Home › Nota van toelichting op Bouwbesluit 2003 › 2 Hoofdlijnen van de conversie
De doelstelling van de conversie is het voor de gebruikers beduidend toegankelijker en eenvoudiger hanteerbaar maken van de voorschriften in het Bouwbesluit. Daartoe heeft het besluit een geheel andere opzet gekregen. Met deze vormtechnische operatie zijn de voorschriften stelselmatig op een andere wijze gestructureerd en waar mogelijk vereenvoudigd. In materieel opzicht zijn de voorschriften grotendeels ongewijzigd gebleven. Zoals vermeld onder 1.4 zijn daarbij de uitgangspunten van het Bouwbesluit gehandhaafd.
Met de nu voorliggende tekst van het Bouwbesluit wordt een aantal belangrijke in de evaluatienota van 1996 en het MDW-onderzoek van 1997 gesignaleerde bezwaren weggenomen en wordt, voorover het de systematiek en de tekst van het Bouwbesluit betreft, een bijdrage geleverd aan de met het Regeerakkoord beoogde verdergaande vereenvoudiging van de bouwregelgeving.
In het oorspronkelijke Bouwbesluit werden per type bouwwerk alle bouwtechnische voorschriften steeds opnieuw weergegeven. Omdat een gebouw vaak meerdere functies heeft, leidde dit er toe dat voor één beoordelingsaspect, bijvoorbeeld geluidwering of ventilatie, telkens op meerdere plaatsen gezocht diende te worden naar de betreffende voorschriften.
Het uitgangspunt van de conversie is dat niet langer per type bouwwerk de eisen voor alle beoordelingsaspecten worden vermeld, maar dat nu per beoordelingsaspect de eisen voor alle typen bouwwerken worden gegeven. De voorschriften zijn als het ware 'gekanteld'.
De te converteren voorschriften bleken af en toe onvoldoende expliciet verwoord om een plaats te kunnen krijgen in de nieuwe structuur van het besluit. In die gevallen is de conversietekst zoveel mogelijk opgesteld rekening houdend met de bedoeling van de oorspronkelijke tekst.
Tijdens het conversieproces kwam ook aan het licht dat bij een enkel beoordelingsaspect nog een voorschrift ontbrak. In die gevallen zijn de voorschriften aangevuld.
Met de conversie is ook een aantal wijzigingen in de terminologie van het Bouwbesluit aangebracht. Dit was noodzakelijk om de nieuwe systematiek van de conversie consistent te kunnen doorvoeren. Hier wordt alleen ingegaan op het nieuwe begrip 'gebruiksfunctie', omdat dat voor de gehele nieuwe systematiek een kernbegrip is. De andere nieuwe begrippen worden voorzover nodig besproken in de toelichting op artikel 1.1.
De eisen die aan (een deel van) een bouwwerk worden gesteld zijn afhankelijk van de gebruiksfunctie waartoe dat (deel van het) bouwwerk behoort. De gebruiksfunctie bepaalt de eisen. Met gebruiksfunctie wordt bedoeld:
de gedeelten van één of meer bouwwerken op een perceel of standplaats, die eenzelfde gebruiksbestemming hebben en die tezamen een gebruikseenheid vormen.
Gedeelten zijn:
| a. | ruimten of groepen van ruimten |
| b. | constructies of onderdelen van constructies |
| c. | voorzieningen of delen van voorzieningen |
| d. | routes (trajecten) of delen van routes (trajecten). |
Een gebruiksfunctie omvat alles waarop die gebruiksfunctie is aangewezen. In de eerste plaats de eigen onderdelen, de niet-gemeenschappelijke ruimten en voorzieningen met inbegrip van onder meer een opstelplaats voor een stooktoestel. In de tweede plaats ook de gemeenschappelijke ruimten en voorzieningen zoals bijvoorbeeld een lift in een woongebouw en de vluchtroutes uit de woningen. Dit betekent dat een gebruiksfunctie meer omvat dan men geneigd is te denken. Zo hoort de lift in een woongebouw bij elke 'woonfunctie' (in dit geval bijvoorbeeld bij ieder appartement in het woongebouw) die op die lift is aangewezen. Er worden 12 verschillende hoofdgebruiksfuncties onderscheiden. Waar nodig wordt er gebruik gemaakt van subgebruiksfuncties. 'Woonfunctie' bijvoorbeeld is in de tabellen de eerste hoofdgebruiksfunctie (voorheen 'woning en woongebouw'). Als subgebruiksfuncties van 'woonfunctie' worden bijvoorbeeld onderscheiden:
Indien nodig worden ook andere onderverdelingen toegepast, bijvoorbeeld bij voorschriften voor een woonfunctie groter dan 500 m2. Onderverdeling van een hoofdgebruiksfunctie in subgebruiksfuncties komt, afhankelijk van het beoordelingsaspect, bij de meeste gebruiksfuncties voor. Hoewel in de tekst van de voorschriften uitsluitend wordt uitgegaan van de begrippen woonfunctie, woonfunctie van een woonwagen, kantoorfunctie en dergelijke is in de toelichting op een aantal plaatsen bewust gebruik gemaakt van de in het maatschappelijk verkeer gebruikelijke begrippen woning, woonwagen en kantoor. Dit is ten behoeve van de leesbaarheid gedaan in die gevallen dat het gebruik van deze begrippen geen risico van verkeerde interpretatie met zich meebrengt.
