Home › Nota van toelichting op Bouwbesluit 2003 › Artikelsgewijze toelichting › Hoofdstuk 2 Voorschriften uit het oogpunt van veiligheid › Afdeling 2.15 Beperking van ontstaan van rook
Het eerste lid geeft de functionele eis met betrekking tot de beperking van het ontstaan van rook voor nieuwbouw.
De tabel van het tweede lid wijst per gebruiksfunctie voorschriften aan die van toepassing zijn op die gebruiksfunctie. Door aan die voorschriften te voldoen, wordt aan de functionele eis van het eerste lid voldaan. De hiervoor bedoelde voorschriften, die prestatie-eisen inhouden, zijn als volgt over de artikelen verdeeld:
| 1. | artikel 2.126 bepaalt wat de maximale rookdichtheid mag zijn van een zijde van een constructie-onderdeel dat grenst aan de binnenlucht in een ruimte of de lucht in een tunnel (algemeen); |
| 2. | artikel 2.127 regelt dat voor een aantal situaties die in het voorgaande artikel zijn onderscheiden er geen maximumeis voor rookdichtheid geldt voor de bovenzijde van een vloer, hellingbaan of trap (beloopbaar vlak); |
| 3. | artikel 2.128 verklaart dat de maximum eisen van artikel 2.126 niet gelden voor een beperkt gedeelte van het binnenoppervlak van constructie-onderdelen (vrijgesteld), en |
| 4. | artikel 2.129 bepaalt dat de voorschriften voor nieuwbouw van deze paragraaf ook gelden voor niet-permanente bouw (tijdelijk bouwwerk). |
Voor een enkel onderdeel van een gebruiksfunctie wijst de tabel van het tweede lid geen voorschriften aan. Omdat er hier geen derde lid is dat verklaart dat de functionele eis niet van toepassing is, moet wel aan de functionele eis van het eerste lid worden voldaan. Er zal in dit geval ten genoegen van burgemeester en wethouders moeten worden aangetoond dat aan de functionele eis is voldaan. In tabel 2.125 is de aansturing van de eisen voor de bijeenkomstfunctie voor kinderopvang jonger dan 4 jaar en voor de 24-uurs opvang ingevoegd (Stb. 2005, 1). Voor het niveau van eisen is aansluiting gezocht bij andere gebruiksfuncties waarin geslapen wordt.
Bij een beginnende brand kan het zicht in een gebouw als gevolg van een snelle en hevige rookontwikkeling sterk beperkt raken. Hierdoor ontstaat het gevaar dat de gebruikers van het gebouw zich moeilijk kunnen oriënteren bij hun pogingen het gebouw te ontvluchten. Om dit te voorkomen, stelt het eerste lid een algemene eis aangaande de maximaal toegestane rookproductie van een naar een ruimte toegekeerde zijde van een constructie-onderdeel. De overige leden van dit artikel bevatten zwaardere eisen voor bijzondere situaties. Het gaat daarbij om constructie-onderdelen die grenzen aan een besloten, niet-gemeenschappelijke ruimte - zoals een cel -, aan een besloten ruimte waardoor een rookvrije vluchtroute of brand- en rookvrije vluchtroute voert, of aan een verkeersruimte die ligt tussen de toegang van een subbrandcompartiment en de toegang van het betrokken rookcompartiment. De laatste drie leden bevatten eisen voor soortgelijke situaties in tunnels of tunnelvormige bouwwerken die zijn bestemd voor het verkeer. Ook in tunnels kan rook blijven hangen. Voor al deze gevallen zijn eisen gesteld die zijn gekoppeld aan een klasse van de bijdrage tot brandvoortplanting. Dit vindt zijn oorzaak in het feit dat de totale hoeveelheid rook die bij een brand vrijkomt afhankelijk is van het oppervlak aan constructie-onderdelen dat brandt. Voor de bepaling van deze rookproductie, die is uitgedrukt in termen van rookdichtheid, bevat NEN 6066 een beproevingsmethode. Voorwerp van deze beproeving is de combinatie van bouwmaterialen die is toegepast in een constructie-onderdeel, over een dikte van 6,5 cm, gemeten vanaf het oppervlak.
In dit artikel worden beloopbare vlakken uitgezonderd van een aantal bijzondere eisen van de voorgaande artikelen. De reden hiervan is dat een brand zich betrekkelijk langzaam uitbreidt over de bovenzijde van een horizontaal vlak. Daardoor zal een brand die begint op een vloer, hellingbaan of trap zich niet snel uitbreiden over een grote oppervlakte. Voor de beloopbare vlakken geldt door deze uitzondering hetzij de algemene eis, indien de bijzondere eis daaraan was gekoppeld, hetzij geen eis, indien de bijzondere eis op zichzelf staat.
De bedoeling van dit artikel is het mogelijk te maken dat plinten, stopcontacten en andere kleine constructie-onderdelen, zoals lichtarmaturen, brand- en rookmelders, kunnen worden toegepast. De vrijgestelde oppervlakte mag echter, gemiddeld gezien, geen onevenredig grote rookproductie hebben. Verder is het niet de bedoeling dat de bedoelde oppervlakte aan constructie-onderdelen van een ruimte op één plaats in die ruimte is geconcentreerd.
Zie de toelichtingen op de artikelen van paragraaf 2.15.1 Nieuwbouw.
Zie de toelichtingen op de artikelen van paragraaf 2.15.1 Nieuwbouw.
Zie de toelichtingen op de artikelen van paragraaf 2.15.1 Nieuwbouw.
Zie de toelichtingen op de artikelen van paragraaf 2.15.1 Nieuwbouw.