Contact Help
Artikel 2.29
Inhoud
Sluit inhoud voor documentview -->
Alles aan
Alles uit
Filterselectie
Gebruiksfuncties
Type
Pagina afdrukken
0 topics gevondenNieuw topic starten


Artikel 2.29

Een bordes aan de bovenzijde van een voorgeschreven trap is nodig, opdat gebruikers veilig kunnen overgaan van diagonale naar horizontale voortbeweging en zonodig even kunnen rusten. Zo'n bordes kan deel uitmaken van de trap, bijvoorbeeld als het een tussenbordes is, maar ook van de gang of overloop waarop de trap aansluit. De in dit artikel vereiste minimum breedte van het bordes is afgestemd op de minimum breedte van de daarop aansluitende trap volgens de tabellen 2.28a en 2.28b. De term 'vrije vloeroppervlakte' geeft aan dat er direct bovenaan de trap geen constructie- onderdeel, zoals bijvoorbeeld een deur, mag zijn geplaatst. Het is wel toegestaan dat de deur van een ruimte die uitkomt op het bordes, zoals bijvoorbeeld een overloop, draait over de vrije vloeroppervlakte (de wijzigingen in Stb. 2002, 203 en Stb. 2002, 516 zijn alleen procedureel). De minimum voorgeschreven vrije hoogte boven een trapbordes is nu (Stb. 2005, 1) voor utiliteitsgebouwen in overeenstemming gebracht met die voor de woonfunctie. Tevens is in de voorschriften van de artikelen 2.29 en 2.35 'vrije vloeroppervlakte' vervangen door de vloeroppervlakte met een vrije hoogte van ten minste 2.3 m respectievelijk 1,9 m. De definitie van vrije vloeroppervlakte koppelde namelijk een voorgeschreven hoogte aan een bepaalde oppervlakte. Het beoogde verschil in niveau van eisen tussen nieuwbouw en bestaande bouw is hiermee tot uitdrukking gebracht.