Home › Nota van toelichting op Bouwbesluit 2003 › 8 Bedrijfs- en milieueffectentoets
Staatsblad 2001, 410
Gelijktijdig met de conversie is het Bouwbesluit op een aantal inhoudelijke punten gewijzigd (zie hiervoor onder 4). Deze wijzigingen zijn getoetst op effecten voor bedrijven en milieu en op de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid ervan. De resultaten hiervan worden hieronder beschreven.
In het kader van het MDW-project heeft het vorige kabinet besloten tot het schrappen van de eisen inzake verplaatsing en vervorming, aansluiting telefoon, radio en tv in een woning, bergruimte en buitenruimte en een opstelplaats voor wasapparatuur in een woning, alsmede tot vereenvoudiging van de minimale maatvoering van verblijfsruimten. Een andere wijziging betreft het afstemmen van het Bouwbesluit op het Arbeidsomstandighedenbesluit. Voorts zijn de voorschriften inzake de integrale toegankelijkheid van utiliteitsgebouwen aangescherpt. Tot slot worden niet-ioniserende rookmelders in woningen verplicht gesteld, waardoor brandwerende deuren niet meer verplicht zijn.
De voorgenomen wijzigingen zijn getoetst aan de 'Checklist bedrijfseffectentoets' en de 'Checklist Milieutoets'. De bedrijfs- en milieueffecten kunnen kort worden samengevat: de gevolgen voor het bedrijfsleven en het milieu van het aanpassen van de voorschriften zijn in het algemeen niet relevant, verwaarloosbaar of zeer gering. Door de toepassing van rookmelders zullen de branddeurfabrikanten wellicht met een verlies aan omzet worden geconfronteerd, waarbij van belang is dat dit voornemen al in 1997 aan de Tweede Kamer kenbaar is gemaakt, zodat men daar tijdig op kon anticiperen. Verder zal de afvalstroom aan rookmelders groter worden. Daarentegen is een beperkte milieuwinst te verwachten als gevolg van het feit dat minder hout voor binnendeuren zal worden gebruikt.
Naar aanleiding van een advies van de Federatie Nederlandse Gehandicaptenraad en andere woonconsumentenorganisaties is in de Nota Mensen, Wensen, Wonen de aanscherping van een aantal eisen met betrekking tot toegankelijkheid aangekondigd, tezamen met een verzwaarde eis voor contactgeluidisolatie voor woningen. De maatregelen zullen bij de gangbare woningtypen leiden tot een structurele verhoging van de bouwkosten met circa 5 tot 6 % (gemiddeld f 8300 per woning) en een toename van de reële stichtingskosten c.q. prijsstijging van ca. 3 tot 4 % voor nieuwe woningen. Tegenover deze prijsstijging staat een groter wooncomfort en voor kopers een toegenomen markt- en toekomstwaarde van de woningen. Verder kan dit leiden tot lagere investeringen voor aanpassing/verbetering op lange termijn. De meerkosten voor energie en onderhoud zijn zeer gering.De conclusie luidt dat de kwaliteitsverbeterende maatregelen uit maatschappelijk, economisch en milieuoogpunt alleszins verantwoord zijn. Deze conclusie wordt tevens onderbouwd door de beraadslagingen die hierover met de bouwpartners in het OPB hebben plaatsgevonden.
Staatsblad 2002, 518
Aanscherping van de prestatie-eisen bij de utiliteitsbouw zal naar verwachting leiden tot een toename in de toepassing van maatregelen als:
De technische wijzigingen leiden tot een beperkte omzetstijging bij de toeleveranciers van betreffende maatregelen. Toepassing van 'nieuwe' maatregelen (voorbeelden: warmtepompen, laagthermische verwarmingssystemen en toepassing zonnecollectoren) vragen van de betrokken marktpartijen nieuwe kennis, gewijzigde inzichten en meer alertheid tijdens alle fasen van het ontwerp- en bouwproces. Verder zal het introduceren van nieuwe technologieën tot verhoogde onderhoudsinspanningen leiden als gevolg van mogelijke kinderziektes en kennistekorten.
Met geringe meerkosten (initiële meerinvesteringen bedragen gemiddeld ca.€ 12,-/ m2 brutovloeroppervlakte, hetgeen indicatief overeenkomt met ongeveer € 180,- per minder uitgestoten ton CO2) is een besparingspercentage haalbaar van gemiddeld ca. 7% (variërend van 3% tot 18%); dit met gebruikmaking van uitsluitend algemeen toegepaste technieken. Een verdere aanscherping heeft daarnaast in het algemeen een gunstige invloed op het binnenklimaat als gevolg van het frequenter toepassen van alternatieve verlichtingssystemen en laagthermische verwarmingssystemen. Extra voorlichting is nodig om bepaalde risicofactoren te beperken, zoals warmteterugwinning met gebruikmaking van warmtewielen, te hoge percentages recirculatielucht in het ventilatiesysteem, toepassing van (te) lage glaspercentages en/of lichtniveaus.
De jaarlijkse CO2-reductie die bereikt kan worden als gevolg van de aanscherping betreft 0,01 Mton, en neemt bij gelijkblijvende bouwproductie elk jaar lineair toe. Hiermee wordt een bijdrage aan het behalen van de reductietaakstelling op grond van het verdrag van Kyoto geleverd van ongeveer 8%. Onderzoek wijst uit dat de positieve milieueffecten als gevolg van de CO2-reductie ruimschoots opwegen tegen de hogere milieubelasting door het gewijzigde materiaalgebruik.