Bouwwerken zijn onder te verdelen in gebouwen en andere bouwwerken (geen gebouw zijnde). In onderstaand schema wordt systematisch aangegeven hoe het geconverteerde Bouwbesluit vanuit gebruiksfuncties eisen stelt aan bouwwerken en onderdelen daarvan. Het begrip gebruiksfunctie vervangt daarbij de in het 'oude' Bouwbesluit gebruikte term '...gebouw', waarbij op de puntjes de betrokken functie werd weergegeven. De indeling in gebruiksfuncties van een bouwwerk bepaalt de eisen die voor de respectievelijke onderdelen van het bouwwerk gelden.
Een bouwwerk kan worden ontleed vanuit verschillende invalshoeken in verschillende soorten onderdelen. Het eerste onderscheid is of er sprake is van een gebouw of een bouwwerk geen gebouw zijnde. Voor de vraag of een bouwwerk een bouwwerk geen gebouw zijnde, is wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting op hoofdstuk 1.
Vanuit de invalshoek ruimten bestaat een gebouw bijvoorbeeld uit brandcompartimenten. Deze compartimenten kunnen weer zijn onderverdeeld in rookcompartimenten. Deze laatste compartimenten kunnen weer zijn onderverdeeld in verblijfsgebieden en andere ruimten. Voor wat betreft de invalshoek voorzieningen kan gedacht worden aan ventilatievoorzieningen, elektrische aansluitingen, brandslanghaspels en dergelijke. Na het ontleden van het bouwwerk op de hier boven beschreven wijze kan worden bepaald welke voorschriften voor welke situatie gelden. Voor de woonfunctie worden bijvoorbeeld aan de ventilatievoorzieningen van een ruimte andere eisen gesteld dan voor de sportfunctie. Het komt regelmatig voor dat ruimten en bouwdelen deel uitmaken van meerdere gebruiksfuncties. De fundering van een gebouw met woningen en winkels is bijvoorbeeld zowel een constructie van de woningen als een constructie van de winkels. Ruimten en bouwdelen die deel uitmaken van meerdere gebruiksfuncties moeten voldoen aan alle eisen die het Bouwbesluit daarvoor vanuit die verschillende gebruiksfuncties aangeeft.
Een voorbeeld van een ruimte die meerdere gebruiksfuncties vervult is een sportzaal die ook wordt gebruikt voor tentoonstellingen en het afnemen van schriftelijke examens. Dit bouwwerk moet voldoen aan de eisen die gelden voor de volgende gebruiksfuncties:
Een ander voorbeeld is een gemeenschappelijke verkeersruimte die voor twee of meer gebruiksfuncties wordt gebruikt als vluchtroute. Dit betekent dat de bijdrage tot brandvoortplanting van het plafond van die ruimte moet voldoen aan het hoogste niveau van de verschillende eisen die voor die gebruiksfuncties aan een dergelijk bouwdeel zijn gesteld. Hetzelfde geldt voor een vluchtroute - bijvoorbeeld van een kantoor - die door een verblijfsruimte van een andere gebruiksfunctie loopt - bijvoorbeeld een werkplaats. De bijdrage tot brandvoortplanting van het plafond in de werkplaats moet dan voldoen aan de eis voor een ruimte waardoor een vluchtroute van een kantoor loopt, en aan de eis voor een verblijfsruimte van een werkplaats. De vluchtroutes van bijvoorbeeld een woning, een eetcafé, een kantoor en een winkel mogen samenvallen, op voorwaarde dat de capaciteit van die gezamenlijke vluchtroute voldoende is. Het samenvallende gedeelte van de vluchtroutes moet dan voldoen aan alle eisen die horen bij deze gebruiksfuncties. In de praktijk betekent dit dat de zwaarste eis maatgevend is. De grenswaarden zijn voor elke gebruiksfunctie afzonderlijk in de tabel te vinden.
