanbordessen, die al of niet onderdeel zijn van een overloop of gang (hellingbaan-bordes), en |
| 3. | artikel 2.41 bevat eisen aan de afmetingen van afscheidingen van hellingbanen, met inbegrip van de openingen daarin (afscheiding). |
Voor de onderdelen van enkele gebruiksfuncties wijst de tabel van het tweede lid geen voorschriften aan. Het is evenmin noodzakelijk dat de functionele eis van het eerste lid voor deze gebruiksfuncties geldt. Daarom verklaart het derde lid dat de functionele eis er niet op van toepassing is.
In tabel 2.38 is de aansturing van de eisen aan hellingbanen voor de bijeenkomstfunctie voor kinderopvang ingevoegd (Stb. 2005, 1). Voor de veiligheid van de kinderen jonger dan 4 jaar zijn de eisen met betrekking tot de overklauterbaarheid van de vloerafscheiding en de breedte van de openingen daarin van belang. Het niveau van eisen komt nu overeen met dat voor de woonfunctie. Voor alle andere vormen van kinderopvang (de buitenschoolse opvang van kinderen vanaf 4 jaar) is aangesloten bij de eisen voor de onderwijsfunctie.
Verschillen in hoogte van meer dan 21 cm tussen vloeren van verblijfsgebieden, verblijfsruimten, toiletruimten en badruimten of tussen een van die vloeren en het aansluitende terrein moeten volgens paragraaf 2.4.1 zijn overbrugd door een trap of hellingbaan. Voor hellingbanen naar en tussen andere ruimten gelden geen eisen. Het doel van dit artikel is te verzekeren dat de afmetingen van een vereiste hellingbaan zodanig zijn, dat gebruikers daarvan op veilige wijze gebruik kunnen maken. De voorgeschreven minimum breedte van 1,1 m waarborgt dat er ook bij plaatsing van twee leuningen voldoende ruimte is voor het voortbewegen van een rolstoel. De maximum hoogte die door middel van een hellingbaan mag worden overbrugd is 1 m. Voor grotere hoogteverschillen moet men dus meer dan één hellingbaan aanleggen, dan wel een trap of een lift. Tussen twee op elkaar aansluitende hellingbanen moet op grond van het volgende artikel een bordes aanwezig zijn van voldoende grootte. Ten slotte bevat dit artikel nog eisen betreffende de steilte van een hellingbaan. Met het oog op de door de rolstoelgebruiker te leveren inspanning moet de helling flauwer zijn naarmate het hoogteverschil groter is. Zo dient bij een hoogteverschil van 1 m de helling 1:20 te zijn, wat een lengte van de hellingbaan betekent van 20 m.
Een bordes aan de bovenzijde van een hellingbaan is nodig opdat de rolstoelgebruiker desgewenst even kan rusten en zonodig kan draaien in de gewenste richting. Hiervoor is een grotere oppervlakte nodig dan voor een trapbordes. De minimum voorgeschreven vrije hoogte boven een hellingbaanbordes is nu voor utiliteitsgebouwen in overeenstemming gebracht (Stb. 2005, 1) met die voor de woonfunctie. Tevens is in de voorschriften van de artikelen 2.40 en 2.44 'vrije vloeroppervlakte' vervangen door de vloeroppervlakte met een vrije hoogte van ten minste 2.3 m respectievelijk 1,9 m. De definitie van vrije vloeroppervlakte koppelde namelijk een voorgeschreven hoogte aan een bepaalde oppervlakte. Het beoogde verschil in niveau van eisen tussen nieuwbouw en bestaande bouw is hiermee tot uitdrukking gebracht.
Het met een rolstoel van de rand van een hellingbaan storten kan ook op een lagere hoogte ernstig letsel teweegbrengen. Daarom is in het eerste lid voor beide zijkanten een afscheiding voorgeschreven die zich uitstrekt over het gehele beloop van de hellingbaan. Het komt ook voor, dat een zijkant van een hellingbaan op een grotere hoogte ligt dan 1 m, bijvoorbeeld wanneer deze een opvolgend onderdeel vormt in een reeks van hellingbanen die naar een grotere hoogte dan 1 m leiden. Voorzover deze zijkant ligt op een hoogte van meer dan 1 m boven een aan de neerwaartse voortzetting van de aan die zijkant grenzende vloer of het daaraan aansluitende terrein, geldt voor de hoogte van de afscheiding langs (dat deel van) die zijkant een minimum hoogte-eis van 85 cm. Om te voorkomen dat iemand door een geopende vloerafscheiding aan de zijkant van een hellingbaan kan vallen, schrijft artikel 2.41, eerste lid, voor (Stb. 2005, 1), dat die vloerafscheiding niet beweegbaar mag zijn. De eisen aangaande openingen bij en in de afscheidingen van een hellingbaan die het tweede en het vierde tot en met het achtste lid bevatten, zijn gelijk aan die voor trapafscheidingen (zie daarvoor de toelichting op artikel 2.30).