Onderzoek in een aantal gemeenten wijst uit dat de toepassing van nieuwe maatregelen en technieken in bepaalde gevallen aanvullende kennis vergt, en tot extra controles op haalbaarheid en belemmeringen aanleiding geeft (onderzoek DGMR, 2000). Door VROM en de VNG is een verbetertraject voor de handhaving van de bouwregelgeving ingezet, waarin aandacht aan deze problematiek zal worden besteed. In dit verband wordt overigens ook opgemerkt dat de administratieve lasten als gevolg van aanscherping te verwaarlozen zijn.
Staatsblad 2005, 1.
Het onderhavige besluit is getoetst op de effecten op de administratieve lasten. Een concepttekst van dit besluit is voorgelegd aan het Adviescollege toetsing administratieve lasten (Actal). Het college heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid advies uit te brengen omdat het college niet verwacht dat dit besluit zal leiden tot een structurele toename van administratieve lasten voor het bedrijfsleven. In bepaalde gevallen zal sprake kunnen zijn van een geringe daling van de administratieve lasten, in het algemeen zal het effect echter nihil zijn. Het college heeft tevens meegewogen dat het voornemen bestaat deze wijziging gepaard te laten gaan met de nodige voorlichtingsactiviteiten. Een en ander zal er toe kunnen leiden dat de veranderingen relatief snel eigen kunnen worden gemaakt door onder meer bouwbedrijfsleven en gemeenten. De eenmalige kosten die verband houden met het kennisnemen van deze wijzigingen zijn indicatief becijferd op € 1,6 mln.
Staatsblad 2005, 528.
Dit ontwerpbesluit is niet voorgelegd aan het Adviescollege toetsing administratieve lasten. Dit besluit bevat met name een aanscherping van de reeds bestaande energieprestatiecoëfficiënt, er is op dit terrein dan ook geen sprake van nieuwe of extra administratieve lasten. De overige onderdelen van dit besluit betreffen correcties van enkele onvolkomenheden. Ook hier geldt dat deze onderwerpen geen effect hebben op de administratieve lasten.
Staatsblad 2006, 148.
Het onderhavige besluit is niet voorgelegd aan het Adviescollege toetsing administratieve lasten (Actal). Zoals Actal bij de behandeling van het Wetsvoorstel aanvullende regels wegtunnels heeft vastgesteld, is ook bij het onderhavige besluit geen sprake van administratieve lasten voor burgers of voor het bedrijfsleven. De kosten voor de implementatie van de richtlijn in dit besluit en de hierop gebaseerde wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2003 zijn relatief gering. Voor de periode tot 1 mei 2014, het moment dat alle bestaande tunnels ook aan de voorschriften van de richtlijn moeten voldoen, zijn deze kosten begroot op circa 5.1 miljoen euro voor rijktunnels en circa twee miljoen euro voor gemeentelijke tunnels (Beleidsvisie Tunnelveiligheid deel B).
Staatsblad 2006, 257.
Zie onder kopje Staatsblad 2005, 528.
Staatsblad 2006, 586
In de memorie van toelichting bij de wet en in de nota van toelichting bij het Besluit geluidhinder was al aangegeven dat er geen sprake was van bedrijfseffecten en evenmin van toename van administratieve lasten. Bij de doorwerking in onderliggende regelgeving (dit besluit) is daarvan dus evenmin sprake.
Staatsblad 2007, 439
Het onderhavige besluit is niet voorgelegd aan het Adviescollege toetsing administratieve lasten (Actal). Bij het onderhavige besluit is geen sprake van administratieve lasten voor burgers of voor het bedrijfsleven.
Staatsblad 2008, 325
Toetsing administratieve lasten
Dit ontwerpbesluit is niet voorgelegd aan het Adviescollege toetsing administratieve lasten. Dit besluit bevat met name een aanscherping van de reeds bestaande energieprestatiecoëfficiënt, er is op dit terrein dan ook geen sprake van nieuwe of extra administratieve lasten.
Bedrijfs- en milieueffectentoets
Aanscherping van de eisen bij de utiliteitsbouw zal naar verwachting leiden tot een verdere toename in de toepassing van energiebesparende maatregelen.
Bij het bovengenoemde onderzoek van DGMR zijn 22 referentiegebouwen onderzocht. De door te rekenen maatregelen en combinaties van maatregelen zijn daarvoor vastgelegd aan de hand van vaste toetsingscriteria. Deze toetsingscriteria zijn:
De referentiegebouwen zijn vervolgens doorgerekend met combinaties van de volgende maatregelen:
Op basis van bovengenoemde berekeningen is geconcludeerd dat iedere aan te scherpen gebruiksfunctie goed aan de bij die gebruiksfunctie in te voeren aanscherping kan voldoen.
Meer in het algemeen wordt opgemerkt, dat maatregelen die nu reeds kosteneffectief kunnen plaatsvinden in de regel snel opgepakt worden door de bouwpraktijk met als gevolg schaalvoordelen in de productie en een verdere kostendaling.
Staatsblad 2009, 400
Dit besluit brengt geen verandering in de administratieve lasten voor de burger of het bedrijfsleven.