Evenwel gelden voor de loopafstand (tussen een punt in een ruimte van een gebruiksfunctie en een toegang van een (sub)brandcompartiment) de eisen die gesteld zijn vanuit de gebruiksfunctie waarin de te ontvluchten ruimte ligt. Indien dit traject door een andere gebruiksfunctie loopt, dan gelden de eisen van de eerstbedoelde gebruiksfunctie (bijvoorbeeld het kantoor) binnen die andere gebruiksfunctie (bijvoorbeeld de winkel). Dat betekent in de praktijk dat het (vlucht)traject voor de ene gebruiksfunctie (kantoor) in die andere gebruiksfunctie (winkel) vrij moet blijven en dus gevrijwaard van 'ingebouwde' obstakels.
Evenals in het oude Bouwbesluit worden er bij de beoordelingsaspecten functionele eisen, prestatie-eisen en waar nodig aanwezigheidseisen gesteld.
Voorbeeld:
Functionele eis
Het eerste artikel van elke paragraaf van een afdeling (beoordelingsaspect) geeft het kader aan voor de andere voorschriften van deze paragraaf. Het eerste lid bevat een functionele eis. In het tweede lid staat dat aan het eerste lid (de functionele eis) is voldaan indien er aan de (prestatie-)eisen wordt voldaan die voor de betrokken gebruiksfuncties zijn aangewezen in de aansturingstabellen. In enkele gevallen is er een derde lid waarin bepaald is dat de functionele eis niet geldt voor die gebruiksfuncties waarvoor in de tabel geen voorschrift is aangewezen.Ingeval het eerste artikel geen derde lid heeft, geldt de functionele eis uit het eerste lid dus wel voor die gebruiksfuncties waarvoor geen voorschriften in de tabel zijn aangewezen. In dit laatste geval geldt dat ten genoegen van burgemeester en wethouders moet worden aangetoond, dat voldaan is aan de functionele eis. Dit betekent niet dat burgemeester en wethouders terzake van het desbetreffende beoordelingsaspect zelf eisen mogen vaststellen. Ook als er middels een derde lid bepaald is dat er geen functionele eis geldt voor een bepaalde gebruiksfunctie, is het niet toegestaan nadere voorschriften te stellen. De Woningwet bepaalt zeer strikt welke bevoegdheden de gemeentelijke overheid heeft op het door de wet bestreken gebied, voorzover het de bouwregelgeving betreft bijvoorbeeld in de artikelen 8 en 122. De wetgever heeft dus in de Woningwet een uitputtende regeling gegeven met betrekking tot de bouwregelgeving. Uit dat systeem van de Woningwet volgt dat het de gemeentelijke regelgever niet vrij staat eisen te stellen voor die gebruiksfuncties waar de wetgever geen eisen voor heeft gesteld.
Prestatie-eisen
De prestatie-eisen volgen in de artikelen na het eerste artikel en de aansturingstabel van elk aspect. In de aansturingstabel worden de prestatie-eisen aangewezen die voor elke gebruiksfunctie gelden. Een prestatie-eis bestaat uit een eigenschapseis, soms in de vorm van een grenswaarde, en zonodig een bepalingsmethode. De grenswaarde van bijvoorbeeld de warmteweerstand van een uitwendige scheidingsconstructie (2,5 m2°K/W) wordt met een bepalingsmethode bepaald. Voor de bepalingsmethode wordt doorgaans naar privaatrechtelijke documenten zoals een NEN-norm verwezen.
Om aan te geven welke voorschriften voor welke gebruiksfunctie gelden, wordt gebruik gemaakt van een aansturingstabel. Per beoordelingsaspect wordt een aansturingstabel gegeven voor nieuwbouw en ook voor bestaande bouw, als daarvoor voorschriften worden gesteld. De tabellen wijzen de voorschriften van het beoordelingsaspect aan die voor de verschillende gebruiksfuncties van toepassing zijn. Zo kan de lezer eenvoudig nagaan welke verschillen er zijn in de eisen voor de diverse functies.
