Home › Nota van toelichting op Bouwbesluit 2003 › 1 Inleiding › 1.4 Uitgangspunten van het Bouwbesluit
De uitgangspunten van het Bouwbesluit worden door de conversie onaangetast gelaten. Die uitgangspunten worden hieronder kort besproken.
Vorm van de voorschriften
De bouwtechnische voorschriften worden in de vorm van functionele eisen gesteld. Waar mogelijk zijn deze eisen uitgewerkt in concrete prestatievoorschriften. Prestatie-eisen kunnen worden gesteld aan de eigenschappen van de onderdelen van een bouwwerk maar kunnen ook bestaan uit een aanwezigheidseis. Er wordt gebruik gemaakt van eenduidige bepalingsmethoden en grenswaarden. Deze opzet was voor de conversie reeds gerealiseerd voor woningbouw, woonwagens, kantoorgebouwen, logiesgebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde. Met de inwerkingtreding van fase 2 als onderdeel van de conversie is deze opzet ook voor de andere bouwwerken uitgewerkt.
Vrije indeelbaarheid
Het Bouwbesluit gaat uit van een vrije indeelbaarheid. De voorschriften worden steeds aan een zo groot mogelijke eenheid gesteld. Want één eis aan een eigenschap van een gebouw is te prefereren boven een aantal eisen aan bouwdelen en één eis aan een bouwdeel is weer te verkiezen boven een aantal eisen aan bouwmaterialen. Met dit beginsel behoudt de ontwerper ook de meeste vrijheid om oplossingen te bedenken die aansluiten bij de wensen van de opdrachtgever en de marktsituatie.
Gelijkwaardigheid
Het Bouwbesluit voorziet in de mogelijkheid om, mits binnen het kader van de functionele eis wordt gebleven, af te wijken van de in het besluit gegeven prestatie-eisen. Afwijking van de prestatie-eisen kan wenselijk of zelfs noodzakelijk zijn in verband met bijvoorbeeld de aard van het betreffende bouwwerk of plaatselijke omstandigheden, dan wel in verband met de toepassing van innovatieve materialen of constructies die worden toegepast. In het oude Bouwbesluit was deze gelijkwaardigheid per gebouwsoort geregeld, in de nieuwe tekst is de gelijkwaardigheid als algemene bepaling in artikel 1.5 opgenomen.
Ontheffingsmogelijkheid bij verbouw of renovatie
Bij verbouw of renovatie van een bouwwerk zijn in beginsel de nieuwbouwvoorschriften van toepassing. Dit is echter technisch niet altijd mogelijk en staat financieel gezien niet altijd in redelijke verhouding tot het resultaat daarvan. Om deze redenen kan bij verbouw of renovatie door burgemeester en wethouders in beginsel ontheffing worden verleend van de nieuwbouwvoorschriften tot het niveau van de bestaande bouw. Indien er bij een aspect geen voorschriften voor de bestaande bouw zijn gegeven, bijvoorbeeld bij geluidwering, biedt het besluit de mogelijkheid ontheffing te verlenen tot het rechtens verkregen niveau.
Tijdelijke bouwwerken
Voor de niet-permanente bouwwerken zijn in beginsel de voorschriften voor de bestaande bouw van toepassing. Voor bepaalde onderdelen van het bouwwerk moet echter worden voldaan aan de nieuwbouwvoorschriften (bijvoorbeeld brandveiligheid), terwijl er ook ontheffingsmogelijkheden zijn tot een bepaald niveau (bijvoorbeeld geluidwering).
Samenhang tussen Bouwbesluit en andere documenten
In het Bouwbesluit staat welke NEN-normen van toepassing zijn, en welke kwaliteitsverklaringen kunnen worden toegepast. De NEN-normen geven bepalingsmethoden aan waarmee aan de prestatie-eisen wordt voldaan. De normen worden uitgegeven door het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN). Ter uitvoering van de EG-richtlijn bouwproducten wordt het gebruik van bouwmaterialen en bouwdelen, die zijn voorzien van een CE-markering, verplicht. Verder wordt in het Bouwbesluit verwezen naar kwaliteitsverklaringen afgegeven door erkende certificeringsinstellingen. Hierbij gaat het om een verklaring waarin is aangegeven dat een bouwmateriaal of bouwdeel, mits toegepast op een nader omschreven wijze, voldoet aan de eisen die aan zulke materialen of delen worden gesteld in het Bouwbesluit. Of de aanvrager van een bouwvergunning gebruik maakt van materialen of bouwdelen die zijn voorzien van zo'n verklaring, staat hem vrij.