Zie de toelichtingen op de artikelen van paragraaf 2.6.1 Nieuwbouw.
In tabel 2.42 is de aansturing van de eisen voor de bijeenkomstfunctie voor kinderopvang ingevoegd (Stb. 2005, 1). Op verzoek van de branche zijn de eisen voor een vloerafscheiding van een hellingbaan bij de kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar (functie 2a) voor de bestaande bouw gelijk gesteld aan die voor nieuwbouw (Stb. 2005, 1). Voortvloeiende uit de aansturing van artikel 2.45, derde lid, voor deze bijeenkomstfunctie, is in dit lid in plaats van een vaste waarde een verwijzing opgenomen naar de nu in tabel 2.42 opgenomen grenswaarden. Voor alle andere vormen van kinderopvang (de buitenschoolse opvang van kinderen vanaf 4 jaar) is aangesloten bij de eisen voor de onderwijsfunctie.
Zie de toelichtingen op de artikelen van paragraaf 2.6.1 Nieuwbouw.
In tabel 2.42 is de aansturing van de eisen voor de bijeenkomstfunctie voor kinderopvang ingevoegd (Stb. 2005, 1). Op verzoek van de branche zijn de eisen voor een vloerafscheiding van een hellingbaan bij de kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar (functie 2a) voor de bestaande bouw gelijk gesteld aan die voor nieuwbouw (Stb. 2005, 1). Voortvloeiende uit de aansturing van artikel 2.45, derde lid, voor deze bijeenkomstfunctie, is in dit lid in plaats van een vaste waarde een verwijzing opgenomen naar de nu in tabel 2.42 opgenomen grenswaarden. Voor alle andere vormen van kinderopvang (de buitenschoolse opvang van kinderen vanaf 4 jaar) is aangesloten bij de eisen voor de onderwijsfunctie.
Zie de toelichtingen op de artikelen van paragraaf 2.6.1 Nieuwbouw.
In tabel 2.42 is de aansturing van de eisen voor de bijeenkomstfunctie voor kinderopvang ingevoegd (Stb. 2005, 1). Op verzoek van de branche zijn de eisen voor een vloerafscheiding van een hellingbaan bij de kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar (functie 2a) voor de bestaande bouw gelijk gesteld aan die voor nieuwbouw (Stb. 2005, 1). Voortvloeiende uit de aansturing van artikel 2.45, derde lid, voor deze bijeenkomstfunctie, is in dit lid in plaats van een vaste waarde een verwijzing opgenomen naar de nu in tabel 2.42 opgenomen grenswaarden. Voor alle andere vormen van kinderopvang (de buitenschoolse opvang van kinderen vanaf 4 jaar) is aangesloten bij de eisen voor de onderwijsfunctie.
Zie de toelichtingen op de artikelen van paragraaf 2.6.1 Nieuwbouw.
In tabel 2.42 is de aansturing van de eisen voor de bijeenkomstfunctie voor kinderopvang ingevoegd (Stb. 2005, 1). Op verzoek van de branche zijn de eisen voor een vloerafscheiding van een hellingbaan bij de kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar (functie 2a) voor de bestaande bouw gelijk gesteld aan die voor nieuwbouw (Stb. 2005, 1). Voortvloeiende uit de aansturing van artikel 2.45, derde lid, voor deze bijeenkomstfunctie, is in dit lid in plaats van een vaste waarde een verwijzing opgenomen naar de nu in tabel 2.42 opgenomen grenswaarden. Voor alle andere vormen van kinderopvang (de buitenschoolse opvang van kinderen vanaf 4 jaar) is aangesloten bij de eisen voor de onderwijsfunctie