Voorbeeld van een aansturingstabel (afdeling trap, nieuwbouw, § 2.5.1)
De op een gebruiksfunctie van toepassing zijnde artikelleden zijn in de kolommen onder 'leden van toepassing' aangewezen door middel van de vermelding van het lidnummer. Wanneer een van toepassing zijnd artikel geen leden kent, dan wordt bij dat artikel in plaats van het lidnummer een sterretje (*) vermeld. Indien een artikel of een artikellid niet van toepassing is, vermeldt de tabel een streepje.
In het geval dat er voor meerdere gebruiksfuncties uiteenlopende grenswaarden van toepassing zijn, verwijst een prestatie-eis voor die grenswaarden naar de aansturingstabel. De tabel vermeldt die grenswaarde dan in de kolommen onder 'grenswaarden'.
De grenswaarde staat echter niet in de aansturingstabel maar in de prestatie-eis zelf als:
| 1. | het voorschrift slechts op één gebruiksfunctie van toepassing is, of |
| 2. | het voorschrift van toepassing is op meer dan één gebruiksfunctie en voor al die gebruiksfuncties dezelfde grenswaarde geldt. |
Bezettingsgraadklassen
In sommige verwijzingstabellen worden per gebruiksfunctie ook bezettingsgraadklassen weergegeven. Deze bij de utiliteitsbouw toegepaste bezettingsgraadklassen hebben een relatie met brandveiligheid en de arbovoorschriften. Hiermee wordt het maximaal aantal personen per m2 vloeroppervlakte aangeduid. Ingeval bepaalde klassen niet zijn toegestaan, bijvoorbeeld vanwege arbovoorschriften, is dit in de tabel aangegeven met de afkorting 'n.t.' (niet toegestaan). Indien in de tabel voor de grenswaarde het > teken is geplaatst wordt hiermee bedoeld dat de bezettingsgraadklasse geldt voor iedere waarde die groter is dan de vermelde waarde. In de hierboven opgenomen voorbeeld-tabel betekent dit dat voor celfunctie, 'ander verblijfsgebied', bij een opgegeven bezettingsgraadklasse B5 de op de trap aangewezen oppervlakte iedere waarde boven de 600 m2 mag hebben.
Uit artikel 4 van de Woningwet volgt dat de nieuwbouwvoorschriften van het Bouwbesluit ook van toepassing zijn op het gedeeltelijk vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk. In artikel 1.11 van het Bouwbesluit is ingevolge artikel 11 van de Woningwet geregeld dat burgemeester en wethouders hiervan ontheffing kunnen verlenen tot het niveau voor bestaande bouwwerken, tenzij bij het desbetreffende voorschrift anders is aangegeven. In de aansturingstabellen van de nieuwbouwvoorschriften is er in die gevallen een kolom 'verbouw' opgenomen. De oude term 'vrijstelling' is hierbij, in overeenstemming met de overeenkomstige wijziging van de Woningwet, vervangen door 'ontheffing'.
Voor tijdelijke ('niet permanente') bouwwerken geeft hoofdstuk 1, artikel 1.13, van het geconverteerde Bouwbesluit als basis aan dat daarop de eisen voor bestaande bouwwerken van toepassing zijn. Indien hogere eisen dan dit basisniveau worden gesteld, zijn deze eisen specifiek aangegeven bij de nieuwbouwvoorschriften. In de aansturingstabellen van de nieuwbouwvoorschriften is dan een kolom 'tijdelijk bouwwerk' opgenomen.
Artikel 1.3 van het geconverteerde Bouwbesluit bevat de basis voor het stellen van regels bij ministeriële regeling . Daarbij kunnen nadere voorschriften worden gegeven voor de toepassing van (delen van) NEN of NEN-EN normen.In het besluit wordt bij enkele beoordelingsaspecten eveneens verwezen naar nadere uitwerking van voorschriften bij ministeriële regeling. Het betreft voorschriften voor de toepassing van schadelijke materialen, het binnendringen van schadelijke stoffen of straling en voor ruimten met (niet brandgevaarlijke) gevaarlijke stoffen.